Zuid-Limburg speelt eigen landje met de zorg

Eerst naar de huisarts om dan te worden doorverwezen naar de specialist? Nee, direct naar de specialist – in de huisartsenpraktijk. Een eigen initiatief in Zuid-Limburg wordt sinds vorige week door het ministerie van Volksgezondheid ondersteund. De samenwerking tussen huisartsen en het Academisch Ziekenhuis is een experiment dat veel geld kan besparen. „We moeten nu niet gaan opereren.”

Medisch specialist Van Rhijn (links) onderzoekt een patiënt in de praktijk van huisarts Van Rooij (rechts). Met de methode van project ‘Blauwe Zorg’ worden onnodige en dure doorverwijzingen voorkomen. Foto Chris Keulen

Voorzichtig drukt Lodewijk van Rhijn in het gebied rond de achilleshiel. De patiënt, een bonkig gespierde jongeman, geeft geen geluid maar de kramp in zijn gezicht verraadt pijn. „Ik zie geen vocht zitten, maar vind de plek wel opmerkelijk gevoelig”, zegt Van Rhijn in een huisartsenpraktijk in Nazareth, een buurt in Maastricht dat onder een vorig kabinet een ‘Vogelaarwijk’ werd genoemd. „Het belangrijkste is dat de knobbel tot rust komt. We moeten nu niet gaan opereren.”

De patiënt kijkt teleurgesteld. Samen met zijn vader heeft hij een garagebedrijf. „Als ik niet werk, komt er geen geld binnen en kan ik de rekeningen niet betalen.” Zijn vriendin had het eerder nog gegoogled: met een operatie kan de knobbel op zijn hiel zo verwijderd worden. „U heeft de professor gehoord”, vult huisarts Jan van Rooij vriendelijk aan. „De professor zegt niet opereren.”

Het is een nieuw experiment, bedoeld om de kosten in de zorg te drukken: in Maastricht komen specialisten in de huisartsenpraktijk in plaats van dat huisartsen naar het ziekenhuis doorverwijzen. Van Rhijn is hoogleraar orthopedie aan het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM). Eens per maand zit de medisch specialist op huisartspraktijk Nazareth. Dan houdt hij samen met drie huisartsen een consult voor patiënten met orthopedische klachten. Huisartsen uit de buurt selecteren de bezoekers. Het zijn patiënten waarover getwijfeld wordt of zij naar het ziekenhuis moeten worden doorverwezen of waarover de huisartsen dubben hoe de klachten verder te behandelen.

In de regio Maastricht noemen ze dat ‘De Carrousel’. Het Academisch Ziekenhuis Maastricht en negentig huisartsen experimenteren met gezamenlijke consulten van specialisten en huisartsen. Een medisch specialist als Van Rhijn is een jaar lang aan dezelfde huisartspraktijk verbonden, daarna zal hij een jaar lang maandelijks bij een andere praktijk consult houden. Huisartspraktijk Nazareth krijgt straks dan maandelijks bijvoorbeeld een dermatoloog of een cardioloog over de vloer.

„Normaal zien we elkaar nooit”, legt huisarts Van Rooij uit als de patiënt vertrokken is. „Dan hebben we alleen contact met de orthopeed via briefjes, doorverwijzingen, hooguit telefonisch.” De huisartsen leren bij de gezamenlijke consulten van elkaar, zegt Van Rooij, en natuurlijk van de specialist. „We hebben vandaag drie schouderproblemen behandeld, dan weet ik daar de finesses weer van voor de komende zes maanden.”

Orthopeed Van Rhijn zegt op zijn beurt dat hij nu de „context” van een hulpbehoefte ziet. „Die heb je minder in een ziekenhuis. Daar wordt een vraag om zorg technocratischer benaderd. Het uitgangspunt is dat de huisarts al van alles heeft gewikt en gewogen.” Omdat alle diagnostiek in een ziekenhuis binnen handbereik is, wordt er ook meer gebruik van gemaakt. „Ik laat sneller in het ziekenhuis een röntgenfoto nemen dan dat ik hier een patiënt doorverwijs naar het ziekenhuis”, schetst Van Rhijn.

Dat is de crux van deze experimentele samenwerking: het verlagen van het aantal doorverwijzingen van de relatief goedkope huisarts naar het duurdere ziekenhuis. Financieel wordt dat in Nederland echter niet aangemoedigd. Ziekenhuizen en huisartsen spreken jaarlijks apart op landelijk niveau budgetten af met de zorgverzekeraars.

Wat nu als huisartsen en het Academisch Ziekenhuis hun budget samen in één hoed gooien en vervolgens door betere samenwerking en minder dure, onnodige, doorverwijzingen besparen op de kosten? Samen met patiëntenorganisaties en zorgverzekeraar VGZ zijn ze in Zuid-Limburg met de zorg een soort eigen landje gaan spelen. Onder de vlag van Blauwe Zorg experimenteren ze in de regio Maastricht met innige samenwerking en een herverkaveling van de geldstromen – in totaal 400 miljoen euro voor 170.000 inwoners. De hiermee behaalde winst gaat deels terug naar de verzekerden – het belang voor VGZ – en het andere deel wordt gebruikt om extra nieuwe initiatieven mee te betalen.

„Wat wij eigenlijk doen is een herverdeling van de budgetten. Het aantal opnames is in onze regio relatief laag, waardoor er middelen vrijkomen om meer te doen aan chronische zorg”, zegt Hans Fiolet namens het Maastricht Universitair Medisch Centrum.

Zorgverzekeraar VGZ ziet het op zijn beurt als een methode om een vicieuze cirkel van zorg- en uitgavengroei te doorbreken. Die voedt de huisartsen met ‘spiegelinformatie’. Waarom schrijft de ene arts veel vaker het duurdere middel voor dan de andere? „Wij zitten in een productiegedreven systeem”, zegt Guy Schulpen, medisch directeur van de huisartsenorganisatie Zorg in Ontwikkeling (ZIO), waar 90 huisartsen in de regio Maastricht aan verbonden zijn. „Hoe duur is een extra bloedonderzoek? Wij weten het niet eens, als artsen. Bij cholesterolverlagers kost het ene middel twee cent per tablet en het andere 1,20 euro per tablet. Daar zit een factor zestig tussen. Ik zeg niet dat artsen zich als boekhouders moeten gaan gedragen, maar zulke grote verschillen kun je best als voorschrijvende arts in je overwegingen meenemen. Met dat bewustzijn zijn wij bezig.”

De winst die ze in Maastricht behalen is bijvoorbeeld geïnvesteerd in een gezamenlijk callcenter dat patiënten helpt met afspraken te maken na verwijzing door de eigen huisarts. Van hieruit worden ook de specialisten per huisartsenpraktijk gecoördineerd. Heeft een patiënt een verwijzing voor zijn knie van de huisarts? Dan moet hij het centrum bellen. Bij dit zenuwcentrum kijken ze waar plek is in welk ziekenhuis, wat de wachttijden zijn, en of een consult bij een specialist op een huisartsenpraktijk tot de mogelijkheden hoort. De ervaringen van de patiënt worden geïnventariseerd, waardoor meteen beter zicht ontstaat op de tevredenheid over de behandelingen. Als een soort persoonlijke doktersassistent begeleiden medewerkers van het callcenter de patiënt in het hele traject van afspraken en vervolgafspraken voor zijn aandoening, bij welk ziekenhuis dat ook is. Met informatie uit dit patiëntenvolgsysteem kan huisartsenorganisatie ZIO namens de verwijzende huisartsen op haar beurt weer ziekenhuizen tonen hoe hun kwaliteit wordt ervaren of wat hun wachttijden per afdeling zijn.

Terug op Huisartspraktijk Nazareth schetst huisarts Jan van Rooij het bindende belang van ‘Blauwe Zorg’. „Mensen komen hier nauwelijks meer de deur uit. Er is veel eenzaamheid in Nazareth. Hier leeft een mix van hoogbejaarden en allochtonen die elkaar weinig kennen. Alles is hier verdwenen in de wijk, behalve de frituur. We proberen ook zo wat meer cohesie in de buurt terug te brengen. In plaats van dat mensen met een busje naar het ziekenhuis moeten worden gebracht, kunnen ze nu om de hoek terecht.”