Bekraste drumvellen, mishandelde piano: dit moet Han Bennink zijn

Doek Festival, 4 mei, BIMhuis Amsterdam,

Binnen de actieradius van een drummende Han Bennink is het nooit volledig veilig. Hij gooit zijn stokken op de grond in de hoop die weer op te vangen (wat zelden lukt), hij smijt zijn snaredrum over het podium en schopt zijn kruk om. Waar houdt een drumstel op en begint het meubilair? Het is een onderscheid dat Bennink niet maakt.

Samen met wijlen Misha Mengelberg en Willem Breuker stond Han Bennink aan de wieg van de eigenzinnige Nederlandse improjazz. Logisch dus dat hij zaterdag de concertavond van het vijfdaagse Doek Festival opende.

Doek is een vereniging van Amsterdamse muzikanten die zich volledig richt op geïmproviseerde muziek.

Waar Bennink veel humor in zijn muziek verwerkt, nam de tweede band, Skein, zichzelf iets te serieus. Het leidde tot een mishandeling van het binnenwerk van een piano, bekraste drumvellen en elektronische piepjes die Dick Raaijmakers bijna zestig jaar geleden al effectiever uitputte.

Als improvisatie betekent dat alle kaders wegvallen, wanneer is een idee dan nog vindingrijk? De band interpreteerde freejazz als het rücksichtslos volgen van impulsen en het nooit bespelen van een instrument zoals het bedoeld is.

Daarna was de tienkoppige afsluiter Available Jelly Big Band een verademing. Met bladmuziek en een duidelijke bandleider (altsaxofonist Michael Moore) ontstond er zowaar iets van groove en harmonie in de muziek.

Of misschien was het gehoor van het publiek inmiddels zover opgerekt dat elk geluid muzikaal klonk – dat kan natuurlijk ook.