De vrouwen van de Arabische lente

De Arabische lente vertaalt zich op filmfestival Cinema arabe vooral in vrouwenfilms. Omdat westerse geldschieters dat graag zien, of is er iets anders aan de hand?

In de meeste films van het vandaag in zes steden beginnende festival Cinéma arabe draait het, op de een of andere manier, om een vrouw of vrouwen. Op film lijkt het soms alsof bij de Arabische lente – die serie omwentelingen en revoluties die eind 2010 begon en waarvan de afloop in veel gevallen nog niet vaststaat – vooral de plaats van de vrouw in de samenleving aan de orde was. Hartstochtelijke pleidooien voor vrouwelijke ontplooiing en maatschappelijke gelijkberechtiging staan tegenover agressieve pogingen om de dominante rol van mannen te continueren of, in landen waar tot nu toe van gelijkberechtiging sprake was, nieuw te vestigen.

Waarom is het thema ‘vrouw’ zo populair in al die merendeels zeer recente films uit de Arabische wereld die op het festival te zien zijn? Is het luiheid van de scenarioschrijvers, die weten dat een op een vrouwelijk personage toegesneden verhaal aantrekkelijker is om naar te kijken dan mannen die politiek bedrijven? Of is er wellicht een voorkeur voor deze problematiek bij de westerse financiers van wie de cinema in de Arabische wereld nog steeds in belangrijke mate afhankelijk is? Of is de rol van de vrouw inderdaad zo’n centraal probleem in Noord-Afrika en het Midden-Oosten?

Toen de Arabische lente in december 2010 met demonstraties in Tunesië begon, leek het voor de buitenwereld vooral om politiek te gaan, en om economie. De demonstraties in Tunesië, Egypte, Libië, Bahrein, Jemen en Syrië waren in aanvang protesten tegen politieke en sociale uitsluiting. Brede lagen van de bevolking kwamen in opstand tegen de machtspretenties van min of meer dictatoriale regimes, waarvan het gezag bijna steeds was ondermijnd doordat ze steeds minder economische mogelijkheden leken te bieden aan de exploderende jongere generaties in hun land.

Hooggestemde verwachtingen

Veel hooggespannen verwachtingen uit 2011 zijn sedertdien overspannen gebleken: de aanvankelijke verwachting bij de revolutionaire massa’s dat met het welslagen van de revolutie ook een periode van grotere welvaart zou aanbreken, en verwachtingen in het Westen dat met de omverwerping van de dictaturen een periode van democratie naar westerse maatstaven zou aanbreken.

De werkelijkheid is veel gecompliceerder: na het wegvallen van de verlamming en bevriezing die een dictatuur een maatschappij oplegt, worden de kaarten opnieuw geschud, niet slechts op economisch en politiek terrein, maar ook ideologisch, sociaal en religieus. Zeker zijn er in alle genoemde landen krachten aan het werk met een programma dat aan westerse waarden doet denken. Maar minstens even actief zijn neoconservatieve krachten die, zich beroepend op religie en traditie, de samenleving een ‘eigen’, als islamitisch gedefinieerde weg willen opduwen.

Die twee tendensen staan lijnrecht tegenover elkaar op het punt van vrouwenrechten, en daarom geven films over dat onderwerp ook een goed beeld van het soort culturele conflicten die in de Arabische wereld spelen. Een sterk staaltje van onthullende cinema is bijvoorbeeld de documentaire The scream van Khadija Al-Salami. Die film speelt in Jemen, een land waarvan we eigenlijk sowieso weinig weten. Maar het weinige wat we menen te weten, blijkt ook nog eens niet te kloppen.

De filmmaakster volgt een aantal vrouwen tijdens de maandenlange demonstraties in de hoofdstad Sana’a, waarbij het aftreden van president Ali Abdullah Saleh wordt geëist. Op straat, in koffiehuizen en in de geïmproviseerde tenten van de demonstranten wordt er door mannen en vrouwen met overgave en betrekkelijk welsprekend gediscussieerd over vrouwenrechten. Aan beide zijden van het politieke conflict, voor of tegen de president, gaan groepen vrouwen in nikab – het zwarte gewaad dat alleen de ogen vrijlaat – de straat op.

De uitkomst van de Jemenitische revolutie valt niet gunstig uit voor vrouwen, is de suggestie van de film. In de debatten op straat wordt vaak opgemerkt dat de maatschappelijke achterstelling van de vrouw is verankerd in de cultuur van de stammen die in Jemen een grote rol spelen. Maar tijdens de revolutie komt ook een nieuwe partij, de Islah, op die een reactionair sociaal programma heeft en waarvan de aanhangers bereid zijn vrouwen met geweld uit het openbare leven te verwijderen en terug te drukken in maatschappelijke onzichtbaarheid. Maar toch: zelfs in Jemen is de plaats van vrouwen in de samenleving aan de orde, en gaat de geschiedenis door.

Sociale hogedrukpan

Onthullend is ook de prachtige speelfilm Hidden beauties (Man’moutesh) van de Tunesische veteraan-filmmaker Nouri Bouzid, waarmee Cinéma arabe opent. Tunis blijkt, ten tijde van de demonstraties tegen het regime in 2011, een sociale snelkookpan. Bijna alle personages staan ambivalent ten opzichte van tradities en vrijheden, zij schipperen en aarzelen tussen attitudes. De jonge vrouw Zaineb verweert zich tegen de druk van haar moeder en aanstaande schoonmoeder een hoofddoek te dragen, maar walgt tegelijkertijd van de cynische mentaliteit van de eigenaar van het café waar ze een baantje heeft. Haar vriendin Aisha draagt de hijab wel, maar doet dat deels om te verhullen dat zij geen maagd meer is. Haar broer, een ex-politieke gevangene, heeft zich in de gevangenis laten overtuigen van salafistische opvattingen maar schrikt er op den duur toch voor terug deze nietsontziend door te drukken binnen zijn familie. Een volstrekt verwesterde Frans-Tunesische aannemer flirt met de nieuwe conservatieven, omdat hij denkt dat deze groeperingen het na de revolutie wel eens voor het zeggen kunnen krijgen.

Alles is gecompliceerd, en de uitkomst onzeker, dat lijkt de boodschap van veel films op dit festival. Wat nu precies de resultaten van de Arabische lente zijn? Het is te vroeg voor conclusies, maar zeker is dat de Arabische wereld heftig in beweging is en de Arabische cinema daarin belangrijk wil zijn. Bijna alle films stralen een hoge urgentie uit en zoeken expliciet het conflict. Een filmfestival als dit stelt de kijker in staat een stuk geschiedenis mee te beleven. Wat wil je nog meer?

Cinéma arabe begint vandaag en duurt tot en met 19 mei. In Rialto (A’dam), Lumière (Maastricht), Verkadefabriek (Den Bosch), Filmhuis Den Haag, ’t Hoogt (Utrecht), Lantaren/Venster (R’dam). Op 14/5 is er in Paradiso (A’dam) een concert van Safinez Bousbia. Inl: cinemaarabe.nl