NRC publiceert Wiels’ laatste grote interview: ik ben niet bang

Wiels in oktober 2012. Foto ANP / Michael Kooren

De gisteren op Curaçao vermoorde politicus Helmin Wiels vreesde al langer voor zijn veiligheid. Dat blijkt uit zijn laatste grote interview dat NRC Handelsblad vanmiddag publiceert.

Journaliste Margriet Marbus sprak Wiels afgelopen donderdag, een paar dagen voor hij werd vermoord op Curaçao. Het interview vond plaats in het Baoase Beach Resort in Willemstad, vlak bij de plek waar Wiels gisteravond werd doodgeschoten. Uit uitspraken van Wiels, die al langer beveiliging had vanwege dreigementen aan zijn adres, blijkt dat hij vreesde voor zijn veiligheid. Zo antwoordt hij op de vraag waar hij woont het volgende:

“Nee, precies zeggen waar ik woon kan ik niet. Dat is voor mijn veiligheid. Je weet maar nooit.”

Gevraagd naar waarom hij zo vaak luncht in het Baoase Beach Resort, het meest luxe hotel van Curaçao, zegt hij:

“Ik zit hier niet voor het lekkere eten, mevrouw. Maar wel omdat hier niet zomaar iedereen naar binnen kan. Snapt u dat?”

Echt vrezen voor zijn leven deed Wiels naar eigen zeggen niet:

“Nee, vrezen niet. Ik ben niet bang. Dan moet je niet de politiek in gaan, als je bang bent. Maar veel mensen zijn niet blij met wat ik zeg. Ik ben in de politiek gegaan om de corruptie weg te vagen. En die zit hier op Curacao diep.”

Wiels sloeg inhuldiging koning Willem-Alexander bewust over

In de rest van het interview spreekt Wiels zich onder meer uit over de inhuldiging van Willem-Alexander. Hij bevestigt daarvoor te zijn uitgenodigd, maar heeft de uitnodiging om meerdere redenen afgeslagen:

“…we hebben op dit moment een economische precaire situatie. Ik kan mijn volk niet vragen om opofferingen te doen terwijl wij met zijn allen businessclass naar Nederland reizen. Ik heb als politicus een voorbeeldfunctie. Bovendien: ik ben republikein. Ik erken de monarchie niet. De hypocrisie ten top.”

Wiels gaat ook in op de commotie rond zijn felle uitspraken in de richting van Nederland. Zo zei hij eens tegen zijn achterban dat de ‘body bags’ (lijkzakken) klaarliggen voor al die Nederlanders die zich komen bemoeien met het bestuur van het eiland. Over de Nederlanders op Curaçao zegt hij in het interview:

“Ja, ze zijn bang voor me. Heel bang. Ze denken: Wiels gaat ons allemaal vermoorden. Maar dat was vroeger al zo. Vroeger woonde de Nederlander in compounds. Gated communities. Dat is eigenlijk nog zo. Ze bemoeien zich niet met ons en ze minachten ons. [...] De reden is: ze kennen ons niet. Daarom. Onwetendheid maakt bang.”

Toch wil hij de dialoog met de Nederlanders aan, zegt hij. En met iedereen eigenlijk:

“Het is niet zo dat ik de Nederlanders weg wil hebben. Maar er moet wel respect zijn. Mijn taak is uitleggen uitleggen, uitleggen.”