Carice en haar beertje

Sinds 24 april plaatst actrice en zangeres Carice van Houten praktisch dagelijks een Engelstalig filmpje op Twitter van zichzelf en haar mottige teddybeer Edward. Elk filmpje duurt precies 6 seconden en is gemonteerd in een loop, een lus die voor eindeloze herhaling zorgt. De titels zijn Edward and I tot en met (afgelopen maandag) Edward XII.

Die zes seconden en de loop zijn definiërende eigenschappen van de in januari gelanceerde en sindsdien zeer populaire Twitter- app Vine. Het doet een beetje denken aan het bekendere GIF-formaat, maar met de app (die het vooralsnog alleen doet op een iPhone en niet op een iPad) is het creëren van je eigen videokunst nog eenvoudiger geworden. Zolang je met je vinger het beeldscherm aanraakt, worden beeld en geluid geregistreerd, je maakt een cut door je vinger even weg te halen.

De populariteit van Vine heeft ook te maken met het feit dat Twitter in tegenstelling tot Facebook niet inhoudelijk toetst op aanstootgevendheid. Door te verklaren dat je 17 bent, kun je ook porno kijken en maken, zoals de notoire porn loops uit de jaren 60.

De Vine-filmpjes zijn te volgen op aparte Twitterkanalen, maar je kunt ook de maker gewoon volgen. Er staat veel onzin op, maar die Edwards van Carice van Houten (geen porno) zijn wel degelijk interessant, omdat ze weet wat film kan doen en in enkele seconden een emotie kan acteren. Soms is ze boos op de beer, omdat hij niet in het bad wil, maar er zijn ook melancholieke, verliefde en vrolijke afleveringen. Ze lijken altijd te zijn gemaakt vlak voor het slapen gaan en deel uit te maken van een trance of een andere half bewuste toestand, als in een droom.

Toen schrijver Heleen van Royen vrijdag bij Pauw & Witteman (VARA) haar reeks zelfportretten in de spiegel op Facebook „conceptuele kunst” noemde werd ze iets te hard uitgelachen. Van Royen is een minder goede fotograaf dan Van Houten een filmer, maar haar narcistische project kun je wel degelijk ook scharen in de trend van (video)kunst voor en door iedereen.

Tot nu toe waren de in musea en galeries vertoonde, in eerste instantie door de vorm geobsedeerde bewegende beelden de elitaire tegenhanger van de verhalende bioscoopfilm. Als je geen verhaal vertelt met een kop en een staart, dan kunnen gewone mensen het immers niet volgen. Ook dit cliché over hoge en lage cultuur is nu door de stormachtige ontwikkeling van nieuwe media snel aan het verdwijnen. Iedereen heeft een vinger, sommigen weten heel goed wat ze ermee moeten doen.