Nieuwe wet: toezichthouder haakt af

Maatschappelijke en politieke zwaargewichten zijn minder bereid om toezicht te houden bij (semi-)publieke instellingen, omdat de regels daarvoor strenger zijn geworden. Een toezichthouder heeft sinds 1 januari maximaal vijf functies en kiest daarom vaak liever voor een lucratieve post in het bedrijfsleven.

Dit zegt Freek Muller, leidinggevende bij een recruitmentbureau dat toezichthouders werft voor publieke instellingen. „Wat je ziet is dat bekwame mensen die hart hebben voor de publieke zaak scherper kiezen. Het afbreukrisico is in de publieke sector groter terwijl de vergoeding vaak lager is dan in de private sector.”

Sinds 1 januari van dit jaar is een wet van kracht die het aantal nevenfuncties beperkt. De noodzaak daarvoor werd de afgelopen jaren onderstreept door debacles bij instellingen waar het toezicht tekortschoot: onderwijskolos Amarantis, de Vrije Universiteit en thuiszorgconcern Meavita. De ondergang van Meavita in 2009 kostte de staat tientallen miljoenen. De Amsterdamse Ondernemingskamer onderzoekt nu de vraag of bestuurders zich aan wanbeleid hebben schuldig gemaakt.

Loek Hermans, leider van de VVD-fractie in de Eerste Kamer, was de hoogstverantwoordelijke bij Meavita. Als toezichthouder van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) kreeg Hermans in 2011 het verwijt dat hij achterover was blijven leunen bij de crisis rond directeur en partijgenoot Nurten Albayrak.

Als toezichthouder heeft Hermans „soms bittere pech gehad”, zegt VVD-prominent Ed Nijpels. „Want het is ondenkbaar dat je alles in de gaten kunt houden.” Maar hij zegt ook dat „de combinatie van politieke en maatschappelijke functies iemand in deze tijd kwetsbaar maakt”, omdat men denkt dat je „niet meer onafhankelijk kan optreden”.