‘Hello, I’m looking for a job’ , zegt Marta

Er waren nog nooit zoveel werklozen in Spanje als nu. Sommigen proberen in Nederland een baan te vinden. Hoe? En lukt het? Op banenjacht met Marta Lopez Segura.

Om haar kansen op werk in Nederland te vergroten krijgt aspirantmigrant Judith Herrera (27) in Spanje alvast les in Nederlands en fietsen. Foto Jasper Juinen / Getty Images

De verkoopster van kledingwinkel Pieces op het centraal station van Leiden kijkt een beetje paniekerig op. „Uhmm, uhmm, do you speak Nederlands?”, vraagt ze dan. De 22-jarige Marta Lopez Segura uit Spanje glimlacht even. „No, I don’t speak Dutch.” Waarmee haar lot bezegeld is. Voor haar geen baantje als kledingverkoper.

Jammer, want volgens twee papiertjes op het raam van de winkel zijn ze hard op zoek naar nieuwe krachten. Zowel fulltime als parttime. „We are looking for you!”, staat er groot en in het Engels op de ramen van de winkel. De medewerkster: „I’m really sorry. Our customers like to speak their own language.”

Ruim een half jaar geleden verhuisde Marta Lopez Segura vanuit het Zuid-Spaanse Murcia naar Nederland. Hier zou ze het werk kunnen vinden dat in Spanje niet meer te krijgen is. Lopez is afgestudeerd docent psychische educatie. Om tijdens de zoektocht een dak boven haar hoofd te hebben, start ze haar Nederlandse avontuur als au pair.

Lopez past in Alphen aan den Rijn op twee kinderen uit een gezin waarvan vader en moeder allebei werken. Ze verdient 300 euro per maand, dat ze besteedt aan cursussen Engels en Nederlands. Via de e-mail vertelde Lopez al dat het voor haar „echt onmogelijk” is om in Nederland een goede baan te vinden, net als in Spanje. Nu wil ze het laten zien, tijdens een banenjacht in Leiden.

Op de planning staat een rondgang langs winkels, cafés, restaurants en uitzendbureaus. Wat voor werk ze krijgt, dat doet er niet toe. Fulltime of parttime, productie- of schoonmaakwerk, het maakt allemaal niet uit. Lopez: „Als ze me betalen, ben ik tevreden. Op een baan in mijn eigen vakgebied hoop ik al lang niet meer.”

Terwijl de Nederlandse temperatuur is gestegen tot 20 graden Celsius, trekt Lopez haar winterjas met bontvoering nog eens over de schouders. Ze rilt even als een jongen in shorts voorbijloopt: „Die korte broeken hier, dat is toch ongelofelijk!”

Dan gaan de gedachten naar Spanje. „Ik mis mijn oude leven”, zegt Lopez. Rugbyen met haar universiteitsteam, het flatje waar ze met vriendinnen woonde en studeerde in Murcia, haar familie en de zon. Na het behalen van haar diploma heeft Lopez er in Spanje alles aan gedaan om werk te vinden, maar niets lukte. „Ik heb honderden bedrijven aangeschreven en scholen waar ik les kan geven, maar ik kreeg welgeteld één reactie terug. Die was niet positief.”

Lopez stapt uitzendbureau Timing binnen. „Hallo, ik zoek een baan”, zegt ze in het Engels. Een medewerker: „Do you speak Dutch?” De man legt later uit dat Timing zich richt op laagopgeleide werknemers. Fabriekswerk. De teamleiders spreken vaak geen Engels en daarom vragen werknemers specifiek om Nederlands sprekend personeel.

Even later, in skatewinkel Warehouse, stelt manager Peter Hartman dezelfde vraag: „Do you speak Dutch?” Hartman trekt zich Lopez’ lot aan, maar een baan heeft hij niet voor haar. De manager: „Ik denk dat je een baan moet zoeken waar je Spaans echt een voordeel is. Een Spaans of Argentijns restaurant. Tja… in een winkel als deze moet je toch echt Nederlands spreken. Het spijt me ontzettend.”

Zoals Marta Lopez zijn er velen. In verschillende interviews met Spanjaarden in Nederland komen dezelfde verhalen naar voren. In Spanje is werk vinden schier onmogelijk, en in Nederland eigenlijk ook. Andrea Vieites Vázquez (28), communicatiespecialist, doet vrijwilligerswerk, omdat een echte baan niet lukt: „In Nederland heb ik geprobeerd een netwerk op te bouwen. Ik heb letterlijk op allerlei deuren geklopt om mijn geluk te beproeven, heb me ingeschreven op allerlei banenwebsites en ben Nederlands gaan leren. Het was allemaal ontzettende tijdverspilling. Niets werkte.”

Aida Vilamala Ausió (22) is inmiddels alweer weg uit Nederland, teleurgesteld. Ze heeft hier aardbeien geplukt. Het idee was om daarmee te beginnen en eenmaal in Nederland een „echte baan” te gaan zoeken. Het liep anders: „Dat was een drama. Ik kreeg niet uitbetaald en was erg eenzaam. Ik had geen vrije tijd, en dus ook geen tijd om beter werk te zoeken. Ik kreeg niet eens geld om de bus naar de stad te pakken om werk te zoeken. Ik dacht dat ik hier een fulltimebaan kon vinden, tegen een salaris van ongeveer 1.500 euro per maand. Wat ik aantrof was heel anders. Nulurencontracten en onzekerheid.”

Uit de gesprekken blijkt de frustratie bij de jonge Spanjaarden. Ja, ze hebben hard gewerkt, vertelt Vázques: „Ik vind het vreselijk dat er mythes bestaan over Spanjaarden, dat ze lui zijn, dat ze alleen maar siësta houden. Dat we élke dag een siësta houden. Als iemand me daarmee confronteert, kan ik alleen cynisch vragen of diegene het serieus meent.”

Marta Lopez: „In Spanje bestaat werk niet, voor jongeren. Je studeert, je studeert en je studeert, maar waarvoor? Het imago van Spanje is niet meer goed in Europa. Als ik hier in Nederland ben, voel ik me een Turkse of Marokkaanse gastarbeider. We zijn een land geworden waar zielige werkzoekers vandaan komen, geen mooi vakantieland meer.”

Aan het einde van de dag in Leiden waagt Marta Lopez nog één poging. Ze stapt uitzendbureau Studentalent in. Accountmanager Jan de Bondt: „How is your Dutch?” Marta, met grijns: „Goed.” Dan in Engels: „Ik weet dat ik voor een echte baan Nederlands moet spreken. Dat ben ik aan het leren.”

De Bondt bekijkt haar cv. Dat ziet er prima uit: „Misschien hebben we wel wat voor je.” Hij zal bellen naar een internationale school in Den Haag en er zijn wellicht mogelijkheden bij het cateringteam van de universiteit Leiden. Ze spreken af contact te houden.

Dichterbij een baan was de Spaanse nog niet. En toch, als ze naar buiten stapt, zegt Marta Lopez dat ze er nog weinig vertrouwen in heeft. Maar als Studentalent enkele dagen later laat weten dat de internationale school geïnteresseerd is, krijgt ze nieuwe hoop. „Misschien dat het na al die afwijzingen nu eindelijk gaat lukken.”