'Il Divo', sfinx, Beëlzebub, Mr. Italy

Zeven keer was Giulio Andreotti premier, zijn naam werd genoemd in vele duistere zaken. Ook als beschermheer in Rome van de maffia.

Italian senator for life Giulio Andreotti looks on before the third round of votes to elect the new Senate speaker in Rome in this April 28, 2006 file photo. Andreotti, seven times Italian prime minister and one of the country's most prominent post-war figures, has died at the age of 94, family sources said on May 6, 2013. REUTERS/Max Rossi/Files (ITALY - Tags: POLITICS OBITUARY) Reuters

Begin jaren negentig wijdde de zanger Francesco Baccini een aantal nummers aan bekende personages, onder wie Giulio Andreotti. Die was toen opnieuw premier, voor de zevende keer. Het gaat zo.

Wie heeft de taart opgegeten? Andreotti!

Door wie is de beurs gedaald? Andreotti!

Wie zit er achter de maffia? Andreotti!

Waarom heb ik nog geen man? Schuld van Andreotti!

En dan komt het refrein:

Laat hem toch met rust, de arme man. Het is typisch Italiaans om hem van alles de schuld te geven.

Baccini had dit lied één keer gespeeld op een concert en overwoog het op te nemen op een nieuwe cd. Andreotti had er lucht van gekregen en liet zijn secretaresse bellen omdat hij het nummer wilde horen (Baccini: „Het is dus waar wat ze over hem zeggen: hij wist echt alles”). Een tijdje later kreeg de zanger een korte reactie, op briefpapier van de premier. Andreotti bedankte hem en schreef dat hij zich had vermaakt met het liedje. Maar korte tijd later was Andreotti premier af, verstoorden twee maffiamoorden zijn droom om president te worden, en verscheen zijn foto op de covers van tijdschriften met daaronder in grote zwarte letters: Beëlzebub – (bijna zoiets als) de duivel.

Andreotti, een kleine man met grote oren en priemende ogen achter een zwarte bril, het hoofd wat tussen de schouders gedrongen door een probleem aan zijn nekwervels, is een symbool. Een symbool van de halve eeuw dat de christen-democraten aan de macht zijn geweest in Italië: hij was in 1947 al secretaris van de ministerraad en werd in 1954 voor de eerste keer minister. Op 33-jarige leeftijd, op de huidige premier Enrico Letta na de jongste bewindsman ooit in Italië. Toen begin jaren negentig het bestel bezweek onder een hele reeks corruptie- en maffiaschandalen, was Andreotti zeven keer premier geweest en in 21 verschillende kabinetten minister, waaronder acht keer op Defensie en vijf keer op Buitenlandse Zaken. Hij was Mr. Italy. Andreotti stond voor het pragmatisme en de Realpolitik die Italië in de jaren zestig een grote economische groei brachten, maar die ook regelmatig ontaardden in machiavellistisch opportunisme.

Dat hij sinds de oorlog op de meeste kabinetsfoto’s stond, illustreert de politieke stabiliteit achter de veelvuldige crises: de samenstelling van het kabinet veranderde, maar het waren altijd christen-democraten. Andreotti is ook de verpersoonlijking geworden van een groep politici die, soms lichtzinnig en soms doelbewust, het op een akkoordje hebben gegooid met de maffia, in ruil voor stemmen.

Deze op het eerste gezicht bescheiden politicus, die iedere ochtend naar de kerk ging, was een spin in de vele webben van intriges die in Italië zijn en worden gesponnen, met een berucht archief vol belastende gegevens. Regisseur Paolo Sorrentino heeft dat meesterlijk verbeeld in zijn film Il Divo, uit 2008. „Behalve de Punische oorlogen hebben ze me werkelijk van alles toegeschreven’’, is een van Andreotti’s beroemde uitspraken. Sorrentino laat dat zijn hoofdpersoon herhalen om te vervolgen: „Ik heb nooit een aanklacht ingediend om een simpele reden: ik heb gevoel voor humor. Ik heb nog iets: een groot archief, omdat ik niet veel fantasie heb. Iedere keer als ik over dit archief praat, begint iemand die zijn mond moet houden als betoverd zijn mond te houden.”

Bijna een halve eeuw in het centrum van de macht heeft van Andreotti de invloedrijkste Italiaanse politicus sinds de oorlog gemaakt. Hij liet zich leiden door een vorm van pragmatisme die kon verworden tot cynisme en was daarbij een meester in het koorddansen dat nodig was om aan de macht te blijven. Twee gevleugelde uitspraken in dit verband: „De macht verslijt degene die haar niet heeft”. En: „Ik heb er nooit in geloofd dat de mensheid in twee categorieën onderscheiden kan worden, engelen en duivels. We zijn allemaal middelmatige zondaars.”

Mede daarom is er in de binnenlandse politiek niet goed een constante te ontdekken in het optreden van Andreotti, of het moest zijn dat hij altijd veel rekening heeft gehouden met de belangen van de katholieke kerk – zozeer dat hij een cardinale esterno werd genoemd, een kardinaal buiten de kerk. Clericaal rechts vormde in de jaren vijftig ook het begin van zijn machtsbasis in en rond Rome. Binnen de oppermachtige christen-democratische partij speelde hij meestal op rechts. Maar als het beter uitkwam, draaide hij bij.

Andreotti is in de jaren tachtig zes jaar lang minister van Buitenlandse Zaken geweest, in opeenvolgende kabinetten. Ook daar toonde hij zich een koorddanser. Aan de ene kant koos hij de Amerikaanse zijde in de toenmalige discussie over de plaatsing van kruisraketten. Naar verluidt had hij goede contacten binnen de CIA. Maar aan de andere kant zocht hij voortdurend speelruimte voor de zakelijke belangen van Italië in het Midden-Oosten. Al eerder, met Andreotti als premier, had Italië meer dan andere westerse landen aandacht en begrip voor de Palestijnse beschuldigingen tegen Israël.

De sfinx, zoals Andreotti wel is genoemd, duikt op in veel van de naoorlogse affaires. Met één grote uitzondering: corruptie. Andreotti is nooit beschuldigd van persoonlijke verrijking. Maar, zou je bijna zeggen, dat is ook het enige. Zo is zijn naam vaak in verband gebracht met een drieste couppoging in 1970 en met het frauduleuze bankroet van financier Michele Sindona in 1976. Regelmatig genoemd maar nooit bewezen zijn de vermeende banden met de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due, die eind jaren zeventig probeerde een staat binnen de staat te vormen.

Wel bewezen zijn de banden die Andreotti en zijn adjudanten hebben gesmeed met de maffia. Eind jaren zestig breidde Andreotti zijn politieke machtsbasis uit van Rome naar Sicilië. Hij kreeg binnen zijn partij de steun van de groep Siciliaanse christen-democraten rondom Salvo Lima, een voormalige burgemeester van Palermo die de maffia ruim baan had gegeven bij onroerendgoedprojecten in de Siciliaanse hoofdstad. Lima was volgens spijtoptanten van de maffia ook in de jaren zeventig en tachtig de schakel tussen peetvaders en politici, regionaal en nationaal. De steun van de Siciliaanse christen-democraten maakte het Andreotti in 1972 mogelijk om voor de eerste keer premier te worden.

In maart 1992, toen door een hele reeks corruptie- en maffiaschandalen het oude bestel waarin Andreotti zo machtig was geworden begon in te storten, werd Lima vermoord door de maffia. Het was een wraakactie, vertelden spijtoptanten. Lima zou, mede namens Andreotti, hebben beloofd dat eerdere veroordelingen van peetvaders in een massaal proces ‘geregeld’ zouden worden. Maar dat gebeurde niet. Vier maffiabazen, onder wie Toto Riina en Bernardo Provenzano, hebben in 1998 levenslang gekregen wegens de moord op Salvo Lima.

Al snel regende het concrete beschuldigingen aan het adres van Andreotti. Er had al jaren een vermoeden van maffia om hem heen gehangen, maar vóór 1992 waagde niemand zich daaraan. Nu kwam er een aanklacht: het openbaar ministerie in Palermo vroeg formeel toestemming om Andreotti, die in 1991 tot senator voor het leven was benoemd, te vervolgen omdat hij systematisch Cosa Nostra zou hebben geholpen en beschermd. Alle details kwamen naar boven. Zo zou hij een peetvader met een kus van respect hebben begroet. In 1995 begon het proces tegen Andreotti.

Waar mediamagnaat Silvio Berlusconi op alle mogelijke manieren heeft geprobeerd en nog steeds probeert de processen tegen hem wegens corruptie en financiële fraude te vertragen of te saboteren, is Andreotti de rechtsgang nooit uit de weg gegaan. In 2004 bevestigde het Hof van Cassatie een vonnis in hoger beroep. Lidmaatschap van de maffia: niet bewezen, dus vrijspraak. Concrete samenwerking met de maffia: bewezen voor de periode vóór 1980, maar inmiddels verjaard, dus geen veroordeling. In Andreotti’s samenvatting werd dat: de rechter heeft mij gelijk gegeven.

De afgelopen vijftien jaar heeft Andreotti nauwelijks een rol van betekenis gespeeld in het politieke debat. Italië heeft een andere Mr. Italy gekregen: Berlusconi. En zijn archief, de bron van zoveel mogelijkheden om mensen te beïnvloeden? Het is in 2009 ondergebracht bij een christen-democratische stichting: 3.500 mappen, bij elkaar 600 meter. Of en hoe het ooit openbaar wordt, is nog onduidelijk.