Liefde in het concentratiekamp heeft enkel woorden

Bent. Gezien: 4/5, Spuitheater Den Haag. Toernee t/m 11/5. Info: bent2013.nl ***

Een harde, bevelende stem galmt door de ruimte. „Hé smeerlap.” „Hé Jood.”

Zo worden de twee mannen aangesproken die in grijze kamptenues bij een grote steen staan. De onzichtbare man is de bewaker. Dit is een Duits concentratiekamp, Dachau, in de Tweede Wereldoorlog. De ‘smeerlap’ is de homo, met roze driehoek, de Jood draagt een gele ster.

Vanaf dit agressieve begin van Bent is de spanning voelbaar. De twee mannen zijn volledig onderworpen aan de hysterie van de nazi’s. Elkaar aanraken of zelfs maar aankijken is verboden. Ze moeten een stapel stenen naar links versjouwen, en dan weer terug. „Ze willen ons gek maken”, zegt de een.

Regisseur Gerardjan Rijnders maakt dit verslepen zichtbaar door de mannen op hun plek met steen in de hand alleen wat heen en weer te laten wiebelen. Dat maakt de voorstelling extreem statisch, maar door afmattende eentonigheid wordt hun lijden bijna tastbaar – alsof je theaterstoel ook een cel wordt.

Naast elkaar staand praten de mannen met elkaar. Al snel groeit de onderlinge genegenheid. In de zomer bewonderen ze elkaars lijf, en doet de verbeelding zijn werk: elkaar voelen, betasten, en dan vrijen, alleen met woorden.

De tekst van Martin Sherman krijgt alle ruimte, maar kan dat niet helemaal aan. De dialogen zijn rechttoe rechtaan, en bevatten wel kleine grapjes, maar weinig poëzie. Ook van de acteurs, Kevin Hassing en Michiel Bakker, komt weinig drama, waardoor Bent vlakker aandoet dan de intense omstandigheden mogelijk maken.

Behalve als hun gruwelijke ervaringen ter sprake komen: dat zijn schokkende verhalen en bekentenissen van ontmenselijking. Als herdenkingstheater mist Bent zijn doel niet.