Misschien

Op het koningshuis kun je projecteren wat je wilt. Op de taal ook. Dit zorgt ervoor dat pratende koninklijke types voor een festijn van projectie zorgen. Neem het ‘even wuiven misschien’ van Beatrix. Als je wilt, kun je daar een bevel in zien, van het cynische soort (zeker als je het ‘misschien’ had gehoord als ‘met z’n allen’ - hierover zijn een week na dato nog discussies gaande. Ik ga hier toch maar even uit van ‘misschien’). Een politieman die al te lang in functie is kan dingen gaan zeggen als: „Misschien een idee om een keer een fietslicht aan te schaffen?” Ik zag het ‘misschien’ van Beatrix anders. Als een lieve moeder die wel probeert haar kinderen los te laten, maar dat nog niet echt kan. „Misschien nog even wat aan je huiswerk doen?” Het ‘even’ draagt ook bij aan dat zogenaamd vrijblijvende. We herinneren ons allemaal dat Claus ‘even’ door z’n haar moest gaan. De ijverige moeder denkt later in bed: had ik nou maar mijn mond gehouden, zo leren ze het nooit. Maar ze kan zich niet inhouden, en dat komt voort uit liefde. Ik vond het ‘even wuiven misschien’ daarom ontroerend.

Koning Willem-Alexander kwam ondanks zijn beschermende moeder toch ineens heel individualistisch uit de hoek. De tweede zin die hij op het balkon uitsprak luidde: „Mede namens uw koningin wil ik ook u allen op de Dam in Amsterdam, in Nederland en de Caribische delen van ons koninkrijk hartelijk danken voor steun en vertrouwen wat wij van u hebben mogen ontvangen.” En we projecteren verder: is dit per ongeluk een kromme zin omdat hij voelde dat er wereldwijd miljoenen mensen naar hem zaten te kijken? Omdat hij wist dat elk woord op een goudschaaltje gewogen zou worden? Was dit een koninklijk voorbeeld van plankenkoorts?

Ik zie er iets anders in. Ik zie het foute verwijswoord ‘wat’ als een knipoog naar het Koningslied. Onze nieuwe koning wilde direct laten blijken: „Ach mensen, maak je toch niet zo druk om hoe men zich uitdrukt, als men elkaar maar begrijpt! En dan zál er een dag zijn die je wist dat zou komen, wat dan nog? De achterliggende gedachte is toch wel sympathiek?” Natuurlijk kan een koning dat niet zeggen, en al helemaal niet tijdens zijn balkonscène. Maar om uit solidariteit lekker zelf iets fout te zeggen, dat is klasse.

Wilhelmina kreeg in 1900 als twintigjarige vorstin de president van Transvaal, Paul Kruger, op bezoek. Hij dacht dat het vingerkommetje met lauw water een drankje was, en nam een slok. In een mijns inziens zeer vorstelijke move pakte Wilhelmina meteen ook haar vingerkommetje en dronk het leeg. Zo zie ik ook dat ‘wat’.

Op deze plek schrijft Paulien Cornelisse schrijft elke week een column over taal.