Welkom in het Hollywood voor Chinezen

Steeds meer Chinezen bezoeken Taiwan. Nu ook de 22-jarige Mary Wang uit Nederland. „Je vindt meer Chinees erfgoed in Taiwan dan in China zelf.”

Chinese tourists visit Yehliu Geopark, in Taipei, Taiwan, June 10, 2011. Relations have warmed between the Republic of China and the People's Republic of China, as they are formally known, since Taiwan's 2008 election of President Ma Ying-jeou, and an agreement to open the door to group tours from the mainland. (Shiho Fukada/The New York Times) SHIHO FUKADA/Hollandse Hoogte

Meneer Chen is jaren geleden China ontvlucht, onder andere door confrontaties met de communistische regering. Tegenwoordig reist hij de hele wereld rond als succesvolle zakenman, maar hij verblijft veel in Taiwan omdat hij daar een diepere zingeving heeft gevonden.

Ik ben met hem meegekomen naar het boeddhistisch centrum in de hoofdstad Taipei waar hij dagelijks de leer beoefent. Op de vraag waarom hij weigert in China te wonen, maar wel zijn rust in Taiwan lijkt te vinden, antwoordt hij: „De maatschappij in China is kapot. Hier vind ik de Chinese cultuur zoals hij hoort te zijn.”

Hij stelt mij voor aan broeder He, de leider van het boeddhistisch centrum. Broeder He verwelkomt mij enthousiast: „Je vindt meer Chinees erfgoed in Taiwan dan in China zelf.” Hij probeert me te overtuigen om het Nationaal Paleis in Taipei te bezoeken, die de beste collectie van Chinese gebruiksvoorwerpen ter wereld heeft en daarmee het paleis in de Verboden Stad in Peking overtreft. Het centrum bestaat uit een serie van binnenplaatsen tussen dichtbegroeide tropische bebossing op de Yuanshan-berg in Taipei. Deze berg is zo befaamd dat Chiang Kai-shek, de voormalige leider van Taiwan, hier woonde tot zijn dood in 1975. Zijn vrouw Soon May-ling bouwde onderaan de berg Taiwans eerste vijfsterrenhotel.

Vanaf de bovenste binnenplaats van het boeddhistisch centrum kijken we uit over het betreffende Grand Hotel, waar meneer Chen en ik verblijven. Het is een van de hoogste bouwwerken ter wereld in de Chinese klassieke stijl, en met zijn opvallende, rode verschijning een onmisbaar kenmerk van de stad. Broeder He gaat verder: „Ik ontken niet dat veel culturele gebruiksvoorwerpen door onze Kwomintang [de nationalistische partij] zijn meegenomen toen ze uit China vluchtten, maar de rest hebben de Chinezen zelf vernietigd in hun revoluties.”

Meer vrijheid en rijkdom

Rond 100.000 mensen zijn in 1949 met Chiang Kai-sheks nationalisten uit China gevlucht na hun nederlaag tegen de de communisten in de burgeroorlog. Hun nakomelingen vormen nu een significant deel van Taiwan.

Veel Chinezen van mijn generatie vragen zich af wat er was gebeurd als onze (groot)ouders toentertijd andere keuzes hadden gemaakt. Een groot deel van onze fascinatie is ontstaan door de media. Taiwan wordt vaak het Hollywood voor Chineestaligen genoemd. Films en televisieseries tonen een andere Chinese cultuur, met een vrijheid, vooruitstrevendheid en rijkdom die in China zelf ongekend is. Veel meisjes leren zichzelf een Taiwanees accent aan, omdat dat veel eleganter klinkt.

Terwijl Taiwanezen al ruim twee decennia in China mogen verblijven, werken en investeren, zijn andersom de poorten voor Chinese toeristen pas in 2008 geopend, met een quotum van 200 man per dag. Het aantal is nu gestegen naar 4.000, met plannen om het binnenkort naar 5.000 te verhogen. Deze toeristen mogen Taiwan alleen in groepsverband bezoeken, onder strikt toezicht van de reisorganisatie. Ze volgen een strak schema: het bezoeken van zo veel mogelijk bezienswaardigheden en het winkelen bij geselecteerde, vaak prijzige warenhuizen.

De Chinese toestroom in Taiwan legt een botsing bloot tussen de twee culturen. Het is pas iets meer dan zestig jaar geleden dat de twee culturen gescheiden wegen gingen, maar toch zijn de verschillen al duidelijk merkbaar.

Aangekomen in het restaurant van het Grand Hotel worden we omringd door Chinese toeristen. Meneer Chen klaagt tegen mij over hun luide aanwezigheid, en het gesmak van een Chinees echtpaar tegenover ons. Mevrouw Xu, de gastvrouw van het restaurant, voegt zich bij ons: „Ze stellen veel eisen, behalve aan zichzelf. Als ze een tempel bezoeken, schrijven ze hun naam op de muren, als ze naar het strand gaan krassen ze op onze rotsen.” Met dat laatste doelt ze op een incident een paar jaar geleden, waarbij de Taiwanese media een heksenjacht begon op een 63-jarige Chinese man die zijn naam en geboorteplaats op een rots kraste van een geliefd stuk van de kust. De man voelde zich gedwongen publiekelijk zijn excuses aan te bieden.

Religie is onmisbaar

Als ik meneer Chen vraag naar de cultuurverschillen tussen Chinezen en Taiwanezen, geeft hij mij een simpele verklaring: „De Taiwanezen hebben goden, de Chinezen hebben communisten.” Hij voegt toe dat veel religieuze groeperingen in China worden verbannen, vaak uit vrees dat hun macht een bedreiging kan vormen voor de communistische partij. „China is bang voor religie. Maar waar vinden ze ook de tijd ervoor? Na de revolutie moest een nieuw land worden gebouwd, en sinds het kapitalisme zijn ze te druk met geld verdienen.”

Een van deze verboden religies is het Falun Gong, een stroming die een moralistische leer met boeddhistische en taoïstische elementen combineert met de beoefening van meditatie en qigong – een serie lichaamsbewegingen die de qi, de energie die door ons lichaam en alles op aarde stroomt, moet bevorderen. De Falung Gong groeide uit tot een van de grootste bewegingen in de jaren negentig in China, maar werd in de ban gedaan omdat het te groot en autonoom werd. Veel beoefenaars zijn in strafkampen of gevangenissen beland, anderen zijn gevlucht, onder andere naar Taiwan. Chinese toeristen worden van tevoren gewaarschuwd voor deze groepering, want de leden belagen toeristen met preken en folders. Ze zijn inmiddels een beruchte bezienswaardigheid geworden – veel toeristen nemen de folders mee als souvenir.

Hier in Taiwan zie ik dat religie een onmisbaar deel van het dagelijks leven vormt. Samen met meneer Chen klim ik elke dag de berg op om de verse thee te halen die in het centrum van broeder He wordt bereid. Twee keer per dag worden verse theebladeren geplukt op de berg en gebrouwd tot een thee met een helende werking. De thee is schijnbaar zo effectief dat de rijen van mensen die thee kwamen halen tot onderaan de berg reikten, waardoor broeder He een limiet van een halve liter per dag moest invoeren.

We spenderen onze dagen in en rond het centrum met thee drinken, bidden en bergbeklimmen. Ook doen we dagelijkse qigong sessies, die door broeder He worden geleid. Voor mijn eerste sessie legt hij me uit waarom we de bewegingen op blote voeten en in zonlicht moeten uitvoeren: „Voor ons is alles verbonden. Het lichaam, de geest, de mens en de natuur. Alles hoort hier bij onze religieuze beleving, van lichaamsbeweging tot respect voor de natuur – dat is ook de kracht die onze geest voedt.”

Bij broeder He worden verschillende stromingen door elkaar beoefenend: boeddhisme gemengd met taoïsme, maar hij strooit ook graag met quotes van Jezus. De vele migrantenstromingen hebben hun eigen religie geïntroduceerd in Taiwan – Nederlanders, Spanjaarden en Japanners brachten op hun beurt het protestantisme, katholicisme en het shinto-geloof mee, nog voordat de Chinezen voet aan wal hadden gezet. „Hier in Taiwan hebben we geen ruimte om boos op elkaar te zijn”, zegt broeder He. „We leven met z’n allen op dit eilandje.”

Broeder He vertelt me dat hijzelf is gaan geloven omdat hij niet naar de hel wilde. Met de hel bedoelde hij de pijn die hij ervaarde toen er ineens een plaag van kleine vet-tumoren overal op zijn lichaam begon te groeien. Hij besefte dat hij niet meer verder kon met zijn oude levenswijze. Hij stopte met roken, drinken en gokken en begon met bidden en meditatie. De pijn is toen langzaam weggegaan. „Maar of jij wilt geloven is jouw zaak.”

Terug in het hotel komt weer een nieuwe bus vol met Chinese toeristen aan. Ze maken druk foto’s van de riante foyer, met gigantische rode Chinese kolommen op rood en goud gewoven tapijt. Sommigen richten de camera’s naar het plafond, dat met marmer is ingelegd en met draken en feniksen is beschilderd. Dan verzamelen ze op de centrale trap voor een groepsfoto. Als ik langsloop horen we een meneer zeggen: „Je ziet het gelijk, Taiwan is gewoon niet hetzelfde als China.” Waarop meneer Chen zegt: „Het was veel beter voordat jullie kwamen.”