'Ik wil mensen over de drempel heen helpen'

Thomas Beijer (1988) is pianist en componist. Deze week doet hij mee aan de prestigieuze Koningin Elisabeth- wedstrijd in Brussel.

Nederland, Haarlem, 29-04-2013 foto: Bram Budel. Rijzende ster pianist en componist Thomas Beijer op een stapel partituren op de tafel in zijn woonkamer, hij doet mee aan het Koninklijk Elisabeth Concours voor piano in Brussel. Bram Budel

Wat wil je met deelname aan dit concours bereiken?

„Concoursen zijn vreemde gelegenheden. Bij sportwedstrijden kun je bepalen wie de winnaar is. Bij muziek laat zich niet alles toetsen. Ik zie dit concours vooral als een kans stukken die ik graag wil laten horen voor een publiek te spelen; als een muzikale ontmoeting tussen mij en het publiek.”

Hoe zou je jezelf omschrijven?

„Als een pianist-componist. Ik pas in een oude traditie waarin een musicus ook zelf componeert. Als je zelf muziek schrijft, kun je bestaand repertoire van binnenuit leren begrijpen. Muziek wordt te vaak benaderd als iets wat je moet ‘leren’ om het vervolgens op het podium te kunnen ‘afdraaien.’ Maar de kunst is oude muziek te spelen alsof het nieuw is en alsof je het ter plekke verzint.”

Wat wil je als pianist bereiken?

„Het sleutelwoord is communicatie. Er is in het klassieke muziekleven een enorme kloof ontstaan tussen musici en publiek. Musici komen het podium op, zeggen niets, draaien hun stukken af en gaan weer naar huis. Het publiek zit er bij aan de andere kant van een soort glazen muur. Zoiets kun je je bij een popconcert toch gewoon niet voorstellen? Mijn missie is de communicatie tussen musici en publiek te herstellen. Dat kan op verschillende manieren. Zo spreek ik mijn publiek graag toe, om wat uit te leggen over de muziek die ik speel. Ook programmeer ik graag verrassende stukken. In Brussel speel ik bijvoorbeeld Arcana (1944) van Rudolf Escher, een magistraal werk van eigen bodem dat relatief onbekend is. Ten slotte speel ik ook graag eigen werk op concerten. Op al die manieren kun je een recital persoonlijker maken.”

Wie zijn je grootste voorbeelden?

„Ik ben fan van pianist Dinu Lipatti, een perfectionist. Hij kende de muziek die hij speelde zo goed dat hij echt vrij was ermee te doen wat hij wilde. Bovendien was hij wars was van ijdelheid. Verder houd ik erg van Oscar Peterson. Dat enorme gemak en spelplezier! En dat terwijl hij bijna niet beweegt!”

Waarnaar streef je als je zelf muziek componeert?

„Bij veel nieuwe muziek merk je dat die niet voor het publiek geschreven is, maar voor collega-componisten of musicologen. Ik wil graag echt voor een publiek schrijven omdat ik wil communiceren. Het heeft geen zin overal mee te breken en vanuit het niets een nieuwe taal te verzinnen. Want die taal zal nooit begrijpelijk zijn. Je moet je publiek een houvast bieden, en daarvoor heb je tradities nodig. Maar daar kun je vervolgens iets nieuws mee doen. Kijk naar Thomas Adès of Joey Roukens. Die hebben allebei een heel eigen, verrassende stijl, en toch is hun muziek ook herkenbaar en heel communicatief.’

Wat is de belangrijkste les die je geleerd hebt?

„Dat je moet oppassen klassieke muziek niet platter te maken als je haar toegankelijker wil maken. Je moet de drempel niet verlagen, maar je moet mensen over de drempel heen helpen. Neem Arcana van Rudolf Escher. Je moet daarbij weten dat het in 1944 geschreven is, tijdens de Duitse bezetting. Dat moet je een publiek dus uitleggen. Als mensen er moeite voor doen dat te begrijpen, vinden ze het ineens enorm indrukwekkend.”

Beijer treedt op in de voorronde op 11 mei, vanaf 20 u. De concoursoptredens worden op Musiq3.be gepodcast (beschikbaar na 24 uur).