Criminelen in A’dam steeds jonger

Steeds jongere jongens begaan in Amsterdam al zware misdrijven: straatroof, roofovervallen, soms met vuurwapens. „In een enkel gebied wordt 73 procent van alle straatroven gepleegd door jonggeren tussen de 12 en de 17 jaar”, zei politiechef Pieter Jaap Aalbersberg gisteravond tijdens een ‘Stadsgesprek’, georganiseerd door Het Parool

Bij alle trots over de resultaten van de top600-aanpak van veelplegers, maken politie, justitie, burgemeester en hulpverleners zich zorgen over de aanwas van jongere criminelen in de stad. Het zijn vaak de broertjes en zusjes (brusjes” noemde burgemeester Eberhard van der Laan hen) van gekende criminelen. Een ‘fout’ rolmodel in het gezin is volgens Van der Laan ,,de grootste criminaliteit-bevorderende factor die er is”. En volgens GGD-directeur Paul van der Velpen wijst onderzoek uit dat jongens die het eerst met justitie in aanraking komen, jongens van 12, 13 jaar oud, het langst doorgaan in de criminaliteit.

Amsterdam begon in 2011 met de zogenoemde top600-aanpak. De politie stelde vast dat 600 criminelen, de meeste tussen de 18 en de 28 jaar oud, in de vijf jaar ervoor tezamen 15.000 keer in contact waren gekomen met de politie. Die jonge criminelen worden sindsdien in een gezamenlijke, geconcentreerde aanpak nagezeten door politie en justitie.

In die jaren is de trend van de dalende high impact criminaliteit (straatroof, overvallen, woninginbraak) voortgezet: 58,5 procent daling in Amsterdam – het snelst van Nederland, zei Van der Laan.

Maar naast die verheugende cijfers baren twee trends zowel de politie als hulpverleners zorgen: de criminaliteit die ‘overblijft’ is zwaarder en de verdachten „worden weer jonger”, aldus Aalbersberg.

Burgemeester Van der Laan vindt het project geslaagd als „het lukt 300, 400 of 500 van deze jongens weer een plek in de samenleving te geven”. De harde kern zal „langdurig en intensief” behandeld moeten worden, zei Theo Hofstee, de Amsterdamse hoofdofficier van Justitie. Daarbij is misschien „dwang en drang” nodig. „We moeten andere vormen van behandeling gaan verkennen.”

Vanaf juli wordt het top600-project uitgebreid met intensieve nazorg voor jongens die vrijkomen, kondigde Van der Laan aan. De eerste 48 uur na vrijlating zijn zij heel kwetsbaar omdat ze „niets” hebben, zei hij, geen geen papieren, geen woning, geen geld. Een groot deel begint dan start in die eerste 48 uur al weer met roven, diefstal en inbraak. Vanaf juli zullen zij worden opgevangen bij de gevangenispoort en krijgen ze ondersteuning bij het vinden van werk, dagbesteding en woonruimte.