Dordrecht vreest ramp als in Wetteren

Ondanks het bestaan van de Betuwelijn rijden nog veel goederentreinen door Nederlandse steden. Het Belgische ongeval laat zien dat er risico’s zijn.

Een treinongeval zoals in België kan ook in Nederland gebeuren. Deskundigen achten de kans daarop „zeer klein”. Maar als zoiets zich toch voordoet, dan zijn de gevolgen zeer groot.

Het risico is het grootst waar treinen met gevaarlijke stoffen door binnensteden rijden. Om deze reden woedt een aanhoudende discussie over de routes van deze treinen. Steden als Dordrecht, Breda, Roosendaal, Eindhoven en Venlo ijveren al jaren om het aantal goederentreinen door hun steden te beperken.

Er is een alternatief. De Betuweroute heeft een aantal binnensteden zoals van Gouda en Utrecht blijvend ontlast. Over deze spoorlijn rijden inmiddels 450 treinen per week, ofwel 80 procent van het totaal aantal goederentreinen.

Van deze treinen bevat tweederde meer of minder gevaarlijke stoffen. Exploitant Keyrail probeert naar eigen zeggen, met steun van het Rijk, vervoerders te „verleiden” om voor de Betuweroute te kiezen en niet voor het zogenoemde gemengde net. De kosten ontlopen elkaar niet veel, stelt Keyrail. „En je hebt een doorgaande, niet onderbroken verbinding.” Maar er zijn verschillende bestemmingen, en niet altijd is de Betuweroute de snelste en kortste verbinding tussen gebieden met chemische industrie als Moerdijk, Chemelot in Geleen, de Maasvlakte, de haven van Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied.

Dordrecht is de stad die logistiek-geografisch gunstig ligt, en die daarmee ook de grootste risico’s loopt. Door de binnenstad van Dordrecht loopt een route via Roosendaal naar België en een route via Breda naar Venlo en Duitsland.

Volgens adviseur veiligheid Vincent van der Vlies van bureau Arcadis is in Dordrecht de „cumulatieve kans dat een groep mensen in één keer komt te overlijden” als gevolg van een ongeval met een trein met gevaarlijke stoffen elf keer hoger dan de norm die daarvoor staat. Een norm die overigens geen wettelijke norm is, maar een „oriënterende waarde”.

Bij de Eerste Kamer ligt inmiddels het wetsvoorstel Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Doel is onder meer „de risico’s voor omwonenden binnen wettelijke grenzen te houden langs routes waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden”. Het Basisnet moet duidelijkheid verschaffen over routes, en gemeenten in staat stellen daar rekening mee te houden, bijvoorbeeld door langs de spoorlijn geen woonwijken te bouwen.

Voorafgaand aan de invoering van dit Basisnet zijn al maatregelen genomen. Bij de samenstelling van treinen worden brandbare vloeistoffen en brandbare gassen waar mogelijk tenminste achttien meter van elkaar gescheiden teneinde explosiegevaar te verminderen; op routes voor gevaarlijke stoffen zijn beter beveiligde seinen geplaatst; ook is de afgelopen jaren ‘hotboxdetectie’ geplaatst die vroegtijdig signaleert als er iets mis is met de wielen, waardoor de kans op grote ontsporingen kleiner wordt.

Er valt nog wel het een en ander te wensen. Niet altijd weten de spoorbeheerders wat er op welke plaats op hun sporen rijdt. Dat bleek onder meer bij een brand in een wagon gevuld met ethanol, in januari 2011 op rangeerterrein Kijfhoek. Op verschillende sporen waren wagens met gevaarlijke stoffen aanwezig terwijl dit niet in de documenten van de vervoerders en de informatie van de beheerder was vermeld. ProRail werkt aan een plan met verbeteringen. „Wij willen precies weten wat er rijdt”, aldus een woordvoerder.