Links-nationalist werd juist gematigder

Zijn felle toon tegen „kolonisator” Nederland had Helmin Wiels achter zich gelaten. Zijn energie richtte hij nu op de strijd tegen corruptie.

Emilie van Outeren en

Danielle Pinedo

Echt rustig werd het niet op Curaçao, maar toen Helmin Wiels na de verkiezingen in oktober besloot om niet verder te gaan met de afgezette premier Gerrit Schotte en een ‘takenkabinet’ installeerde, ontstond er veel optimisme op en over het eiland. Wiels, de leider van de onafhankelijkheidspartij Pueblo Soberano, wilde het volk verenigen, corruptie aanpakken en – dat was misschien wel de grootste verrassing – hij sloeg een andere toon aan richting Nederland.

In maart was hij nog hier voor interparlementair overleg tussen de vier landen in het koninkrijk. Hij bleef fel tegen „de kolonisator”, zoals hij Nederland steevast noemde, maar was ook bereid tot samenwerking en het opschonen van de financiële huishouding van het eiland.

Eerder had hij zich nog hevig verzet toen Nederland het eiland afgelopen zomer onder curatele plaatste. De onafhankelijkheid van Curaçao bleef zijn streven, maar hij wist ook dat dat niet van vandaag op morgen zou gebeuren. Wiels schoof aan bij Pauw & Witteman en was daar opeens de redelijkheid zelve. „Ieder volk heeft het recht op onafhankelijkheid. Maar er zijn wel voorwaarden om onafhankelijk te worden: deugdelijke wetten, deugdelijk bestuur, de economie moet op peil zijn, het onderwijs”, zei hij. „We moeten op een volwassen manier onze zaken regelen en zorgen dat we voor de toekomst werken. Geen paternalistisch gedrag: Nederland knapt het op als je er een zootje van gemaakt hebt.”

Wiels, de zoon van een politieagent, was vooral populair onder de armere Curaçaoënaars die niet profiteren van het toerisme op het eiland, maar wel last hebben van immigratie uit de rest van het Caribisch gebied. Zijn partij was onderdeel van de eerste regering van Curaçao, nadat het in 2010 een afzonderlijk land werd binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Zelf zat hij in het parlement en verkondigde zijn links-nationalistische standpunten vooral in een eigen radioprogramma, waar hij ooit opriep om blanke Nederlanders (makamba’s) in bodybags terug naar huis te sturen. Op dat podium ageerde hij ook tegen leden van zijn eigen coalitie, die mede daardoor afgelopen zomer ten val kwam.

Wiels won de daaropvolgende verkiezingen, maar werd geen premier. Want, zo zei hij, het parlement „is machtiger dan een minister-president, dus waarom zou ik mij tot die positie verlagen?” De verwachting was dat hij zijn oude coalitie met de minstens zo controversiële ex-premier Gerrit Schotte zou voortzetten. Hij brak echter met Schotte, die regelmatig wordt beschuldigd van corruptie en het aannemen van geld van maffiabazen. Om het volledig gepolariseerde eiland te verenigen, tuigde hij een tijdelijk ‘takenkabinet’ op om orde op zaken te stellen. Dat kabinet zonder politici zette direct een aantal belangrijke hervormingen in gang, maar kondigde ook na drie maanden zijn vertrek alweer aan. Op het moment dat Wiels werd doodgeschoten, was de formatie voor een nieuw kabinet in volle gang. Wiels’ tweede man Ivar Asjes wordt genoemd als premier van een regering die wel weer uit politici zal bestaan.

Wiels profileerde zich tot vlak voor zijn dood als corruptiebestrijder. Vrijdag berichtten lokale media over misstanden bij telecombedrijf UTS die Wiels zou hebben aangekaart. Dit semi-overheidsbedrijf zou volgens Wiels illegaal loterijnummers verkopen en geld uitkeren aan een gokbedrijf op Sint Maarten. Volgens zijn partij Pueblo Soberano zijn niet de harde woorden tegen politieke tegenstanders Wiels fataal geworden, maar zijn aanpak van corruptie.