'De wanhoop van een moeder is universeel'

Sopraan Johannette Zomer over haar première van De Tranen van Maria met het Nederlands Kamerorkest, op 4 mei in Amsterdam.

Op Dodenherdenking soleerde sopraan Johannette Zomer bij het Nederlands Kamerorkest (o.l.v. Gordan Nikolic, viool) in De Tranen van Maria, een concert gewijd aan het thema van de rouwende moeder.

„Het Stabat Mater van Pergolesi hoor je meestal in de passietijd, net als Miroir de peine van Hendrik Andriessen. Het zijn beide katholieke werken over het verdriet van Maria, die toeziet hoe haar zoon gekruisigd wordt. Het was heel bijzonder deze stukken met Dodenherdenking uit te voeren. Dat paste wonderwel. Maria is immers de ultieme moederfiguur. Haar pijn, haar wanhoop, haar eenzaamheid zijn universeel. De gesneuvelden in de oorlog hadden ook allemaal moeders. Blij was ik ook de Miroir de peine (1923) van Hendrik Andriessen weer eens te zingen. Een prachtig, impressionistisch stuk dat veel minder bekend is dan Pergolesi’s Stabat Mater. Andriessen schetst een veel persoonlijker beeld van Maria dan Pergolesi. Als haar zoon gegeseld wordt, zegt zij tegen hem: ‘Ooit was ik slechts bezorgd om U vanwege een bij of om een vouwtje in Uw kleed.’ Een indringend en ontroerend beeld vind ik dat.”

„Uitzonderlijk was het concert ook om een andere reden, want er was geen dirigent. De leiding lag bij de concertmeester, Gordan Nikolic. Hij is heel charismatisch en stippelt duidelijk een lijn uit. Maar toch heb je zonder dirigent ineens veel meer eigen verantwoordelijkheid. Met heel je wezen moet je luisteren en kijken naar waar iedereen is. Het maakt je nog alerter dan op een gewoon concert.”

„Op de samenwerking met countertenor Maarten Engeltjes had ik zelf aangestuurd. Wij komen allebei uit de barokhoek en spreken dezelfde muzikale taal. Het Nederlands Kamerorkest is geen barokorkest en heeft duidelijk zijn eigen stijl. Hun opvatting was een andere dan ik van barokorkesten gewend ben, breder, haast plechtiger. Dat sloot mooi aan bij het thema van de avond. Ik vond het heerlijk me daarin mee te laten voeren.”