‘Hoe jongens zijn, dat krijg je er gewoon niet uit’

Jongens zijn van nature baldadig, zegt historicus Angela Crott. En omdat we daar geen zin in hebben, zeggen we maar dat ze ADHD hebben. Laat ze toch niet dóórleren, vindt zij.

Foto AP

Met haar eigen zoons gaat het goed, dank je. Ze zijn inmiddels 32 en 30; de jongste heeft net een bordspel op de markt gebracht, een fantasy-bordspel, met zijn eigen bedrijfje, Fasold Games. Historica Angela Crott klinkt opgelucht. „Dat was de drukste. Hij heeft van alles gedaan. Twaalf ambachten en dertien ongelukken.”

Haar zoons waren de inspiratie voor het onderzoek waar ze twee jaar geleden in Nijmegen op promoveerde; van haar proefschrift is zojuist een bewerkte handelseditie verschenen, Jongens zijn ’t. Crott onderzocht hoe er sinds 1882 over jongens is geschreven in opvoedingsboeken. Haar conclusie: jongens zijn altijd hetzelfde gebleven. Baldadig, hoogmoedig, lui en zwijgzaam, dat zijn de eigenschappen die ze steeds tegenkwam. Maar in de huidige maatschappij past dat jongensgedrag niet meer.

„Wij hebben daar tegenwoordig problemen mee”, zegt ze aan de telefoon. „We hebben het al zo druk, we willen niet ook nog eens aandacht aan die jongens moeten besteden. Typisch jongensgedrag, druk en lawaaierig, is lastig en zorgt voor overlast. Dus plakken we die jongens een etiket op, zoals ADHD.”

Vroeger benaderde de maatschappij jongens „als helden”, zegt Crott. „Die gingen het maken. Nu worden jongens als losers behandeld terwijl ze nog niks hebben gedaan, omdat het ze niet lukt om gehoorzaam en ijverig te zijn. Meisjes zijn daar van nature beter in.”

Jongens hebben het dan toch maar een paar jaar moeilijk, tijdens de puberteit en adolescentie? Als ze volwassen zijn, verdienen mannen weer beter dan vrouwen en bereiken ze vaker topposities.

„Jawel, maar niet alle jongens bereiken later topposities. En al die tijd moeten jongens wel naar school en daar hebben ze niet de indruk dat ze een bijdrage leveren aan de maatschappij. Ik pleit voor het afschaffen, of in elk geval het verlagen van de leerplicht. Vanaf een jaar of 14, 15 zijn jongens klaar voor de maatschappij. Dan willen ze werken.”

Alle jongens?

„De meeste wel ja. Dat komt in al de opvoedboeken terug.”

Die opvoedboeken bevatten toch de meningen van de schrijvers, geen onderzoek?

„Ze zijn gebaseerd op ervaringen met jongens. Veel slimme jongens blijven zitten omdat ze gehoorzaamheid en bravigheid missen. 4-havo is berucht, daar blijven zó veel jongens zitten.”

Er gaan toch altijd meer jongens over dan er blijven zitten?

„Die cijfers heb ik niet. Maar zelfs degenen die overgaan, zijn eraan toe om de handen uit de mouwen te steken in plaats van de hele dag zitten, schrijven, werkstukken maken. Maar veel ouders willen niet dat hun zoon naar een ambachtsschool gaat – vroeger ook al niet. Mensen vinden dat iets voor een lager milieu, terwijl de meeste jongens graag iets met hun handen doen.”

Welk deel van de jongens heeft de problemen die u beschrijft?

„Ik heb daar geen harde cijfers over. Ik ben niet echt een cijfermens. Maar universiteiten merken nu al dat jongens wegblijven. Maar ik heb de indruk dat meisjes school leuker en nuttiger vinden dan jongens. Dat komt ook in die opvoedboeken voor. En van alle kinderen met problemen die vroeger bij de medisch opvoedkundige bureaus kwamen, en later bij de Riagg en tegenwoordig Jeugdzorg, was altijd tweederde jongens.”

En eenderde meisjes dus, ook een grote groep. Is het niet zinvoller te kijken naar variatie in gedrag dan alleen naar sekseverschillen? Uit psychologisch onderzoek blijkt dat de overlap tussen de seksen groter is dan de verschillen.

„Er is ook onderzoek dat de andere kant op wijst. Het gaat in dat debat echt om twee groepen die tegenover elkaar staan, en niemand zet een stap naar elkaar toe. Mijn mening is dat de verschillen groter zijn – ik ben gewoon tot die overtuiging gekomen, onderzoek of niet. Als je dat ontkent, doe je jongens tekort. Je ziet dat jongens problemen hebben met hoe men nu met hen omgaat. Mensen ontkennen jongens bijna. En ze hebben zo veel aandacht nodig... Ik spreek ook uit ervaring. Wat dochters niet doen, maar zonen wel: ze rijden je in de wielen. Het kost zó veel tijd om ze door de middelbare school heen te slepen.”

Waarom heeft u ze er niet afgehaald toen ze 14, 15 waren? Daar pleit u voor in uw boek.

„Toen had ik mijn onderzoek nog niet gedaan. En er was geen alternatief. Nu worden er weer ambachtsscholen opgericht, door particulieren en ook in samenwerking met bedrijven. Ik hoop dat mijn boek ertoe bijdraagt dat ook ouders inzien dat hun zoon geen havo hoeft te doen, maar dat hij naar de ambachtsschool mag. Heel veel jongens interesseert algemene ontwikkeling niets. Geschiedenis, aardrijkskunde... Ik vraag me ook af wat ik daar zelf nog van weet van de middelbare school. En waarom dat allemaal zo lang moet duren. Die jongens vragen zich dat ook af. En de maatschappij zit nu heel erg verlegen om loodgieters, timmermannen, botenbouwers...”

Die verdienen wel minder dan jongens met een betere opleiding.

„Ja, dat is het punt, ze zouden ook meer moeten verdienen... Het is een heel ingewikkeld gegeven dat ik hier aangeboord heb. Jongens hebben er geen boodschap aan dat vrouwen vroeger werden onderdrukt of nu in andere landen nog steeds onderdrukt worden. Ze leven hier en nu! En als jongens onderdrukt worden, worden ze agressief. In het extreme geval gaan ze dan zelfs om zich heen schieten. Hoe jongens zijn, dat krijg je er gewoon niet uit. Ja, door ritalin te geven. Je ziet ook een toename in ADHD-gevallen naarmate de leerplicht toeneemt, dat gaat precies gelijk op.”

Is het niet gewoon een kwestie van beschaving dat de huidige maatschappij agressie, vechten, pesten minder tolereert? Er zijn toch zat jongens die zich wel hebben kunnen beschaven?

„Ik denk dat dat vrouwelijke beschaving is. Mannelijke beschaving is ruwer, grover. Meisjes praten een meningsverschil uit of praten niet meer met elkaar. Jongens willen gewoon even vechten en dan is het klaar. Maar dat mag niet meer. En mensen die geen ervaring met jongens hebben weten altijd zó goed wat je moet doen om ze dat af te leren. Maar jongensgedrag kún je niet afleren.”

U pleit ook voor gescheiden onderwijs aan jongens en meisjes.

„Ja, dat zou voor jongens en meisjes beter zijn. Mijn zoons vertelden achteraf, toen ik met mijn onderzoek bezig was, dat ze vroeger op school zo waren afgeleid door meisjes in de klas met topjes. Dat is zo moeilijk voor jongens, met al die hormonen die beginnen te werken en dan gaat hun eigen lichaam ook nog eens reageren... Er wordt geen rekening gehouden met hoe jongens daarmee moeten omgaan. Dan zitten ze met hun seksuele gevoelens in de schoolbank, dat kunnen vrouwen zich denk ik helemaal niet voorstellen. Ik ben niet praktiserend katholiek meer, maar op dit punt hebben de christenen wel gelijk.”

En niet alleen op dat punt: Crott pleit ook tegen echtscheiding, en ze vindt het slecht dat ouders tegenwoordig vaak allebei fulltime werken. Want meisjes redden zich wel, maar jongens hebben aandacht nodig, en structuur, en een man in huis. „Ik zeg allemaal heel vervelende dingen”, zegt Crott. „Ja toch? Maar ik ben nu bijna 58, dus dat kan me niet zo veel meer schelen. Ik weet trouwens niet hoe ik gedacht zou hebben als ik dochters had gehad, dat wil ik wel eerlijk zeggen.”

Angela Crott: Jongens zijn ’t. Van Pietje Bell tot probleemgeval. Uitgeverij Atlas Contact, 383 blz., € 19,95