Helmin Wiels: ‘Ik ben het antwoord van het volk’

Kort voordat hij werd vermoord, gaf Helmin Wiels een interview. Hij was op zijn hoede. „Ik ben niet bang. Maar veel mensen zijn niet blij met wat ik zeg.”

De gisteren vermoorde politicus Helmin Wiels, onlangs in Nederland. Foto ANP

Door

Gistermiddag om vijf uur werd de Curaçaose politicus Helmin Wiels (54) op het strand van Marie Pampoen, de volkswijk waar hij opgroeide, doodgeschoten. Afgelopen donderdag gaf hij daar in de buurt zijn laatste grote interview, in het Baoase Beach Resort, een streng beveiligd hotel waar hij zich veilig voelde.

Zelfverzekerd kwam Helmin Wiels aanlopen over het pad naar het strand. De leider van de grootste politieke partij Pueblo Soberano op Curaçao droeg een spijkerbroek. Het Baoase Beach Resort, ligt op de grens van de volksbuurten Marie Pampoen en Steenrijk, de wijk waar Helmin Wiels opgroeide. En het is bepaald geen stek waar een Antilliaan met een kippenpoot en een blikje Polar-bier luncht. Het meest luxe hotel van Curaçao is exclusief, peperduur, ommuurd en bewaakt. Niet echt een plek waar je Helmin Wiels, die zich profileert als man van het volk verwacht. Dat Wiels zelf, op dit moment op Curaçao is, is trouwens ook nogal ongewoon. Moet hij niet bij de inhuldiging van de koning zijn?

„Jazeker, ik heb wél een uitnodiging ontvangen,” zegt de politicus. Hij bestelt een vintage port en een filet mignon. „Maar we hebben op dit moment een economisch precaire situatie. Ik kan mijn volk niet vragen om opofferingen te doen terwijl wij met zijn allen businessclass naar Nederland reizen. Ik heb als politicus een voorbeeldfunctie. Bovendien: ik ben republikein. Ik erken de monarchie niet. De hypocrisie ten top. Nederland is tegen Gaddafi, Bin Laden, Saddam Hoessein. Maar ondertussen waren ze wel altijd goede vrienden met Videla, Pinochet, de Duvaliers, Somoza. En de dochter van een oorlogsmisdadiger uit een regime waarin 60.000 mensen verdwenen, die wordt omarmd. Onderwijzers, studenten en ook verslaggevers zijn daar in Argentinië destijds verdwenen, mevrouw. Nee. Ik heb geen koning.”

Maar hoe zit het dan met deze nogal dure lunch? Een beetje etentje voor twee in Baoase kost zo 400 gulden (170 euro). Ongeveer een derde van het maandsalaris van een Antilliaanse bouwvakker. Die het met de stijgende grondbelasting, brood- benzineprijzen inderdaad steeds moeilijker heeft.

„Ik zit hier niet voor het lekkere eten, mevrouw”, zegt Wiels streng. Hij is de enige Antilliaan in het restaurant, waar verder alleen roodverbrande Nederlanders aan de kreeft en de champagne zitten. „Maar wel omdat hier niet zomaar iedereen naar binnen kan. Snapt u dat?” Vreest Wiels voor zijn veiligheid? „Nee, vrezen niet. Ik ben niet bang. Dan moet je niet de politiek in gaan, als je bang bent. Maar veel mensen zijn niet blij met wat ik zeg. Ik ben in de politiek gegaan om de corruptie weg te vagen. En die zit hier op Curaçao diep. Bankiers, registeraccountants, projectontwikkelaars: op het oog nette bedrijven zitten er tot over hun oren in. En politici: die ook. Ik moet orde op zaken stellen. Ik ben het antwoord van het volk op deze dingen.” En daarom werkt hij 24 uur per dag, zegt hij. Omdat hij zich verantwoordelijk voelt. Wiels, een maatschappelijk werker en de zoon van een politieman wiens overgrootmoeder nog als slavin geboren is, wil dat de mensen gaan beseffen dat zij iets kunnen veranderen aan deze dingen. Dat ze zich ervan bewust worden dat het hún belastinggeld is dat deze mensen zich toe eigenen. „Mijn mensen moeten mondig worden. Luister: ik ben geen politicus. Ik ben een maatschappelijk werker. Ik heb voor de klas gestaan. Ik werk aan bewustwording van het volk. Dat doe ik 24 uur per dag. Mensen moeten mondig worden.”

Bij voorkeur net zo mondig als hij zelf, vindt Wiels, die bekendstaat om zijn boude uitspraken. Niet alleen corrupte zakenlui en politici krijgen verbaal om hun oren van de op Westpunt geboren Antilliaan. Voor verwende Nederlandse miljonairs heeft hij ook geen goed woord over. De schrik zit er inmiddels dan ook goed in bij de Nederlandse gemeenschap.

Wiels wil ons allemaal in een boot stoppen en er midden op zee een gat in schieten, zegt een Amsterdamse ondernemer op Curaçao. Hij wil niet met naam genoemd worden Te link, zegt hij. Curaçao is aan het veranderen. Het geweld en de dreiging tegen blanken nemen toe. Wiels’ opstelling en uitspraken zijn verantwoordelijk voor de steeds killere verhoudingen tussen Nederlanders en Antillianen.

Wat vindt Helmin Wiels van zo’n uitspraak?

Hij is even stil, kijkt uit over de zee en neemt een slok port voordat hij zegt: „Ja, de criminaliteit neemt toe. Dat is het resultaat van een maatschappij die niet voor haar mensen zorgt. Maar Nederlanders? Bang?” Hij spuugt het woord bijna uit. „Ja, ze zijn bang voor me. Heel bang. Ze denken: Wiels gaat ons allemaal vermoorden. Maar ze zijn altíjd bang geweest. Vroeger woonde de Nederlander in compounds. Gated communities. Dat is eigenlijk nog zo. Ze bemoeien zich niet met ons en ze minachten ons. Onze mensen waren Untermenschen en zij de Übermenschen. Ze dachten altijd al dat ze vermoord zouden worden. Dat we hen haatten. Maar het was hun eigen gedrag dat die zware gevoelens, want zo noem ik het, bij ons opwekte. Maar waarom zijn ze nu precies zo bang? Is er wel eens zomaar iemand vermoord? Is er recent werkelijk iets gebeurd? Je weet het niet, zeg je? Nou, ik weet het wel. De reden is: ze kennen ons niet. Daarom. Onwetendheid maakt bang. Heb je dat programma drie weken geleden gezien? Van die Nederlandse miljonairs?’ Hij doelt op het recent uitgezonden programma Onder Elkaar waar Nederlanders werd gevraagd hoe zij zich voelden onder een Helmin Wiels die hen ‘in bodybags’ terug naar huis zou wensen.

Wiels: „Daar werden nogal offensieve uitspraken gedaan door die zogenaamde ‘happy few’. ‘De neger komt uit het oerwoud maar het oerwoud nooit uit de neger’, Dat zeiden ze. Ze zeiden ook dat wij, de Antillianen, God op onze blote knieën mogen bedanken dat zij, ja, dat zeiden ze ‘zij’, ons als slaven hadden getransporteerd naar Curaçao. Anders zaten we nog steeds met botten in onze neus in een rieten jurk in Afrika. Hoe durven ze. Wat een gebrek aan respect. En wil je dan, als je zoiets zegt, hier op het eiland wonen? Samen met ons, die neger met het oerwoud in hem?’ Wiels snuift. Hij wenkt de serveerster. Nog een port. „Dan moet je hier niet willen zijn, als je dat zegt.”

Toch wil hij de dialoog met de Nederlanders aan, zegt hij. En met iedereen eigenlijk. „Het is niet zo dat ik de Nederlanders weg wil hebben. Maar er moet wel respect zijn. Mijn taak is uitleggen uitleggen, uitleggen.” Dat is wat Wiels wil, zegt hij. Transparantie scheppen. Eerlijkheid. Vertrouwen kweken. Zijn mensen zijn het vertrouwen in de wet kwijt. Dat moet terug, vindt hij. Er moet veiligheid zijn. Op straat maar ook in de politiek en de financiële wereld. Daarom zit hij als maatschappelijk werker in de politiek. Maar de post van minister-president op Curaçao wilde hij niet aanvaarden.

„Macht is een verslavend iets,’ zegt Wiels. ‘En ik ben er niet gevoelig voor. Ik hoef die hoogste post niet. Kijk, een minister kun je afzetten als hij zijn werk niet goed doet. Ik heb mijn zetel. Die neemt niemand me af. Ik wil deze maatschappij veranderen. Goed maken. Ik heb geen tegenstanders. Ik ben mijn eigen grootste tegenstander. Ik wil mezelf steeds verbeteren. Laten zien dat politici hier zijn om voor het volk te zorgen en niet alleen voor zichzelf. Mijn volk betaalt belasting en daarvoor verdienen ze de beste bestuurders. Er zijn genoeg bekwame mensen die minister kunnen en willen worden. Laat die het dan maar doen. Laat mij met mijn vijfmansfractie in de Staten maar sturing geven en invloed hebben. De boel controleren.”