Onderzoek op tv: niemand durft gevaarlijk te denken

Onderzoeksjournalistiek zou bij de omroep centraal geregeld moeten worden, bleek uit een debat gisteren. Of is de guerrilla-aanpak beter?

„Roeren in stront”, is volgens Bart Nijpels van KRO Reporter de belangrijkste functie van onderzoeksjournalistiek. De journalist zei dit gisteravond in het NRC Restaurant Café te Amsterdam, in een debat over onderzoeksjournalistiek op radio en televisie.

Het debat was georganiseerd door Andere Publieke Omroep (APO), een lobbygroep die de publieke omroep wil terugbrengen tot zijn kerntaak: „het bieden van hoogwaardige informatie, educatie en cultuur.”

Gespreksleider Nico Haasbroek, ex-hoofdredacteur NOS Journaal, opent de discussie door te stellen dat het begrip onderzoeksjournalistiek ruim opgevat mag worden. Het gaat om ‘kritische en diepgaande informatie’.

Daarvoor is betere toegang tot overheidsinformatie noodzakelijk, betoogt voormalig Kamerlid Mariko Peters (GroenLinks). Ze presenteerde vorig jaar op haar laatste dag in de Tweede Kamer een wetsvoorstel om de openbaarheid van bestuur en vrijheid van informatie te verruimen, bijvoorbeeld door openbaar te maken hoe publiek geld wordt besteed. Peters: „Op 5 juli zal Plasterk een plan indienen voor hoe hij met openbaarheid wil omgaan. GroenLinks wil voor die tijd de nieuwe wet in de Kamer hebben liggen.”

Maar al die informatie moet eerst doorgespit worden. Als alle informatie die nu beschikbaar is op cd’tjes zou worden gezet, kun je vijf stapels van hier tot aan de maan maken, schrijft historicus Chris van der Heijden deze week in De Groene.

Volgens Frank Wiering, oud-hoofdredacteur televisie bij de VPRO en eindredacteur bij Tegenlicht, is de journalistiek te volgend. „Iedereen doet wat een ander doet, niemand durft gevaarlijk te denken.”

Margo Smit van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten, vreest voor ‘vergrijzing van de onderzoeksjournalistiek’: „Onderzoeksjournalistiek wordt vaak gezien als iets dat je pas gaat doen als je verder in je vak bent. Juist jonge journalisten kunnen dingen die wij niet kunnen. Ik ben bang dat zij eruit gaan als het straks nog slechter gaat met de omroepen.”

Het is inderdaad lastig geld verdienen als jonge onderzoeksjournalist, bevestigt freelancer Sanne Terlingen. Ze zei dat geen enkel medium haar scoop wilde hebben over een Quote 500-miljonair die kinderen in Afrika misbruikte, en dat dit kwam doordat zij een jonge freelancer is.

Het opzetten bij de publieke omroep van een centrale redactie voor onderzoeksjournalistiek zou kunnen helpen, oppert Haasbroek. Het samenvoegen van redacties is echter geen goed idee, vindt Nijpels van de KRO: „Als je alles bij elkaar flikkert krijg je één groot log orgaan. Het is vergelijkbaar met een leger en een guerrilla. Dan kies ik liever voor dat laatste: kleine groepjes journalisten die gericht onderzoek doen.” Een centraal orgaan zou daarom vooral een coördinerende en voorwaarde scheppende functie moeten hebben, concludeert de gespreksleider tegen het einde van de avond. „Bijvoorbeeld om te kunnen controleren of het geld dat besteed wordt, slim wordt ingezet.”

Over geld gesproken: over de financiering van het ‘nieuwe plan’ heeft het panel – behalve een speciaal STER reclameblok met adverteerders die belang hebben bij onderzoeksjournalistiek – nog geen steekhoudende ideeën. Over één potentiële geldschieter is men het eens: ‘the crowd’. Margo Smit: „Dat werkt. Kijk maar naar De Correspondent van Rob Wijnberg.” Wiering: „Maar iedereen vindt Rob eigenlijk gewoon een ontzettend leuke vent.”