Column

Soms doet Merkel alsof Duitsland een eiland is

Angela Merkel wordt meestal niet gezien als een revolutionair, maar bij vlagen is ze het wel. Zoals toen ze in 2011 het roer radicaal omgooide en besloot dat Duitsland voor 2022 alle kerncentrales zou sluiten. Uiterlijk in 2050, is het idee, moet tachtig procent van de Duitse stroom opgewekt worden uit wind, zon of andere duurzame bron.

De gevolgen van deze sprong in het diepe zijn ongewis. Voor het klimaat is het perspectief aanlokkelijk. Voor de economie zijn de risico’s groot.

Merkel wordt meestal wél gezien als voorstander van meer Europese samenwerking en integratie – zolang het althans op haar voorwaarden gebeurt. Maar bij deze zogeheten ‘Energiewende’, die voor de buurlanden ingrijpende gevolgen heeft, deed ze maar even of Duitsland een eiland is. Overleg met de buren? Dat zou de zaak alleen maar nóg ingewikkelder maken. Ze zien maar dat ze zich aanpassen.

Energiebeleid spreekt minder tot de verbeelding dan kwesties van oorlog en vrede. Maar de veranderingen die zich nu op energiegebied voltrekken, zullen waarschijnlijk belangrijker zijn voor onze veiligheid en welvaart in de komende decennia, dan enig militair conflict waarbij westerse landen nu betrokken zijn of zich in dreigen te mengen.

In Amerika is dat verband met de nationale veiligheid vanzelfsprekend. Energie bepaalt nationale belangen en de betrekkingen tussen landen, zei Nationale Veiligheidsadviseur Tom Donilon eind vorige maand in een toespraak die geheel aan energiepolitiek was gewijd.

Donilon kon een opgewekt verhaal houden. Toen Obama in 2009 aantrad leek alles er nog op te wijzen dat de Verenigde Staten in hoog tempo de invoer van (vloeibaar) gas zouden moeten verdubbelen. Aan de westkust werden daarvoor kostbare terminals gebouwd.

Inmiddels zijn vrijwel alle voorspellingen op hun kop gezet. De Amerikaanse olie- en gaswinning is sinds Obama aan de macht is ieder jaar gegroeid. Importeerde Amerika in 2005 nog 60 procent van zijn olie, inmiddels is dat nog maar 40 procent. Het land is dankzij de winning van schaliegas inmiddels de grootste gasproducent ter wereld. En de gasprijs en de stroomprijs zijn drastisch gedaald – een grote opsteker voor de industrie en de werkgelegenheid.

De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers, politiek altijd ongemakkelijk, is sterk afgenomen en zal nog verder slinken. En doordat elektriciteitscentrales massaal overschakelen van kolen op het overvloedige gas, reduceren de Amerikanen hun uitstoot van broeikasgassen in rap tempo – terwijl de vieze kolen tegen bodemprijzen op de Europese markt worden afgezet. De vervuilende gevolgen van de winning van het schaliegas (‘fracking’) nemen de VS voorlopig voor lief.

In Europa blijft het tobben. En niet alleen omdat we de milieurisico’s van fracking hier wél serieus nemen. De goedkope Amerikaanse kolen verpesten het voor het Europese gas. Hypermoderne gasgestookte elektriciteitscentrales moeten sluiten, omdat ze niet met de goedkope kolen kunnen concurreren. En de windenergie waar Merkel haar hoop op heeft gevestigd, maakt de Europese stroommarkt gevaarlijk instabiel: als het windstil is in Noord-Duitsland moet er stroom van de buurlanden komen, waait het hard dan wordt het overschot bij de buren gedumpt, zonodig krijgen de afnemers er nog geld bij ook. Dat laatste gebeurde afgelopen Kerst, toen Duitsland zwaar gesubsidieerde stroom uit windenergie kwijt moest en met geld toe in Nederland afzette: leuk voor de klant, dramatisch voor de Nederlandse stroomproducent die oneerlijk beconcurreerd werd. Wie wil, als dit vaker gebeurt, nog in stroomproductie investeren?

Als Europese landen op eigen houtje hun energie- en klimaatbeleid blijven voeren, kunnen ze elkaar lelijk in de wielen rijden. Om dat te voorkomen is onderlinge afstemming van het energiebeleid in Europa hoognodig. Geen enkel land kan meer doen of het een eiland is.