Dickens lezen om Bangladesh te begrijpen

De productieketen is sinds een jaar of tien populair bij documentairemakers en schrijvers. Koffie, bananen, spijkerbroeken en ander katoen – in onze keurig afgewerkte eindproducten schuilt een goudmijn aan verhalen, een goudmijn die in veel films en boeken het karakter krijgt van een riool.

Dit geldt zeker voor de mode-industrie, een van de meeste vervuilende en mensonterende bedrijfstakken. Een kwart van alle pesticiden in de landbouw wordt gebruikt in de katoenteelt, het waterbeslag van de textielindustrie is enorm, om van de afvalwaterproblemen maar te zwijgen. Eenzesde van de wereldbevolking werkt in de kledingindustrie, vaak in on benijdenswaardige omstandigheden.

In 2005 toonde de Amerikaanse documentairemaker Micha Peled in zijn deels met de verborgen camera gefilmde documentaire China Blue hoe tienermeisjes na 20 uur non stop spijkerbroeken zomen in slaap vallen boven de naaimachines. Hun baas begint pas te zweten als de fabrikant komt praten over de prijs. In de fabrieken waar Peled filmde zijn de omstandigheden schokkend. Toch zijn ze nog mild vergeleken bij Bangladesh.

Wie op zoek is naar een genuanceerder beeld, leze Factory Girls van de Chinees/Amerikaanse journaliste Leslie T. Chang (Spiegel & Grau, € 24,-, vertaald als Fabrieksmeisjes, Artemis € 12,50) , een caleidoscopisch portret van het leven van twee Chinese arbeidsters die zich handhaven in industriestad Duongguan waar de hele industriële revolutie in een decennium lijkt te zijn samengeperst.

Hoe de Nederlandse consument kan bijdragen aan een omslag in de kledingindustrie, staat beschreven in twee recente uitgaven: Mode voor morgen (Mooi Media € 29,90), van journalist Lynsey Dubbeld, en Talking Dress van Marieke Eyskoot (Altamira, € 19,95), die werkte voor de Schone Kleren Campagne.

Overigens is er weinig nieuws onder de zon, want veel van de negentiende-eeuwse situaties in de fabrieken waar onze spullen gemaakt worden, zijn al vastgelegd in – precies – de negentiende eeuw. De belangrijkste grondstof van de textielindustrie tijdens de Europese industriële revolutie was, net als nu, de goedkope arbeid van vrouwen en kinderen. In 1835 was in Engeland de helft van de arbeiders in de vlas- en katoenindustrie onder de achttien. Ook in andere branches waren uitbuiting en ongelukken aan de orde van de dag, zoal Charles Dickens beschrijft in zijn romans Hard Times en Oliver Twist. In zijn roman Stralende Dagen uit (2005) geeft de Amerikaanse auteur Michael Cunningham een levendig beeld van de brand in de Triangle Shirtwaist Factory in 2011 in New York, waar de arbeidsters uit de ramen sprongen en verbrandden doordat de deuren dichtzaten. De ramp was aanleiding voor betere wetgeving en meer vakbondsmacht in de VS. Te hopen valt dat dit ook geldt voor de Victoriaanse arbeiders in Bangladesh.