En? Hoe was het op school?

Excellente school // De Van Ostadeschool in de Haagse Schilderswijk is een excellente school De zwarte school scoort bovengemiddeld Het geheim: managementtechnieken à la Unilever

Nederland, Den Haag, 26032013 - Basisschool leerlingen op de van Ostadeschool in Den Haag. Deschool is zeer resultaat gericht en betrekt de leerlingen bij het halen van de doelstellingen. Foto: David van Dam

In de hoek ligt een kleuter op een bankje. Een ander kind luistert met een plastic stethoscoop naar zijn hart. „Ja, ja, ik hoor ’m.” Twee jongetjes schilderen, twee spelen in de zandbak en voorin de klas bouwen meisjes iets van Lego. Op het digitale schoolbord naast hen prijkt een stoplicht. Het staat op oranje. Dat betekent: kinderen mogen de juf niet aanspreken, ze moeten wachten tot de juf naar hén komt. En als ze komt, dan kijkt ze of het doel, zoals afgesproken aan het begin van de les, wordt gehaald. De meisjes met de Lego willen een huisje bouwen. Ze hebben een paar gekleurde stenen op de groene onderplaat gedrukt. „En is het gelukt?”, vraag de juf.

De Van Ostadeschool in de Haagse Schilderswijk, een zwarte school, kreeg begin dit jaar het predicaat ‘excellent’ van het ministerie van Onderwijs. Hoe ze dit voor elkaar kregen? Directeur Renald Gunsch zegt dat zijn school is „geprofessionaliseerd”. Hij noemt het een „professionele leergemeenschap” en schetst een goed georganiseerd bedrijf à la Unilever. Met managementlagen, procesbegeleiders en teammanagers. Hij vertelt over ‘proceskanten’ en ‘harde’ en ‘zachte’ input. Er zijn visies, plannen, strategieën en doelen. Grote en kleine doelen (zoals die van de kleuters), die passen in een reeks van te behalen einddoelen voor de school als geheel.

Gunsch volgt geregeld lezingen en workshops over management in de VS. Hij leest veel, net als adjunct Rudy van der Bovenkamp. Die legt wat boeken op tafel: Stephen R. Covey: Het derde alternatief: het principe van creatieve samenleving. Peter M. Senge: De vijfde discipline: de kunst & praktijk van de lerende organisatie. Daniel H. Pink: Drive.

De resultaten van de school zijn bovengemiddeld. De gemiddelde Citoscore dit jaar is 533,9. Landelijk ligt die op 534,7, de Van Ostadeschool zit daar dus 0,8 punten onder. Voor een zwarte school een goede uitkomst. Zeker als je bedenkt dat 62 procent van de ouders van de leerlingen geen of alleen basisonderwijs heeft gevolgd.

In de kamer van directeur Gunsch hangen de zestien uitgangspunten van de school ingelijst aan de muur. Ze gaan over ambitie. ‘Ieder persoon op de Van Ostadeschool gaat voor het hoogst haalbare vervolgonderwijs, ontwikkelt zich en jaagt zijn dromen na, heeft hoge verwachtingen van zichzelf en zijn omgeving.’ Bij deze visies horen doelen, en bij die doelen horen weer activiteiten.

Het hoofddoel voor ‘lezen’ is bijvoorbeeld dat leerlingen aan het eind van de basisschoolperiode in staat zijn eenvoudige teksten over alledaagse onderwerpen te lezen. Om dit bereiken is een plan gemaakt: drie keer in de week leest de hele school een kwartier in stilte. Er staat bij wie daarvoor verantwoordelijk is (de werkgroep Taal) en hoe men controleert of het doel gehaald is (bijvoorbeeld klassenbezoek).

De uitvoering van de doelen gaat „natuurlijk” niet zomaar, zegt Gunsch. Teamleiders en procesmanagers controleren de uitkomst. En om de doelen te halen, is extra expertise en kennis nodig. Dus krijgen de 43 leerkrachten geregeld bijscholing. Van der Bovenkamp: „Het motto hier luidt: leraren leren dagelijks net zo veel als leerlingen.”

De school kan dat ook betalen. De Haagse ‘leergemeenschap’ krijgt van de overheid relatief meer geld vanwege het lage opleidingsniveau van de ouders van de leerlingen.

De school huurt trainers van onder meer het bedrijf ‘HCO – Uw educatieve partner’ in. Zij geven cursussen aan de zes specialisten van de school. Dat zijn leerkrachten die een bepaald expertisegebied beheersen, denk aan rekenen, taal of motoriek. De specialisten leiden de andere leerkrachten weer op.

„Dat gebeurt allemaal niet in een dag”, vertelt adjunct Van der Bovenkamp. Zo kijken de externe trainers en de specialisten mee in de les van de leraren. En volgt er feedback. „Heb je echt alles uit de les gehaald? Wat kan beter?”

Het is hard werken voor de leerkrachten van de school; trainingen volgen, die bespreken, de inhoud van de lessen aanpassen, lesgeven, doelen formuleren en plannen schrijven. Neem de groepsplannen: daarin staat wat de leerkracht de sterke, gemiddelde en zwakkere leerlingen gaat bieden om verschillende doelen te bereiken. En dat voor alle vakken.

In de afgelopen jaren zijn er een paar leerkrachten vertrokken. Je moet dit willen én kunnen, zegt basisschooldirecteur Gunsch. Mariska Groen (34), leerkracht van groep 7A, vindt het „geweldig” om hier te werken. Als ze op cursus gaat, ziet ze altijd hoeveel meer kennis ze heeft dan leerkrachten van de andere scholen. Dat werkt motiverend. „Als het harde werken effect heeft, dan is dat het waard.”

Op de school wordt resultaat voortdurend beoordeeld en gemeten. Zowel bij de leerkrachten als de leerlingen. Aan de muur van Groens klaslokaal hangen grafieken en staafdiagrammen. Daarop kunnen de kinderen zien of de beoogde klassendoelen zijn behaald. Dat doel bespreekt ze voordat de leerlingen een toets doen.

„We spreken dan af dat 80 procent van de kinderen een voldoende moet halen.” Na afloop kunnen ze op de muur zien of dat gelukt is en wie de toets wel of niet heeft gehaald. „Kinderen gaan elkaar helpen om het doel te bereiken.” Deze methode kan alleen, zegt ze, als je de juiste sfeer creëert. Dus misschien heeft Mohammed het klassendoel niet gehaald, maar als hij zijn persoonlijke doel wél heeft bereikt, is dat een applausje van de klas waard.

De leerlingen houden hun persoonlijke doelen bij in een boekje. In groep 8B hebben de leerlingen net een taak gemaakt. De leerkracht doet een rondje. „Heb jij je doel gehaald?”, vraagt ze aan een jongen vooraan in de klas. „Nee”, zegt hij. „Ik wilde vijftien vragen goed, maar ik heb er maar veertien goed.” En de leerling achterin? Die heeft haar doel wel gehaald. „Twintig goed terwijl ik er maar achttien wilde.”

    • Juliette Vasterman