EU, verbond van vrijheid

Zonder recht geen vrijheid, zonder vrijheid geen recht. Het wordt tijd de waarde van het recht voor vrijheid te herontdekken, meent Ernst Hirsch Ballin in de

5 meilezing die hij gisteren in Utrecht heeft gehouden.

Illustratie Arcadio Esquivel

Deze Bevrijdingsdag stond in het teken van de vraag of je alleen, zonder anderen, vrij kunt zijn. ‘Vrijheid spreek je af,’ zo luidt het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Utrecht is gekozen als de plaats om daarover na te denken, omdat deze stad driehonderd jaar geleden faam verwierf als stad van vrede. Dankzij de verdragen die hier toen werden gesloten, werd vrede door machtsevenwicht werkelijkheid.

In 1713 was echter de erkenning van mensenrechten nog ver weg: een van de verdragen bezegelde de asiento, de vergunning voor het bedrijven van slavenhandel tussen Afrika en de Spaanse koloniën.

Pas driekwart eeuw later, in 1789, kwam de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen tot stand. Een mijlpaal voor de mensheid, al moeten we deemoedig erkennen dat de strijd tegen discriminatie naar sekse, seksuele gerichtheid, herkomst en overtuiging ook in 2013 nog niet ten einde is.

In vroeger eeuwen was oorlog een gebruikelijk vervolg op spanningen tussen staten. Het eigenbelang stond voorop, daarna pas kwam de rest van de mensheid.

Immanuel Kant was een van de eersten die een ander perspectief gaven. Niet meer vanuit de eigen groep naar de anderen kijken, maar juist de mensheid vooropstellen. Geen mens kan in zijn eentje vrij zijn, geen land kan dat. Is dat niet erg idealistisch?

Jazeker, maar ook erg realistisch. Alleen als het grotere geheel in vrede leeft, kunnen mensen vrij zijn. Om dat mogelijk te maken, gaan mensen een verbond met elkaar aan. De daarbij behorende verplichtingen en aanspraken, worden gepreciseerd in wetten die de burgers in vrijheid aanvaarden. Zonder recht geen vrijheid, zonder vrijheid geen recht: ‘vrijheid spreek je af’.

Een rechtsstaat waarborgt die vrijheid. De staat is een verbond van vrijheid, waarin wederzijdse verantwoordelijkheid voor ieders rechten en vrijheden wordt aanvaard. Kant had een visioen van zo’n verbond tussen de staten, waarmee voor altijd aan oorlogen een eind zou worden gemaakt.

Dat ideaal zou nog heel lang een droom blijven.

Het was Hegel, een andere grote denker uit die tijd, die Kants betoog met een hard realisme beantwoordde. Een eeuwige vrede was volgens hem helemaal niet mogelijk, omdat de soevereine ‘wil’ van elk der staten op hun eigenbelang gericht zou blijven, en hen uiteindelijk naar de wapens zou doen grijpen.

Kants morele motieven voor een statenverbond werden steeds meer geruggensteund door economische en maatschappelijke motieven. Volkeren die elkaar oorlogen hadden aangedaan, beseften uiteindelijk dat ze hun belangenconflicten beter met het recht konden laten beslechten. Hierin verschillen de verdragen van de Europese Unie grondig van de verdragen van 1713.

Maar is dat ook de wijze waarop de Europese burgers anno 2013 hun Unie ervaren? Vaak lijkt het erop dat de regeringsleiders van nu weer bezig zijn met onderhandelingen over hun belangenconflicten, zich voortslepend van het ene compromis naar het andere.

Gaandeweg is de gedachte van een Europese rechtsorde op de achtergrond geraakt. Een akkoord over betalingen en sancties bij wanbetaling is iets anders dan een verbond van vrijheid. Het wordt tijd, de waarde van het recht voor vrijheid over grenzen heen te herontdekken. Net als een staat berust ook een verbond van staten op het inzicht dat mensen op elkaar aangewezen zijn.

Daarom aanvaarden ze over en weer rechten en plichten, ontstaat er zoiets als een ‘maatschappelijk verdrag’ voor Europa, al willen velen dat niet zien.

Steeds meer jonge mensen verleggen hun grenzen, ontdekken de waarde van vernieuwende ideeën. Het probleem van de Europese Unie is niet dat ze te groot is geworden, al is dat in sommige opzichten waar; voor andere vraagstukken – zoals milieu, energie en migratie – is de schaal van de Unie eerder te klein.

De verbanden die onze vrijheid beschermen, moeten groot zijn waar nodig, maar ook klein waar dat beter werkt. Elk verbond van vrijheid weerspiegelt een van de vele verbanden waarin mensen leven en werken, van woning tot world wide web, van dorp tot wereldstad.

Het antwoord op de vraag of je alleen, zonder anderen, vrij kunt zijn is dan ook: nee, dat kan niet. Immers, als mijn vrijheid verzekerd lijkt, maar niet die van de ander, wie of wat garandeert mij dan ons toekomstperspectief? Een verbond van vrijheid kan alleen maar bestaan als het tot recht leidt, voor iedereen zonder onderscheid. In de verhouding tussen staten is dat niet anders.

Grensoverschrijdende lotsverbondenheid van mensen kan niet worden afgewezen, ze is de wereld waarin wij leven. De bevordering van de internationale rechtsorde is daarom in 1953 als doelstelling in de Grondwet verankerd.

Gelijkwaardigheid van mensen is de kernzin van het recht; de bevrijding die we vandaag weer vieren, was het begin van de wederopbouw van de rechtsstaat.

Een verbond van vrijheid berust op de aanvaarding van elkaar als mens, ongeacht herkomst, geloof of seksuele identiteit. Maar hoe eenvoudig dit fundamentele recht ook is, de realisering daarvan vergt moed, waakzaamheid en een rotsvaste wil. Immers, houdt het wederzijds respect ook stand als meer macht of rijkdom lokt, of als onderdrukking dreigt? Het vertrouwen tussen mensen heeft een stevige ruggensteun nodig om niet te worden beschaamd.

Die steun bestaat uit het recht en de handhaving van het recht. De lotsverbondenheid van mensen in een samenleving brengt mee dat ze een band met elkaar hebben die we recht noemen: de aanspraak door de ander als persoon te worden gerespecteerd en de plicht die ander evenzeer als persoon te respecteren. Zonder dit wederkerig respect kunnen mensen niet vrij zijn en niet met elkaar in vrede leven. Zo realistisch is echt idealisme.

Ernst Hirsch Ballin is hoogleraar aan Tilburg University Law School en de Universiteit van Amsterdam. Zijn volledige 5 meilezing is in combinatie met de 4 mei-voordracht van Pauline Broekema verkrijgbaar in de boekhandel.