'Die glazen kooi kun je neerzetten waar je wilt'

De squashwereld vecht al jaren voor de ultieme erkenning: de olympische status. Ook bij de EK in Amsterdam stond het onderwerp op de agenda.

De piramides in Egypte. De haven van Hongkong. Grand Central Station in New York. En, in 2011 nog, het Luxor-theater in Rotterdam. Zomaar enkele locaties waar de afgelopen jaren internationale squashtoernooien werden gespeeld. In een glazen kooi, speciaal voor die toernooien opgebouwd. Squash kun je overal spelen, is de boodschap die de internationale squashbond verkondigt. Een boodschap die de sport dichterbij het olympische programma moet brengen.

Want het ontbreken van die olympische status is al jaren de grote frustratie binnen de squashwereld. Squash is de enige grote racketsport die ontbreekt op de Olympische Spelen.

En dat doet pijn. Al twee keer eerder probeerde de sport op het olympische programma te komen, voor de Spelen van 2012 en 2016. Dat mislukte. De vorige keer gaf het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de voorkeur aan golf en rugby sevens, twee sporten die in 2016 in Rio de Janeiro hun debuut zullen maken.

„Squash verdient het olympisch te worden”, vindt Vanessa Atkinson, bondscoach van de Nederlandse squashvrouwen tijdens de Europese kampioenschappen voor landenteams, afgelopen week in Amsterdam. „We voldoen aan alle criteria en de spelers leven als echte topsporters, die professioneel met hun sport bezig zijn.”

Waarom het dan maar niet lukt? Atkinson: „Geen idee. Een paar mannen in een kamer bepalen dat. En na afloop horen we niets over hun argumenten.”

Dit jaar bepaalt het IOC welke sport in 2020 aan het olympische programma wordt toegevoegd. Squash is een kanshebber, maar moet het opnemen tegen zeven andere sporten: worstelen, honk- en softbal (sporten die onlangs van het olympische programma werden verwijderd en nu willen terugkeren), skeeleren, sportklimmen, karate, wakeboarden en de Chinese vechtsport wushu. Eind deze maand beslist het IOC welke drie sporten doorgaan naar de tweede ronde. In september valt de beslissing.

Tijdens de Europese kampioenschappen voor landenteams in het Amsterdamse Frans Otten Stadion, een iets minder spectaculaire locatie dan bovengenoemde, is (het ontbreken van) de olympische status van de sport een belangrijk onderwerp van gesprek. Overal hangen posters die verwijzen naar 2020, het jaar waarin squash voor het eerst olympisch moet zijn. En sporters praten er graag over, in de hoop dat er meer aandacht komt voor hun grote wens: deelname aan de Spelen.

Laurens Jan Anjema, al jaren de beste mannelijke Nederlandse squasher, heeft hoop dat het deze keer wel gaat lukken. „We hebben voor het eerst een echt goede campagne gevoerd, en ook hulp ingeroepen van mensen uit andere sporten.” Anjema doelt op [tennissers] Andre Agassi, Roger Federer en zelfs [oud-voetballer] Maradona, die zich schaarden achter het plan squash olympisch te maken. „Dat zegt wel iets”, concludeert Anjema. „En het is ook terecht. Squash is een ultieme sport, waar alles in zit. Twee gladiatoren in een glazen kooi die het onderling moeten uitvechten. Alle zwaktes komen naar boven, je kunt je niet verstoppen. En die kooi kun je natuurlijk neerzetten waar je wilt.”

Dit laatste punt is een belangrijk wapen dat de squashbond in de strijd gooit. De sport hoopt een voorbeeld te nemen aan het beachvolleybal, dat in korte tijd is uitgegroeid tot een van de populairste, mediagenieke sporten op de Spelen. Vorige zomer werd het beachvolleybal tijdens de Olympische Spelen in Londen afgewerkt op de Horse Guards Parade. Over drie jaar is dat op de Copacabana in Rio.

Squash heeft al bewezen dat zulke bijzondere locaties ook in deze sport mogelijk zijn, vertelt Vanessa Atkinson, die met haar wereldtitel in 2004 de sport populairder maakte in Nederland. „Je kunt het zo gek niet bedenken of wij kunnen er spelen. Als het weer een beetje meezit, is buiten spelen ook geen probleem.”

Of het genoeg is het IOC te overtuigen, blijft nog de vraag. Atkinson vindt dat dit maar de laatste, ultieme poging moet zijn de sport op de Spelen te krijgen. „Als dit niet lukt, is dat een grote teleurstelling, maar dan moeten we kijken naar wat we wel hebben. Het gaat goed met de sport en er zijn genoeg toernooien om naar toe te leven. Deze drie campagnes hebben veel geld gekost. Op een gegeven moment moet het klaar zijn. De sport overleeft ook wel zonder olympische status.”