Ik heb helaas geen talent voor mildheid

In de rubriek Thuis& elke week een interview over familie en gezin. Vandaag: schrijfster Alexandra Terlouw.

Twello Alexandra Terlouw op de foto : 3 zussen Alexandra Terlouw ©foto eric brinkhorst eric brinkhorst

De vader van Alexandra Terlouw (78) probeerde tijdens de oorlog op allerlei manieren het leven van Joden te redden. Ze schreef er het boek De man van Tsinegolde over. „Mijn vader zag het als een voorrecht dat hij kon doen wat zijn geweten hem ingaf.” Alexandra Terlouw studeerde taalwetenschap en is getrouwd met oud-politicus en schrijver Jan Terlouw.

Uit wat voor gezin komt u?

„Een hecht gezin met een Joodse moeder en een niet-Joodse vader die veel van elkaar hielden. Ik ben beschermd opgevoed, mijn moeder was altijd bang dat ons iets zou overkomen. Ze liet niet eens toe dat we op straat speelden. Mijn vader ging daar tegen in: hij vond dat we gewoon moesten leren schaatsen en fietsen. Toch heb ik pas na de oorlog leren fietsen, toen mijn moeder al was overleden, en schaatsen kan ik nog steeds niet.

„Mijn ouders namen mij en mijn twee oudere zusjes serieus. Toen er onderduikers bij ons in huis kwamen, hebben ze ons in vertrouwen genomen. We werden zorgvuldig geïnstrueerd: vriendinnetjes mochten niet boven spelen en we mochten er nooit iets over zeggen. Als kind accepteerde ik dat, ik vond het zelfs normaal.

„Op een dag, toen mijn ouders en ik er niet waren, deden de Duitsers een inval in ons huis. De onderduikers hebben ze niet gevonden, ze leken vooral op zoek naar mijn vader, die daarna zelf moest onderduiken. Ik werd ondergebracht bij vrienden. Gek genoeg heb ik me nooit bedreigd of angstig gevoeld. Het diepe gevoel van geborgenheid dat mijn ouders me altijd hadden gegeven, werd door die gebeurtenissen niet verstoord. Ik was natuurlijk nog heel jong. Ik was vijf toen de oorlog begon.”

Hoe zou u uw moeder omschrijven?

„Ik heb haar maar tot mijn tiende gekend. Ze overleed vlak voor het einde van de oorlog aan een nierziekte. Ze was violiste. Ze zei altijd: ik houd van Jan, van jullie én van mijn viool. Ik herinner me haar als een heel liefhebbende moeder. Met die gedachte troostte ik mezelf toen ze er niet meer was. Andere kinderen hadden hun moeder nog, maar de mijne was de allerliefste moeder van de hele wereld geweest.

„Dat mijn moeder stierf, was onzegbaar vreselijk. Die hele periode na de oorlog was er een van diep verdriet. Er kwamen zo weinig mensen terug uit de concentratiekampen.”

En uw vader?

„Hij was intelligent en bescheiden, maar hij hield ook van gek doen. Om tegen de eeuwige bezorgdheid van mijn moeder in te gaan, liep hij op een winterdag zomaar op blote voeten door de sneeuw met een hoge hoed op zijn hoofd. En als hij voor Sinterklaas speelde, zette hij een theemuts op.

„In de oorlog probeerde hij op allerlei manieren Joden te redden. Bijvoorbeeld door met schedelmetingen zogenaamd aan te tonen dat iemand niet Joods kon zijn of door documenten te vervalsen. Dat had hij ook voor mijn moeder gedaan. In die tijd zaten mijn ouders iedere avond aan onze ronde tafel documenten te vervalsen.

„Mijn vader zat in het verzet, maar hij had nooit kritiek op mensen die dat niet deden. Hij had begrip voor hun omstandigheden. Hij zag het als een voorrecht dat hij het wél kon doen.

„Toen mijn moeder stierf, zat mijn vader ondergedoken, maar hij wilde haar toch begraven. Daarvoor nam hij een groot risico. Wij, mijn vader en de kinderen, waren de enigen die erbij waren. Twee vrienden, onder wie de fotografe Emmy Andriesse, stonden op de uitkijk voor als er Duitsers kwamen. Na de oorlog heeft mijn vader me verteld dat hij een pistool bij zich had en tegen Emmy zei: ‘Als de Duitsers komen, schiet ik mezelf dood. Ik weet te veel’. Zij antwoordde: ‘Dat kun je niet maken, met een pistool op zak je vrouw begraven. Geef het aan mij. Als het echt nodig is, schiet ik’. Ik weet niet of ze het ook werkelijk had gedaan.”

Lijkt u op uw vader of op uw moeder?

„Vroeger zeiden ze: wat lijk je op je vader. Dat vond ik nooit leuk, want ik wilde op allebei mijn ouders lijken. In mijn bezorgdheid lijk ik zeker op mijn moeder. Mijn kinderen klagen er wel eens over. Mijn dochter is zelf moeder van volwassen kinderen en nog steeds vind ik het eng als ze ’s avonds over een donkere weg naar huis moet fietsen.

Wanneer was de laatste grote familiebijeenkomst?

„Dat was tijdens de presentatie van mijn boek. Ik heb het hele boek trouwens van tevoren voorgelezen aan mijn vier kinderen. Dat voorlezen is een traditie in ons gezin. Mijn man vertelde onze kinderen toen ze klein waren iedere avond een verhaal. Ik moedigde hem aan die verhalen op te schrijven. Zo zijn al die jeugdboeken ontstaan. Als hij weer een hoofdstuk af had, las hij het voor.

„Ik heb vier avonden lang mijn boek aan mijn kinderen voorgelezen. Ze zaten in dezelfde formatie aan de keukentafel als vroeger. We hebben die avonden veel gelachen en ook gehuild. Wij huilen gauw in onze familie. Mijn vader had dat ook. Hij was een romanticus en snel geëmotioneerd. Toen hij verliefd werd op mijn moeder zei hij tegen haar: ‘Ik kan niet met je trouwen, want ik ben niet goed genoeg voor je.’ Mijn moeder antwoordde: ‘Maar dan wil ik wél een kind van je.’ Voor haar was hij de man met wie ze kinderen wilde.

„Nu zeg ik tegen mijn kleinkinderen: ‘Als je aarzelt of iemand een geschikte partner is, vraag je dan af of je een kind met diegene zou willen’. Misschien komt dat wel doordat mijn moeder dat tegen mijn vader zei. Toen ik Jan ontmoette, vroeg ik me ook af of ik een kind van hem zou willen.”

Hoe vult u uw partner aan?

„Jan is van het grote geheel, ik let op de details. Ik heb Jan ontmoet in onze studententijd. Ik werd smoorverliefd op hem toen ik zag hoe soepel hij problemen oploste en mensen bij elkaar bracht. Bij hem kwam iedereen tot zijn recht. Nu ik dat zo vertel, besef ik dat hij eigenlijk wel een beetje op mijn vader lijkt.”

Wat is de les die u van uw vader hebt meegekregen?

„Wees mild. Als ik als kind vond dat ik onheus was behandeld, zei mijn vader: ‘Maak je niet druk. Wees blij dat je zelf niet zo bent’. Ik heb helaas geen talent voor mildheid, ik ben een kattenkop. Maar de belangrijkste les van mijn vader was dat hij het als een voorrecht zag dat hij kon doen wat zijn geweten hem ingaf. Dat heb ik proberen door te geven in mijn boek. Want dat geeft hoop.”