Gij, wie, dat, worm, geven, spugen, hand

De oudste gemeenschappelijke taal van Europa en Azië gaat waarschijnlijk 15.000 jaar terug in de tijd. Dat concludeert een onderzoeksteam onder leiding van de bioloog Mark Pagel. De onderzoekers zijn zelfs 23 woorden uit die taal op het spoor, zo schrijven ze deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition).

Meestal wordt reconstructie van woorden uit zulke oude talen onmogelijk geacht. Want over zo’n lange periode ontstaan er in woorden zo veel toevallige veranderingen dat verwantschap van woorden in de huidige talen niet meer te achterhalen valt.

Het team van Pagel ging daarom niet uit van klankverwantschap, maar van het principe dat de meest gebruikte woorden het minst veranderen. De onderzoekers vergeleken daarom lijsten van gereconstrueerde oerwoorden van de zeven Euraziatische taalfamilies met een standaardlijst van tweehonderd meest gebruikte woordbetekenissen (zoals water, klein, man, kind, dier, vis, jij, ik). Deze gereconstrueerde ‘oerwoorden’ uit de Indo-Europese, Altaïsche, Kaukasische, Oeralische , Dravidische, Inuit-Aleoetische en paleo-Siberische taalfamilies zijn afkomstig van een groot Russisch-Amerikaans taalproject: The Languages of the World Etymological Database van Sergey Starostin. De tweehonderd meest gebruikte woordbetekenissen komen uit de veelgebruikte Swadesh-lijst. Sommige Swadesh-woorden vielen af omdat ze nauwelijks voorkwamen in de ‘oerlijsten’. Het lijstje van 23 ‘echte’ oerwoorden bestaat uit woorden die in ten minste vier lijsten voorkomen. Op basis van hun analyse stelden de onderzoekers ook een taalstamboom op, waarbij het proto-Dravidisch (de Indiaase oertaal) de eerste afsplitsing is, 15.000 jaar terug.

„Het op deze manier vergelijken van talen is een normale procedure in de historische taalkunde”, legt Sasha Lubotsky desgevraagd uit. Hij is hoogleraar vergelijkende Indo-Europese taalkunde in Leiden. „Dit is echt mooi gedaan. Zo’n datering moet je altijd met een korrel zout nemen, maar hun stamboom klopt mooi met wat we in de taalkunde al lang wisten.”