En wat de VS kunnen doen

Abu Farouk a 26-year-old sailor and member of the al-Ezz bin Abdul Salam brigade poses for a picture during a training session at an undisclosed location near the al-Turkman mountains, in Syria's northern Latakia province, on April 24, 2013. AFP PHOTO / MIGUEL MEDINA AFP

Correspondent in de VS

Tot nu toe steunt Amerika de rebellen van het Vrije Syrische Leger met geld, training, voedsel en medicijnen, niet met wapens.

Steun voor militair ingrijpen in Syrië is er nog altijd nauwelijks: slechts 17 procent van de Amerikanen is volgens onderzoeksbureau Rasmussen voor een grotere Amerikaanse rol in Syrië. President Obama leek in augustus de optie van militaire actie niet uit te sluiten met zijn ‘rode lijn’: gebruik van chemische wapens door het leger van Assad. Maar toen het Witte Huis een paar dagen geleden constateerde dat die wapens „waarschijnlijk” zijn gebruikt, krabbelde hij terug. De bewijzen zijn nog te vaag, zei hij, en een rode lijn betekent geen eenzijdig militair ingrijpen.

Wat kan hij doen? Ingrijpen kan desastreus zijn, níet ingrijpen ook. Een goede keuze bestaat niet, een verkeerde keuze kan hem eeuwig worden nagedragen. Obama hoeft alleen maar naar het recente verleden te kijken om te zien dat hij geen goede opties heeft.

Wapens leveren, zoals in Afghanistan

In 2007 werden in Afghanistan twee Amerikaanse helikopters uit de lucht geschoten. Volgens de Amerikaanse luchtmacht gebeurde dat met Stingers, luchtdoelraketten die vrij simpel te bedienen zijn. De raketten werden in de jaren tachtig door de VS zelf geleverd. Toen streden Afghaanse moedjahedien tegen troepen van de Sovjet-Unie. Amerika bewapende de rebellen. De Russen trokken zich in 1989 terug, waarop de Amerikanen probeerden de raketten terug te kopen. Dat lukte maar moeizaam en wapens gingen naar onder meer Noord-Korea en de Talibaan.

Tijdens de oorlog met de Talibaan, vanaf 2001, werden de Amerikanen aangevallen met hun eigen wapens. Het Witte Huis overweegt ook nu wapens te leveren aan Syrische rebellen, maar vreest voor een herhaling van Afghanistan. Complicerende factor is dat de rebellen in Syrië verdeeld zijn en dat er geen garanties zijn dat wapens voor de ene groep niet terechtkomen bij een andere groep.

Luchtsteun bieden, zoals in Libië

Tijdens de opstand in Libië besloten de VS de opstandelingen tegen Gaddafi te helpen met luchtsteun onder de officiële dekmantel van bescherming van de burgers. Dit is ook nu de meest bepleite vorm van militair ingrijpen. In samenwerking met de NAVO werden luchtaanvallen uitgevoerd op posities van Gaddafi. Militair was deze operatie vanuit Amerikaans perspectief een succes. De rebellen wonnen. Maar al gauw bleek dat zij weigerden hun milities te ontbinden en de wapens in te leveren. De veiligheidssituatie verslechtert er nu snel. De Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens kwam in september vorig jaar om het leven bij een aanval van een militie op het consulaat in Benghazi.

Een grondoorlog voeren, zoals in Irak

Obama zou een legermacht aan de Syrische grens kunnen stationeren, om die te laten oprukken naar Damascus. Maar Amerika is oorlogsmoe, als gevolg van de Irak-oorlog. Tijdens die oorlog (2003- 2011) vielen 4.400 Amerikaanse en tussen de 100.000 en 200.000 Iraakse doden. Tien jaar geleden begon Obama’s voorganger George W. Bush de oorlog met het argument dat Irak massavernietigingswapens bezat en het arsenaal wilde uitbreiden. Dat bleek nadien onjuist – reden voor Obama om extra voorzichtig te zijn met de beschuldiging dat het Syrische leger chemische wapens heeft gebruikt. Saddam Hussein werd afgezet, maar Irak verviel in chaos en sektarische twisten. Het tweede doel van Bush’ missie, een stabiele democratie vestigen, is nooit gelukt. De belangrijkste les van Irak is voor de regering-Obama dat oorlogvoering de VS verantwoordelijk maakt voor de nasleep. Ook in Syrië is de kans groot dat de val van Assad geen einde zal maken aan het conflict.

Niets doen, zoals in Rwanda

Oud-president Bill Clinton noemde het de grootste schande van zijn presidentschap. In april 1994 begonnen grootschalige moordpartijen in Rwanda. Al na twee weken, bleek later, wist de Amerikaanse regering dat er een genocide plaatsvond, die honderdduizenden mensenlevens kostte. Clinton wilde niet ingrijpen, omdat het falen van Amerikaanse troepen in Somalië, in 1993, nog vers in het geheugen lag. Pas na maanden besloot Clinton voedseldroppings toe te staan. De president kreeg veel kritiek in eigen land en in de internationale gemeenschap voor zijn passiviteit, een les voor Obama dat ook nietsdoen schadelijk kan zijn voor een president.