‘Je sloopt mooiste stad ter wereld niet’

Vechtpartijtjes waren er wel, rellen niet. De alternatieve huldiging van Ajax verliep relatief rustig. Met dank aan de ‘ordedienst’ van de fans.

Ajaxfans vierden gisteren de titel op het Leidseplein, ondanks het gemeentebesluit het feest uit de binnenstad te weren. Foto Olivier Middendorp

Enkele tientallen arrestaties wegens verstoring van de openbare orde, twee gewonde agenten door rondvliegend glas en vuurwerk. Toch schreef de Amsterdamse politie gisteravond in een persbericht dat de huldiging van landskampioen Ajax „vooral feestelijk, veilig en ordentelijk” was verlopen. En daar valt veel voor te zeggen, gezien de tienduizenden fans bij de Arena en de honderden op het Leidseplein, en hun alcoholconsumptie: het Leidseplein lag enkelhoog bezaaid met bierblikjes, flesjes en plastic bekers.

De arrestaties vonden niet plaats bij het Arena-stadion in Zuidoost, waar selectie en staf van Ajax gehuldigd werden, maar op en rond het Leidseplein. De harde kern van Ajax-supporters, Vak 410 en F-side, had vooraf laten weten dat zij de officiële huldiging bij het stadion zouden boycotten uit protest tegen het besluit van burgemeester Van der Laan, voor het tweede jaar, om het kampioensfeest uit de binnenstad te weren. Ze hadden opgeroepen na de wedstrijd naar het Leidseplein te komen voor een alternatief feest. Met de waarschuwing: ‘Sloop niet je eigen stad.’ Op de website afca.nl stond het zo: „Elke huldiging zijn er weer pikkies die het nodig vinden om in Amsterdam vernielingen aan te richten. De F-Side en VAK410 zijn hier faliekant op tegen. Je sloopt de mooiste stad van de wereld niet. Mochten wij iemand betrappen op slopen, dan zullen er consequenties volgen.”

Rond half vijf trokken de troepen van de harde kern met roffelende trommels en kleurige fakkels het Leidseplein op. Daar stonden tot dan toe een paar honderd hossende supporters die geen kaartje voor de wedstrijd hadden en die zichzelf bezig hielden met drinken en zingen (‘en wie niet springt, die is geen Jood’). Met de versterkingen erbij was het plein vol. Er kwam ook wat meer politie omheen. „Daar vooraan, daar staat een rotgroepje”, zei een van de commandanten in zijn microfoon.

Maar toen zo rond half zes hier en daar vechtpartijtjes uitbraken, waren de kleerkastvormige mannen in zwarte kleren met opschriften als ‘AFCA’, ‘Niet arrogant, gewoon weer de beste’ of ‘Amsterdam Casuals’, er steevast eerder bij dan de even brede mannen van de arrestatieteams van de politie. En ze waren ook proactief: „Kom jongens, we gaan naar het Rembrandtplein, verder feesten.”

Zo bleven de opstootjes beperkt: uit de hand lopende ruzies werden nooit geen supportersrellen, ook niet als de ME zich korte tijd opstelde om een deel van het plein weer tot rust te brengen. Iemand die ineens „Kankerwijf rot op met je kankercamera” roept, en dan wordt er al gevochten. Elk opstootje leidde tot een verplaatsing van het publiek: toeristen weg van de vechtpartij, supporters er juist heen. En verrukt gezang op het plein: ‘Joden! Joden!’

Behalve dus van de harde kern, die over het plein draafde om de meute kalm te houden. Her en der namen ze een dolle jongen apart. Of het genoeg is om burgemeester Van der Laan ervan te overtuigen dat een volgende huldiging weer op het Leidseplein kan, is de vraag. Een jongen in een zwart T-shirt zei mismoedig: „Ze hebben het zelf verpest, volgend jaar is het klaar.” Na afloop bedankte de politie, de aartsvijand toch, de supporters in haar persbericht: „Enkele kleine vechtpartijen konden in de kiem worden gesmoord, mede door inzet van de eigen ordedienst van de supportersaanhang.”