Voorbij het gruis en puin

Somalië // Sinds de jaren negentig staat Somalië gelijk aan geweld en wetteloosheid Vandaag begint een donorconferentie in Londen en er is goed nieuws: het gaat beter Investeerders tonen vertrouwen

Mogadishu, Somalia, May 5 2013 Modishu under reconstruction. As the London conference starts, people in Mogadishu have started to refurbish and renovate the capital city. A restaurant is starting from scratch to make a fruitful business. photo: Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte

De inwoners van Mogadishu staan ’s ochtends in de file en ’s avonds slenteren ze langs voedselkiosken en voeren ze gesprekken in theetenten. De Somalische hoofdstad heeft het afgelopen jaar een metamorfose ondergaan: van gevaarlijkste stad ter wereld naar een stad vol hoop. „Dit is een cruciaal moment voor Somalië”, zei president Hassan gisteren in een gesprek met de Britse krant The Telegraph. Hij is vandaag aanwezig op een grote conferentie over Somalië in Londen.

Vrede kent Somalië nog niet, maar de burgeroorlog is ten einde en de islamitische terreurorganisatie Al-Shabaab controleert geen grote steden meer. Er waren de afgelopen vijf jaar al eerder periodes met relatieve rust, maar het grote verschil is nu dat de Somalische diaspora voor het eerst groot vertrouwen toont. Door de investeringen van Somaliërs in het buitenland krijgt de hoofdstad een ander gezicht.

Mogadishu was één van de oudste en mooiste Afrikaanse steden tot de burgeroorlog in 1990 begon en de stad aan flarden werd geschoten door clanstrijders die elkaar met raketwerpers bestreden. Daarna volgden vele jaren waarin de stad was opgedeeld tussen krijgsheren die ieder een paar straten controleerden en inkomsten vergaarden door afpersing bij wegversperringen. Na 2006 kregen islamitische radicalen grote invloed, maar twee jaar geleden werden zij straat voor straat verdreven door een Afrikaanse vredesmacht. Sindsdien gaat het gestaag beter met Somalië.

Jarenlang deed het gruis van de kapotte gebouwen iedere structuur van het oude Mogadishu vervagen: brede avenues waren tot kleine paden vervallen. Maar nu wordt alles opgeruimd, liggen er overal zakken cement te wachten en verrijzen er gebouwen van soms wel tien verdiepingen. Er zijn enkele ziekenhuizen, supermarkten en restaurants, en enkele maanden geleden ging het nationale theater open. De verbeterde veiligheidssituatie is bovenal het werk van de Afrikaanse vredesmacht van 18.000 militairen, voor een groot deel Oegandezen, Burundezen en sinds vorig jaar Kenianen in de zuidelijke stad Kismayo. Ethiopië, dat ook militairen heeft gelegerd in Somalië, maakte onlangs bekend deze te willen terugtrekken.

Nog steeds vinden er aanslagen plaats door Al-Shabaab in Mogadishu. „We sluiten niet uit dat dergelijke acties voorkomen”, vertelde president Hassan. „Dat gebeurt in Kabul, Bagdad, Mogadishu, in vele plaatsen ter wereld. Het betekent een bedreiging, maar we leven ermee.”

Op een donorconferentie voor Somalië vandaag in Londen wordt opnieuw gepraat over hervorming en uitbreiding van de Somalische veiligheidstroepen. Met een salaris van 100 dollar per maand bestaat er weinig motivatie onder Somalische militairen om het op te nemen tegen de zelfmoordenaars van Al-Shabaab. Bij een aanval op het Hooggerechtshof vorige maand schoten regeringssoldaten in verwarring op elkaar.

Ander goed nieuws uit de Somalische regio is de afname van piraterij. „De piraterij is met 75 procent afgenomen”, zei vorige week Donna Leigh Hopkins, hoofd van de groep van landen die piraterij rond de kust van Somalië bestrijden. Dit is te danken aan de vloot buitenlandse fregatten die de Somalische kust bewaken en het toenemende aantal schepen die particuliere beveiligers inhuren.

„Het is te vroeg om te juichen dat het probleem van de piraterij is opgelost”, zegt Andrew Mwanguru, de Keniaanse ‘piratenfluisteraar’ met uitstekende contacten. Zijn organisatie in de Keniaanse havenstad Mombasa houdt het aantal zeekapingen bij en behartigt de belangen van de gegijzelde zeelui. „De piraten en hun sponsors zijn er nog steeds.” Volgens hem werden er sinds begin dit jaar tien pogingen tot piraterij uitgevoerd, slechts een aanval lukte en dit schip werd vrij snel ontzet. Er zijn volgens Mwanguru nog steeds zes grote schepen gekaapt met 156 bemanningsleden in gijzeling.

Hij wijst erop dat ook clanleiders langs de kust hun steentje hebben bijgedragen. „Er zijn een paar keer bombardementen uitgevoerd op piratendorpen en de ouderen proberen nu de jongeren te overreden niet meer aan zeeroverij mee te doen. Hoewel er de afgelopen twee jaar ongeveer 200 piraten op de hoge golven zijn verdronken, blijft piraterij een winstgevende en dus aantrekkelijke bezigheid.”