Sappelen en treuzelen

Het komt niet vaak voor, maar soms heb ik geen uitgesproken oordeel over een televisieprogramma. Dat kan zijn omdat de voors en tegens elkaar in evenwicht houden, wegens een haat-liefdeverhouding met het onderwerp of gewoon door een heen en weer geslingerd worden tijdens het kijken tussen verrukking, ergernis en aarzeling. Al deze opties zijn voor mij van toepassing op het tweede seizoen van Levenslied (NCRV), een dramaserie over de wederwaardigheden van de leden van een Haarlems popkoor.

Het is evident dat ik meer affiniteit heb met het grootsteedse cynisme van het eveneens op maandag uitgezonden Charlie (AVRO). Maar ik moet toegeven dat personages in die serie als Halina Reijns medicijnverslaafde verpleegkundige en Katja Schuurmans kokette, naar liefde snakkende arts nogal ver van het bed van de modale Nederlander staan. Het provinciale gesappel, getrut en getreuzel in Levenslied zijn een stuk realistischer.

Een spannende combinatie van drie scenaristen (Stan Lapinski, Dick van den Heuvel en Nicolette Steggerda) onder de creatieve leiding van Pollo de Pimentel (regisseur van Dokter Tinus) creëerde voor televisie uitzonderlijke personages. Neem nu Elske (Caro Lenssen), alleenstaande moeder van twee kinderen die als caissière bij de supermarkt werkt en nu „proefverkering” heeft met de licht chaotische bink Thomas (Cees Geel). Hij zoekt „een zuivere ziel”, die Elske ongetwijfeld bezit, maar ze schrikt steeds terug voor een relatie. Ze kreeg vorige week een gouden zinnetje in de mond gelegd: „Je moet eerst iemand worden om iemand te kunnen zijn voor iemand anders”.

Het nadeel van het format is dat dit aantrekken en afstoten zo eindeloos uitgesmeerd wordt, dat je het niet meer gelooft. Ook zijn er personages die, hoe grappig ook bedacht en gespeeld, elke geloofwaardigheid tarten, zoals de wereldvreemde en sarcastische president-directeur Lucas (Hans Dagelet), die geen idee heeft wat er in zijn bedrijf gebeurt: „Hebben we hier een afdeling die kopieën kan maken? O, dat heet de repro en het is in de kelder. Zo leer je nog eens iets.”

Ik heb ook moeite met het a capella repertoire van het koor, dat steeds uit dezelfde opgewekte vaatjes tapt. Maar al die bezwaren nemen niet weg dat ik elke aflevering ademloos uitkijk en geen detail wil missen van deze tedere soap voor volwassenen. Het acteren is een feest, ook in kleine bijrollen, zoals vorig seizoen de zwanenzang van Piet Römer en Antonie Kamerling.