Israël wil geen oorlog met Syrië

Israël bombardeert wapenvrachten van Syrië naar Libanon. Israël gokt erop dat president Assad zijn handen vol heeft aan de Syrische burgeroorlog.

„Een oorlogsverklaring”, noemde de Syrische viceminister van Buitenlandse Zaken de Israëlische aanvallen nabij Damascus gisteren, waarbij depots met geavanceerde Iraanse raketten en een militair complex zouden zijn geraakt. Israël geeft niet toe dat het achter de aanvallen zit, maar alles en iedereen wijst in die richting. Vrijdag had Israël naar verluidt ook al een lading raketten in Syrië gebombardeerd.

Tegen Amerikaanse media zei de Syrische viceminister dat Damascus zou reageren op een zelf gekozen moment en manier. Een Libanese televisiezender meldde dat Syrië intussen raketten op Israël heeft gericht. De Syrische minister van Informatie verklaarde dat de vermeende Israëlische luchtaanvallen „de deur hebben geopend voor alle mogelijkheden”. Inclusief niets doen dus.

Want het is maar zeer de vraag of deze Israëlische aanvallen door het regime van de Syrische president Bashar al-Assad vergolden zullen worden en deze Israëlische interventie tot oorlog leidt. Formeel verkeren Israël en Syrië al in staat van oorlog sinds de stichting van Israël in 1948. Maar na de Israëlische verovering van de Syrische Golan Hoogvlakte in 1967 en de – beperkte – Syrische herovering in 1973 is het rustig aan de grens. De landen sloten in 1974 een wapenstilstand.

Israël wil geen oorlog met Syrië. Hoewel de Israëlische regering Assads geweld tegen de burgerbevolking veroordeelt, is het publiek geheim dat Israël liever Assad in het zadel ziet in zijn buurland dan een groep ongeregelde rebellen, onder wie zich steeds meer jihadisten bevinden. Israël spreekt die voorkeur niet hardop uit, omdat dat de reputatie van Assad verder zal verzwakken.

Maar Israël zou zich achter de schermen (vooral in Washington) hevig verzetten tegen internationale interventie, bedoeld om Assads regime omver te werpen, en tegen bewapening van de rebellen. De angst dat jihadisten vanuit Syrië hun vuur over de grens op de Golan Hoogvlakte richten is groot. Veel groter dan de angst dat Assad gericht op Israël mikt. En ook groter dan de angst dat Syrische wapens in handen komen van Hezbollah, Syrië’s bondgenoot en Israëls aartsvijand in Libanon.

Want bij wapentransporten naar Libanon trekt Israël zijn ‘rode lijn’, zo bleek dit weekend weer en ook al in januari, toen Israël een transport luchtafweerraketten op de grens van Libanon en Syrië bombardeerde. Israël claimt de inlichtingen en de militaire macht te hebben om elk ongewenst wapentransport te verhinderen. En Israël gokt erop dat Assad deze aanvallen niet zal vergelden.

Bij de aanval in januari hield Assad zich ook gedeisd. Zijn regime beloofde „een gepaste militaire respons”, maar er volgde geen vergelding. Want Assad wil evenzeer geen oorlog met Israël. Hij heeft zijn handen vol aan de interne strijd, die zich nu concentreert in de overwegend alawitische kuststrook. Rond Damascus is Assad verzwakt. Hij moet steeds meer op militaire steun van Hezbollah leunen en kan de transfer van wapens naar Libanon daardoor vermoedelijk niet weigeren.

Assad kan de Israëlische aanvallen echter ook moeilijk negeren of over zijn kant laten gaan. Temeer daar bondgenoten Iran en Hezbollah oproepen tot repercussies. Zo zei het hoofd van de Iraanse troepen: „Verzetstroepen zullen reageren op de Israëlische agressie. Iran zal niet toestaan dat Israël de regio destabiliseert”. De Libanese minister van Buitenlandse Zaken zei dat hij met zijn Syrische evenknie „de volgende fase” had besproken „in het licht van de [Israëlische] agressie”.

De Israëlische premier Netanyahu wilde zich niet uitlaten over de aanvallen en reisde gisteren af naar China voor een vijfdaags werkbezoek. Maar zijn reis werd uren uitgesteld door een spoedzitting van zijn veiligheidskabinet. Netanyahu gaf de regie in handen van de minister van Defensie. Het raketafweersysteem werd naar het noorden verplaatst en het noordelijke luchtruim is tot donderdag gesloten voor al het commerciële vliegverkeer.

Israël beseft dat de oorlog in Syrië niet meer zuiver een intern conflict is sinds Iran en Libanon nadrukkelijk hebben gezworen te helpen om Assad aan de macht te houden en zij met wapens en manschappen steeds dieper in het conflict betrokken raken.

Het wil zich zo min mogelijk met de Syrische oorlog bemoeien en zeker Assad niet verzwakken, maar bereidt zich – getuige de bombardementen op wapens die bestemd zouden zijn voor Hezbollah – al wel voor op een eventuele volgende oorlog met Libanon (de vorige was in 2006).

Intussen slipt het geweld in Syrië steeds vaker over de grenzen van Israël, Libanon, Turkije en Jordanië. Al deze landen zijn de laatste maanden, vermoedelijk per ongeluk, vanuit Syrië beschoten. Hoewel geen enkele partij belang heeft bij een oorlog met de buren kan één vonk, zoals deze of een volgende Israëlische aanval, een regionale escalatie veroorzaken.