Belofte inhuldiging mag ook in het Fries

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Lutz Jacobi, PvdA-Kamerlid, deed haar belofte aan koning Willem-Alexander afgelopen dinsdag in het Fries. „Dat unthjit ik”, zei ze, de Friese variant op ‘dat beloof ik’. De dagen na de inhuldiging bleef onduidelijk of de belofte wel in het Fries gedaan had mogen worden. Op de website van RTL Nieuws stond op 30 april al te lezen dat het niet mocht. „In de meeste gevallen mag iemand ‘die ter uitvoering van een wettelijk voorschrift mondeling een eed, belofte of bevestiging moet afleggen’ deze woorden gebruiken. Dat geldt echter niet als ‘de eed, belofte of bevestiging bij de grondwet (of mede bij de grondwet) zijn vastgesteld’.” Hiervoor verwijst RTL naar een uitleg van de Wet gebruik Fries in het rechtsverkeer. „En dat is bij de inhuldiging van de koning het geval. Eigenlijk mocht Jacobi dus geen Fries spreken.” Het programma De Vijfde Dag van de EO schreef op 1 mei op haar website, op basis van dezelfde Wet gebruik Fries in het rechtsverkeer, dat het wel mag: „Het is voor een Kamerlid geen probleem om de eed in het Fries af te leggen, maar de koning moet Nederlands gebruiken.” De website van de Volkskrant houdt het erop dat het de vraag is of het rechtsgeldig is. Mag de belofte nou wel of niet in het Fries?

En, klopt het?

De Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer beschrijft: „Hij die ter uitvoering van een wettelijk voorschrift mondeling een eed, belofte of bevestiging moet afleggen, is bevoegd in plaats van de wettelijk voorgeschreven woorden de daarmede in de Friese taal overeenkomende woorden uit te spreken, tenzij de woorden van de eed, belofte of bevestiging bij de grondwet of mede bij de grondwet zijn vastgesteld.” De vraag is dus: is de ‘tenzij’ hier van toepassing?

De inhuldiging van de koning staat in de grondwet. In artikel 32 van hoofdstuk 2 staat: „Nadat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen, wordt hij zodra mogelijk beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Hij zweert of belooft trouw aan de grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt. De wet stelt nadere regels vast.” Einde artikel.

Voor zowel de koning als de leden van de Staten Generaal staat vervolgens in de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning een eed beschreven. Ook staat er dat de leden van de Staten Generaal de eed hoofdelijk bevestigen.

Is nu de eed of belofte die Kamerleden afleggen (mede bij) grondwet vastgesteld of niet?

„Als je letterlijk leest mag de eed ook beste in het Fries. En dat is wat je noemt een bedrijfsfoutje”, zegt Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden. Hij legt uit hoe het zo gekomen is. In de grondwet van 1956 stond voor zowel de koning als de leden van de Staten Generaal de tekst van de eed. In datzelfde jaar is ook de wet over Fries in de rechtspraak vastgesteld. Het was toen dus zeker de bedoeling dat de eed in het Nederlands werd uitgesproken. Maar bij de grondwetherziening van 1983 zijn de twee eden uit de grondwet gehaald. Een verwijzing naar een aparte wet kwam ervoor in de plaats, maar daarin stond alleen een verwijzing naar de eed van de koning, niet naar de eed van de Staten Generaal. In de huidige wet inhuldiging die in 1992 is vastgesteld, kwam de tekst van de twee eden uit de grondwet van 1956 weer terug. Maar de plicht voor leden van de Staten Generaal om de eed of belofte af te leggen, staat niet meer in de grondwet.

„Als je heel letterlijk leest dan kun je inderdaad redeneren dat de eed ook in het Fries mag. Maar wetten maken is ook maar mensenwerk, en de makers van de grondwet hebben naar alle waarschijnlijkheid nooit bedoeld dat het ook in het Fries mocht. Bij lezing moet je daar ook naar kijken”, zegt Han Warmelink, hoofddocent staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. De wet inhuldiging en de wet Fries in de rechtspraak staan nu op ‘gelijke hoogte’. Het komt weleens vaker voor dat er twee wetten over hetzelfde gaan waarbij de een A zegt en de ander B. „In het recht is het dan gebruikelijk onder meer te kijken naar welke wet het meest gedetailleerd is, en welke wet het meest recent is. De wet inhuldiging is zowel gedetailleerder – wat er gezegd dient te worden staat letterlijk uitgeschreven – als nieuwer”, zegt Warmelink. Daarom geldt de wet inhuldiging hier eerder dan de wet Fries in de rechtspraak. „Jacobi had het dus toch in het Nederlands moeten doen.”

In de praktijk maakt het overigens weinig uit hoe ze de eed of belofte heeft uitgesproken. Er zijn geen consequenties verbonden aan het al dan niet (goed) uitspreken van de eed. Rutte zei het ook in antwoord op Kamervragen afgelopen maart: „De Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning verbindt geen rechtsgevolgen aan het geval waarin een lid van de Staten-Generaal geen uitvoering geeft aan artikel 3.”

Lutz Jacobi deed bij de inhuldiging van Koning Willem-Alexander de belofte „dat unthjit ik”, ‘dat beloof ik’ in het Fries. Er ontstond discussie, mag de belofte wel in het Fries gedaan worden? Als je letterlijk leest wel. De wet regelt dat iemand Fries mag praten tenzij in de grondwet anders staat, en sinds 1983 staat de eed die de leden van de Staten Generaal afleggen niet meer in de grondwet en er is ook geen verwijzing naar. Maar de wet inhuldiging en de wet Fries in de rechtspraak staan nu op ‘gelijke hoogte’ en spreken elkaar tegen. In dat geval is het gebruikelijk te bekijken welke wet gedetailleerder is en welke wet nieuwer is, en dat is de wet inhuldiging. Die zou hier dus van toepassing zijn. next.checkt is natuurlijk geen rechter, maar op basis van deze uitleg beoordelen wij de stelling dat de eed of belofte bij de inhuldiging ook in het Fries mag worden uitgesproken als grotendeels onwaar.