Het goud van de christen-democraten

‘Het is onze stellige overtuiging dat wij als christen-democraten goud in handen hebben”, schreef het Wetenschappelijk Instituut van het CDA twee jaar geleden in het rapport Waardevast. Over de uitgangspunten van het CDA. De publicatie ging over ‘de kracht van de samenleving’ en andere typisch christen-democratische thema’s. Afgelopen september leek het instituut ongelijk te krijgen. Het CDA bleef over met 13 zetels, terwijl meer dan de helft van de Nederlanders had gestemd op de VVD en de PvdA, partijen die niet bekendstaan om een uitgesproken vertrouwen in de kracht van de samenleving.

Nu de sociale zekerheid wordt hervormd, blijkt het christen-democratische goud echter nog steeds te blinken. Ineens hebben de coalitiepartijen de mond vol van samenleven, gemeenschapszin en omkijken naar elkaar. Een treffend voorbeeld is de manier waarop de bezuinigingen op de AWBZ worden verkocht. Met alleen wijzen op de noodzaak van lagere uitgaven creëer je geen draagvlak, moet het kabinet hebben gedacht. En dus worden de bezuinigingen gebracht met een blijmoedige boodschap: we gaan terug naar vroeger, voordat de individualisering ons van elkaar vervreemdde!

„We willen de gemeenschapszin bevorderen”, zei PvdA-staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn in NRC Handelsblad. We moeten voortaan „proberen elkaar te helpen voordat we de rekening naar de overheid sturen”. In de Volkskrant riep hij op tot ‘meer naar elkaar omkijken’. „Kijk eerst wat je zelf kunt, eventueel met hulp van je omgeving. De overheid gaat niet meer vanzelfsprekend alles regelen en betalen.”

Waarin onderscheidt dit verhaal zich nog van dat van de VVD? In een bundel over de sociale zekerheid die volgende week uitkomt, schrijft het wetenschappelijk bureau van de liberalen: „Laat burgers eerst zelf – al dan niet in samenwerking met anderen – naar oplossingen zoeken, alvorens een beroep te doen op het collectief.” Zoek de verschillen met de uitspraak van Van Rijn.

De partij van het individu en de partij van de staat hebben nu de samenleving ontdekt. De markt heeft een slecht imago, de overheid is te duur – wat overblijft is de gemeenschap. Liberalen en sociaal-democraten schilderen de overheid eendrachtig af als een onpersoonlijke moloch waarvan je niet eens afhankelijk moet willen zijn. Hulp van de staat? Bah, wat ongezellig. Nee, geef mij maar mijn buurvrouw, die kent me tenminste.

De eerste pogingen zijn onwennig. Bij Buitenhof vorige week zondag klonk Van Rijn alsof hij de avond ervoor snel wat CDA-brochures had doorgebladerd, maar zich de boodschap nog niet helemaal had eigengemaakt. Hij verwees steeds naar ‘vroeger’, toen het ‘nog heel normaal was’ om iets voor een ander te doen. Het klonk weinig overtuigend.

Maar het kabinet heeft als het goed is nog bijna vier jaar. Als het erin slaagt het samenlevingverhaal geloofwaardig te vertellen, staat het CDA met lege handen. Het goud is overgenomen door de concurrenten.

Floor Rusman is redacteur van nrc.next. Elke maandag schrijft ze op deze plek over de actualiteit.