Wiskundige met een staart

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Het feest was volkomen over the top. Zo New Yorks als je het maar kunt krijgen. Het beroemde Plaza Hotel op Fifth Avenue was omgetoverd in een tropisch paradijs, inclusief vogels in kooien, felgekleurde strelitzia’s of birds-of-paradise-bloemen in metershoge vazen, en een cocktailbar in de vorm van een drijvend eiland.

De reden? Een verjaardagsfeestje. En wel, de 75ste verjaardag van Jim Simons. Deze wiskundige besloot na een geslaagde carrière in de wetenschap de wereld van risicovolle beleggingsfondsen in te gaan. Het leek hem toe dat wiskundige modellen daar geschikt voor zouden zijn. Veel geschikter dan intuïtie, of kennis. Hij trok de beste wiskundigen aan om deze modellen te ontwikkelen en van daaruit te opereren. Renaissance, het bedrijf dat hij oprichtte, werd een succes. De economische crisis, waarbij iedereen geld verloor, ging onopgemerkt aan hem voorbij.

Simons is nu een van de 35 rijkste mensen ter wereld. Geld dat hij voornamelijk weggeeft. Zijn favoriete goede doelen zijn autisme, want zijn dochter is autistisch; gezondheidszorg in Bali, het land waar zijn zoon Nick verdronk tijdens het duiken; een natuurreservaat vlakbij zijn huis op Long Island, waar zijn zoon Paul op de fiets verongelukte; en de wiskunde, zijn grote liefde.

Hij is altijd een beetje een wereldvreemde wiskundige gebleven, die het liefst op de achtergrond blijft. Hij citeerde ooit een zin uit Animal Farm van Benjamin de ezel: „God heeft me een staart gegeven om de vliegen weg te slaan, maar liever nog had ik geen staart en ook geen vliegen.”

Het feest was door zijn vrouw georganiseerd. Hij liep dan ook wat verdwaasd rond tussen de honderden mensen in galajurken en smoking. De wereld van de rich and famous met hun champagnedromen en kaviaarwensen deed hem niets. Ik zag hem af en toe een slok water nemen.

Een heel jazzorkest verzorgde de muziek en er werd gedanst. Niet door hem overigens. Zoals dat op dit soort gelegenheden gaat, trok zijn leven in soundbites op een projectiescherm voorbij. Foto’s van een jonge Jim met een zonnehoedje op, trots voor de door hem opgerichte Simons Foundation, waar het eerste paaltje in de grond werd geslagen, glimmend op zijn trouwdag, als jonge vader met zijn kinderen op vakantie in de bergen. Er waren speeches van mensen die zijn moed prezen, zijn inzicht, zijn talent. Hij zat erbij of hij het liefst met zijn staart vliegen van zich afsloeg.

Ten slotte werd hij naar het podium gehaald. Iemand duwde de microfoon onder zijn neus. Van de speeches klopte niet veel, begon hij. Hij was maar een gewoon mens. De interviewer vond het blijkbaar wat kort en vroeg of hij gelukkig was. Zoveel vrienden bij elkaar. Zoveel bereikt. En dan dit fantastische feest vol vrolijke mensen die speciaal voor hem gekomen waren.

Simons zweeg even en wij keken gespannen toe. Toen wees hij naar het plafond van de hoge balzaal. Op dat moment keken alle aanwezigen omhoog. En toen zag ik het pas. Op het plafond tussen de kristallen kroonluchters waren zijn beroemde wiskundige formules geprojecteerd in een wat slordig handschrift. Een vlekkende pen, een doorgekraste zin. De eerste versie van een enthousiast jongmens die gehaast schrijft, omdat hij iets op het spoor is. De flow van de ontdekking van iets groots.

Dit, zei hij, raakte hem het diepst van al, een sterrenhemel vol formules.