'Mijn leven was niet logisch, mijn theater is dat ook niet'

De jonge Irakese regisseur Mokhallad Rasem maakte een bewerking van Romeo en Julia. Hoe was het het liefdeskoppel vergaan als ze niet waren gestorven?

„We zouden deze voorstelling bij momenten één ster willen geven, op andere momenten verdient ze er vier. We zouden kunnen kiezen voor drie, maar matigheid zou dit stuk oneer aandoen’.

Dat schreef De Standaard over Mokhallad Rasems bewerking van Romeo en Julia. Ook andere Belgische recensenten wisten niet goed wat ze aanmoesten met de voorstelling.

De twijfel werd misschien veroorzaakt door de kleine hype die in de Belgische theaterwereld rondom de voorstelling was gecreëerd. Rasem (Bagdad, 1981) is een van de theatermakers die door het prestigieuze Antwerpse stadstheater Toneelhuis werden uitgenodigd vier jaar lang in hun schouwburg te werken.

Eind 2012 werd bekend dat hij een Romeo en Julia zou maken met in de hoofdrollen het acteurskoppel Gilda de Bal en Vic de Wachter.

Rasem liet weten dat hij tijdens een bezoek aan zijn thuisland het idee kreeg te werken rond de vraag ‘Wat als Romeo en Julia niet waren gestorven?’ De inspiratie kwam na het zien van het uitgebrande autowrak van zijn buren. „Mijn moeder vertelde dat de oude geliefden, voor ze om het leven kwamen, altijd samen in die auto zaten: op weg naar het park, een restaurant, de stad. Dat wrak herinnerde haar aan de liefde tussen twee mensen”. Voeg bij die inspiratiebron het feit dat de vorige voorstelling van Rasem prijzen won, en er ontstaan verwachtingen.

Vlak na de Antwerpse première relativeert Rasem de hype: „Ik heb de voorstelling gemaakt die ik wilde maken. Een podium is een podium voor mij.” Zijn gebrekkige Nederlands compenseert hij door buitengewoon enthousiast te vertellen en geregeld in een bulderlach uit te barsten. Dat de Belgische pers aandacht had voor het verloop de repetities was voor Rasem nieuw. „Het kwam gedeeltelijk doordat onze Nederlandse dramaturgiestagiaire blogde over de repetities.”

Hij vindt die aandacht vooraf wel goed: „Het ontstaansproces van een voorstelling is belangrijk. Mensen die erover hebben gelezen, zullen meer zien in de beelden die ik creëer.” Want dat is wat hij doet: een opeenvolging van beelden creëren. Af en toe zijn die verontrustend. Hoewel de oorlog minder aanwezig is dan in zijn vorige voorstellingen, schemert hij ook door in deze liefdesgeschiedenis, bijvoorbeeld wanneer de acteurs voor familiekiekjes poseren met gasmaskers op.

Maar Rasem beeldhouwt ook esthetische beelden, zoals de gedanste versie van het slot van Shakespeares klassieker. En ongemakkelijke beelden, zoals de oudere Romeo die tegen Julia roept dat hij haar niet langer aantrekkelijk vindt.

Rasem: „Ik doe het niet doelbewust, maar ik merk dat al mijn voorstellingen nogal fragmentarisch zijn. Chronologie en logica interesseren me niet.” Hij verwijst, verklarend, naar zijn eigen leven. „Ik heb zelf geen logisch leven geleid. En ik wil dat mijn voorstellingen vertrekken vanuit de realiteit: mijn taal en beelden gaan van punt naar punt, niet van begin, midden naar einde.”

Door de repetitiebeschrijvingen weten toeschouwers dat de twee kinderen, twee dansers en het duo De Wachter en De Bal die Romeo en Julia op verschillende leeftijden spelen, moesten wennen aan Rasems werkwijze. „Ik kwam naar de repetities zonder scenario maar met een opeenvolging van concepten; zaken die overal ter wereld terugkomen in relaties: ruzies, verlies, herinneringen”, vertelt Rasem. „Ik bracht Oosterse liefdesteksten mee, maar vroeg ook aan de acteurs fragmenten mee te brengen en gaf hen opdrachten. Mijn taak als regisseur was tijdens het uitvoeren van deze opdrachten de juiste sfeer te creëren en achteraf als een puzzelaar uit de resultaten een geheel te destilleren.”

Rasem beschrijft het ontstaan van de nogal slapstickachtige seksscène die ervoor zorgt dat toeschouwers tweemaal zullen nadenken voor ze nog eens pasta vongole bestellen.

„Ik zal nooit letterlijk seks tonen dus vroeg ik de acteurs Italiaanse gerechten te bedenken. Eten is zachtheid, genieten, dingen die je met de liefde bedrijven associeert. Vervolgens vroeg ik hen hiermee te spelen: zie het voorgerecht als het opbouwen van intimiteit, het hoofdgerecht – geurig en smaakvol – als omhelzing, enzovoort.”

Die werkwijze is niet de eenvoudigste, te meer daar Rasem verschillende nationaliteiten samenbrengt.

„In het begin denk je: ‘Waar ben ik aan begonnen?’ Maar als je hier in West-Europa de bus neemt, is de realiteit óók dat er mensen inzitten die allen een andere taal spreken.”

Romeo en Julia van Mokhallad Rasem en Toneelhuis speelt 8 mei in de Rotterdamse Schouwburg. lnl: rotterdamseschouwburg.nl

    • Sabeth Snijders