Kritiek op Weekers neemt toe na 'zwak' feitenrelaas

Frans Weekers worstelt met de toeslagenfraude. Hij irriteert de oppositie. Op 14 mei moet hij met antwoorden komen.

De politieke toekomst van staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD) blijft vooralsnog onzeker. De vrijdagnacht verstuurde feitelijke brief over de Bulgaarse toeslagfraude heeft tot veel vragen van de oppositie geleid. Het blijft onduidelijk of de coalitie hem wel steunt.

Weekers opereert volgens de oppositie nogal onhandig. Terwijl Kamerleden vrijdag uren zaten te wachten op de brief, gaf Weekers vast een interview aan EenVandaag over de kwestie. Daarvoor bood hij in zijn brief alweer excuses aan: „Het kabinet betreurt het als de indruk zou zijn ontstaan dat de Kamer niet als eerste wordt geïnformeerd.”

Weekers zorgde vóór het meireces al voor de nodige irritatie bij de oppositie door pas laat te melden dat hij toen niet met de gevraagde informatie kon komen. Daardoor moest een debat worden uitgesteld tot na het reces. Het feitenrelaas moest de kou uit de lucht halen, maar oppositiepartijen als SP, PVV, CDA, GroenLinks en SGP zijn zeker niet minder kritisch geworden. De volgende vragen zullen in een debat op 14 mei zeker aan de orde komen.

Wist Weekers van deze fraude?

Nee, zei Weekers nadat Brandpunt hem ruim twee weken geleden met de zaak confronteerde. Hij was geschokt en verbaasd. Nee, schrijft hij opnieuw in de brief aan de Kamer. Opmerkelijk: minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) blijkt al wel op 11 maart te zijn geïnformeerd. „Ik vind het opvallend dat iedereen ervan leek te weten, behalve de politiek verantwoordelijke staatssecretaris”, zegt Steven van Weyenberg (D66). Een woordvoeder van Asscher liet dit weekeinde weten dat het niet de taak is van Asscher „om Weekers te informeren over een onderzoek dat door diens eigen opsporingsdienst [FIOD] wordt uitgevoerd”.

Weekers hoefde ook van de fraude te weten, zei hij eerder. In zijn brief schrijft hij dat de FIOD 280 gevallen van „systeemfraude” heeft afgehandeld, vergelijkbaar met de Bulgaarse fraude, waarvan 183 na 15 september.

Wat is er bekend over de in totaal 280 andere fraudegevallen?

Dat wil de oppositie nu ook graag weten. „Wat zijn die 279 andere zaken”, vraagt Pieter Omtzigt (CDA). „En om hoeveel geld gaat het, in het geval van de Bulgaren, én in al die andere zaken. Als het om zo veel zaken gaat, dan kan de staatssecretaris toch niet verbaasd zijn geweest over die ene Bulgaarse zaak?” Een woordvoerder van Weekers kan niets zeggen over de andere zaken. „Voor het debat doen we verder geen mededelingen.”

Meteen na het bekend worden van de Bulgaarse fraude zette Weekers vraagtekens bij het toeslagensystemen. Worden die toeslagen, jaarlijks ruim 12 miljard euro, niet te gemakkelijk verstrekt? De Kamer wil weten of hij die vraag niet eerder had moeten stellen.

Heeft Weekers het vertrouwen van zijn ambtenaren?

De afgelopen weken klaagden ambtenaren van de belastingdienst dat Weekers al lang op de hoogte was van grootschalige fraude. Ze hadden daar ook op gewezen, zeiden ze, maar er was niet naar hen geluisterd. In EenVandaag reageerde Weekers op die kritiek op een op manier die meteen weer nieuwe kritiek losmaakte. Hij zei: „Ik denk dat daar wat emoties een rol hebben gespeeld.”

Voorzitter Corrie van Brenk van ambtenarenvakbond Abvakabo noemde die reactie „eigenlijk schandalig”. Haar bond ageert al langer tegen bezuinigingen op het personeel van de Belastingdienst, waardoor miljardenfraudes in de hand zouden worden gewerkt.

Voor Weekers draait de zaak al lang niet meer alleen om de Bulgaren. Hij moet de Kamer overtuigen dat hij de man is die – met zijn ambtenaren – de problemen bij de belangdienst kan oplossen.