Speuren naar emoties

Vorige week eindigde deze rubriek met de vaststelling dat de zegswijze daar sta je dan waarschijnlijk door het Koningslied besmet is geraakt. En wellicht, schreef ik, slaat dit zelfs over op zinnen als „daar lig je dan” en „daar zit je dan”.

Diverse lezers wezen me in dit verband op een interessante reeks boektitels. In 1958 legde Theo Olof, toen al 25 jaar violist, anekdotische herinneringen vast in een boekje getiteld Daar sta je dan. Het begint met de woorden: „Daar sta je dan. Uit de zaal staren honderden paren ogen je aan...” Het boekje verscheen als Ooievaar-pocket en was een succes. Al in de eerste vijftien maanden werden er 50.000 exemplaren van verkocht.

De Ooievaar-reeks was in 1954 begonnen met goedkope herdrukken van enkele bestsellers. Het eerste deeltje, van de Amsterdamse politiecommissaris H. Voordewind, heette De Commissaris vertelt, gevolgd door De Commissaris vertelt verder. De derde Ooievaar-pocket bevatte het geestige antwoord van de Rotterdamse volksschrijver Willem van Iependaal aan Voordewind: De Commissaris kan me nog meer vertellen. Daarna volgden onder meer nog De Commissaris vertelt door en De Commissaris besluit.

De uitgevers van de Ooievaar-pockets hadden dus enige ervaring met titels die naar elkaar verwijzen toen ze een opvolger bedachten voor Olofs succesvolle Daar sta je dan. In 1961 kwamen zij met Daar zit je dan door pianist Hans Henkemans, datzelfde jaar gevolgd door Dat hoor je dan, herinneringen van muziekrecensent H.C. van Praag. De reeks muzikale herinneringen werd in 1962 afgesloten met Daar lig je dan van Erna Spoorenberg. Als sopraan had zij onder meer de rol van Violetta Valéry vertolkt, de ziekelijke courtisane in La Traviata, die al vroeg in de opera een flauwte krijgt en later bezwijkt.

Kortom, de zegswijze daar sta je dan blijkt een vruchtbare voorgeschiedenis te hebben.

Verder was het natuurlijk prettig dat Willem-Alexander zich zo goed hield aan de voorspellingen in deze rubriek. Zo moeilijk waren die voorspellingen trouwens niet. Hij zou het korter houden dan zijn moeder, en inderdaad: in 1980 gebruikte Beatrix 1.507 woorden voor haar inhuldigingstekst, Willem-Alexander had er 1.164 nodig.

Natuurlijk bedankte hij zijn moeder en vader, want dat is traditie. Hij reflecteerde op zijn nieuwe functie, maar anders dan Juliana („een taak, die zo zwaar is”) en Beatrix („een functie waar geen mens om vragen zou”) zei hij er niet bij dat hij het een zware klus vindt.

Althans, niet in woorden. De verslaggevers van de NOS bleven de hele dag, tot vervelens toe, speuren naar emoties, zowel bij Beatrix als bij Willem-Alexander. Maar die emoties werden slechts benoemd als ze positief konden worden uitgelegd („ontroerend”). Dat Willem-Alexander strak en gespannen keek en op de loper voor het paleis zo hard in Maxima’s hand kneep dat zijn knokkels wit zagen terwijl hij zijn vrije hand tot een vuist samenbalde, werd beleefdheidshalve verzwegen.

Wilhelmina noemde God buiten de eed 4 keer, Juliana 3 keer, Beatrix 2 keer en Willem-Alexander hield God erbuiten – een teken aan de wand. Anders dan ik had voorspeld gebruikte Willem-Alexander het woord volk niet, maar koos hij (5×) voor het modernere burger (een woord dat indertijd bij Juliana en Beatrix geheel ontbrak). En gelukkig was er de verwachte waterbeeldspraak: de zuivere koers, rustig te midden van de woelige baren.

Dat laatste gaat Amalia te zijner tijd ook zeggen, dat kun je nu al voorspellen.

Taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.

Zaterdag 11 mei geeft Ewoud Sanders van 13 tot 15 u een workshop over ‘Slimmer zoeken op internet’ bij NRC aan het Rokin in Amsterdam. Meer informatie en kaartverkoop: nrcrestaurantcafe.nl/bestel