Brieven & Tweets

Voor de flexwerker volgt onvermijdelijk de limiet

Saskia Adriaens legt uit wat de effecten zijn van tijdelijke contracten voor journalisten en programmamakers (NRC Handelsblad, 3 mei). Ik herken haar schets van de onzekerheid, de ongelijkheid en de starheid die de ‘flexcontracten’ nu veroorzaken. En ik herhaal hier nog eens haar waarschuwing dat het sociaal akkoord de positie van mensen met tijdelijke contracten verslechtert door de termijn van zes maanden voordat je weer een tijdelijk contract kunt tekenen.

Ik wil nog iets toevoegen aan het betoog. Deze situatie geldt voor iedereen met een tijdelijk contract! Bijvoorbeeld ook voor docenten. Ook zij krijgen na enkele tijdelijke contracten niet automatisch een vast contract. De kwaliteit van de betrokken medewerker speelt in deze helaas geen enkele rol. Sterker nog: als je maar goed werk levert en dus steeds weer ‘tijdelijk’ aangesteld wordt, loop je onvermijdelijk tegen deze uiterste limiet op.

Karin van der Linden

Docent Engels

Finnen waren superieur omdat ze zo goed skieden

Maarten Scholten schrijft dat er in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog flink werd (door)gesport (NRC Handelsblad, 2 mei). Vooral het schaatsen kreeg zijn aandacht. In dat verband heet het ondermeer: „In 1939 versloegen de Finnen de Russen omdat ze beter konden schaatsen.”

Eerst die Finse overwinning. In de zgn. Winteroorlog van 1939/1940 boekten de Finnen aanvankelijk uitstekende defensieve resultaten tegen de aanvallende Russen, maar uiteindelijk werden de Finnen door een Russische overmacht verslagen. Bij de capitulatie verloren de Finnen forse stukken grondgebied en moesten zij enkele marinebases in de Finse Golf aan de Russen afstaan.

Dan dat schaatsen van de Finnen. De Finnen waren tactisch en qua individuele mobiliteit superieur ten opzichte van de Russische infanterie, niet omdat zij goed konden schaatsen – schaatsen was tijdens die Winteroorlog ook volstrekt niet aan de orde en derhalve irrelevant – maar omdat zij heel goed konden skiën (langlaufen).

R.J. Smits

Teteringen

Herdachten we al kauwend ook de dieren?

Stonden we op Bevrijdingsdag ook stil bij de vrijheid van andere dieren dan de mens? Deze vraag drong zich bij me op na het lezen van het artikel Al kauwend herdenken op de achterpagina (NRC Handelsblad, 3 mei). Hierin wordt het idee achter de ‘Vrijheidsmaaltijden’ uitgelegd, die georganiseerd worden door het Comité 4 en 5 mei.

Men kan het zich voorstellen: mensen discussiërend over de bevrijding terwijl ze letterlijk hun mond vol hebben met voedsel afkomstig van dieren die hun hele korte miserabele leven behandeld zijn als ding.

Het volgende provocerende citaat is afkomstig van de Joodse schrijver Isaac Bashevis Singer: „In hun gedrag jegens dieren zijn alle mensen nazi’s. Voor de dieren is het een eeuwig Treblinka.”

Erik van den Doel

Leiden

Bultruggen: Aquarius begint, internet eindigt

Met grote vreugde nam ik kennis van het door Claudia Valk (Brieven, 4 mei) geponeerde krachtveld dat alle dieren met hun bewustzijn met elkaar verbindt waardoor hun communicatie veel sneller verloopt. Is het in de jaren zestig gedroomde Waterman-tijdperk dan toch begonnen? Alleen merkwaardig dat Claudia de krant nodig heeft om dit nieuws te verspreiden onder de diersoort die wij mens noemen, en dat ik het internet en e-mail moet gebruiken om mijn ergernis hierover te ventileren. Waar is dat krachtveld als je het nodig hebt?

Jeroen N. Witmond

Utrecht

Gas geven met schaliegas

Op 1 mei, de Dag van de Arbeid, nam de PvdA in haar partijcongres een motie aan tegen de potentiële winning van schaliegas (NRC Handelsblad, 2 mei). Tegenstanders, waartoe de PvdA nu ook behoort, beseffen helaas te weinig welke consequenties dit heeft voor de verzorgingsstaat.

Het is namelijk aardgas dat sinds 1959 bij de ontdekking van de gasbel in Slochteren onze verzorgingsstaat voor een groot deel heeft gefinancierd. Van de 211 miljard aan aardgasbaten van 1959 tot 2009 is naar schatting maar liefst 25 procent naar de verzorgingsstaat gegaan. In 2012 ontving de overheid nog 12,1 miljard aan aardgasbaten.

Dit aardgas begint echter op te raken en de verzorgingsstaat verliest daarmee een zeer belangrijke financier. Daarnaast zullen we aardgas moeten importeren uit andere landen, zoals Rusland. Deze import zal ons allen jaarlijks kapitalen gaan kosten, terwijl de inkomsten verdwijnen.

Schaliegas bevindt zich in vele delen van ons land en biedt hierdoor een alternatief voor de oprakende aardgasvoorraden. Het biedt daarmee een mogelijkheid om het drastisch uitkleden van onze verzorgingsstaat te ontzien – teneinde een nieuw gat in de begroting te voorkomen. Tijd voor het gas erop met schaliegas.

Bjorn Koolen

Thorn

Boycot dan alle producten die

Made in Israel zijn

Door geneuzel van coalitiepartner de VVD dreigt het voornemen van Timmermans de mist in te gaan om volgens de Europese richtlijn Israël te dwingen producten die uit de kolonies in bezet Palestina komen, als zodanig te kenmerken (NRC Handelsblad, 4 mei).

Van de liberalen moet volgens hun afgedraaide mantra de markt het werk doen. Het is een raadsel hoe dat moet als die illegale producten niet herkenbaar zijn.

Er is nu maar één radicale oplossing voor consumenten: gewoon alle producten boycotten waarop Made in Israel staat. Er zijn meer dan genoeg redenen om deze staat als paria te behandelen, net zoals dat indertijd met Zuid-Afrika is gedaan.

Natuurlijk brachten acties als ‘Eet geen Outspan-sinasappels’ niet meteen het einde voor het apartheidsregime, waarmee Israël overigens frappante overeenkomsten vertoont.

Maar het verbreken van allerlei banden deed wel pijn en heeft op lange termijn zeker bijgedragen aan de ondermijning van de blanke verwatenheid.

Anton van Hooff

Nijmegen

Bourtanger sjoel was voor velen een teken van hoop

Over de column Bourtange van Frits Abrahams (NRC Handelsblad, 3 mei) het volgende:

Jaap en Ischa Meijer voelden een gerechtvaardigde woede over de grote aantallen Holocaustslachtoffers in Oost-Groningen. De Meijers vonden het herstel van de Bourtanger synagoge daarom een zeer pijnlijke zaak: een museumsjoeltje zonder gemeente.

Toch dacht men hier in Joodse kring ook anders over. Vijf overlevenden keerden na de oorlog in Bourtange en Vlagtwedde terug. Een echtpaar overleed omstreeks 1970, een vrouw emigreerde naar Israël, de andere twee namen zitting in het bestuur van de vereniging die allerlei activiteiten in de synagoge organiseert. Inmiddels hebben hun kinderen die plaats ingenomen.

Voor veel overlevenden in de hele regio vormde de gerestaureerde Bourtanger sjoel een teken van hoop, dat uitstraalde: ‘we zijn er nog’. De bijeenkomsten waren warme reünies en nog steeds komen Joodse mannen uit de wijde omtrek om hier minjan te maken, zodat een paar keer per jaar diensten plaats kunnen vinden en de oude woorden tot op de dag van vandaag in dat gebouwtje op de grens klinken. Het is dus niet louter een museumsynagoge, bestemd voor gojim.

De gedenkplaat op de gevel beschouwen de overlevenden en nabestaanden als een vervangende grafsteen, een plaats voor herdenking van hun familieleden en niet als een nazilijstje waarmee de resultaten van de Holocaust trots worden getoond.

Els Boon en Han Lettinck

Utrecht

Bij, mijt en microbiologie

Over De bij is er nog niet met dat tijdelijke gifverbod (NRC Handelsblad, 3 mei) het volgende:

De varroamijt is niet de oorzaak van de huidige hoge bijensterfte. Dat weet elke imker. Deze parasiet komt namelijk sinds begin jaren 1980 in bijna alle bijenvolken voor. Een bijenvolk kan prima overleven in aanwezigheid van varroa. De systematisch hoge sterftes van bijen zijn er echter pas sinds ca. 10 jaar. De oorzaak van de aanwezigheid van de varroamijt en de bijensterfte ligt dieper, op het fundamentele niveau van de microbiologie. Uit ons onderzoek is gebleken, dat de aanwezigheid van de varroamijt te verklaren is uit bacteriële veranderingen. Net zoals insecten hebben mijten tal van micro-organismen bij zich. De werking van de veelbesproken neonicotinoïden is in deze interessant. Uit onderzoek blijkt dat de neonicotinoïden juist invloed op de microbiologische samenstelling hebben. De insecten en de bijen gaan niet dood door het middel zelf, maar door een infectie. Dat neonicotinoïden de bijen doodmaken vanwege hun neurotoxicologische werking is onjuist. De waargenomen neurotoxische effecten zijn het gevolg van een ander proces. Het kenmerkende van neonicotinoïden is dat de insecten pas enkele dagen na blootstelling het loodje leggen. Ze werken heel anders dan de eerder gangbare insecticiden.

Maarten van Hoorn

Science in Water BV