Gif in riool na treinongeval België

De ontspoorde trein zaterdag tussen Schellebelle en Wetteren. Belgische politici kijken naar Nederland als voorbeeld van veiligheid. Foto AFP

De ontsporing van een trein met chemische stoffen, afgelopen weekend in de Oost-Vlaamse gemeente Wetteren, heeft in België geleid tot politieke discussie over de veiligheid van het goederenvervoer. Er is stevige kritiek op het functioneren van het lokale rampenplan en het onderhoud van de spoorlijnen.

Bij de ontsporing in de nacht van vrijdag op zaterdag vloog de Duitse trein, die acrylnitril vervoerde, in brand. Door het bluswater raakten de riolen vervuild en kwamen giftige dampen vrij. Een man van 64 overleed daardoor, 49 mensen kregen ernstige gezondheidsklachten en bijna 600 mensen werden geëvacueerd. Pas vandaag zouden de eerste bewoners terugkeren naar hun huizen.

Meteen na het ongeluk was de grootste vrees dat de trein zou ontploffen, waardoor alleen mensen uit de directe omgeving hun huizen moesten verlaten.

Acrylnitril, dat onder andere wordt gebruikt om hard plastic te maken, produceert een giftig gas als het in contact komt met water. Het rampenteam van Oost-Vlaanderen, onder leiding van gouverneur Jan Briers, was er niet op bedacht dat dat gas omhoog zou komen.

In De Standaard zegt Briers dat er volgens zijn experts geen probleem was „omdat het gas zwaarder is dan water en dus niet zou ontsnappen”. Hij denkt dat het toch gebeurde doordat sommige delen van de stad lager liggen dan de plek van de brand.

Briers zei in Vlaamse media ook dat het „bij de wissel” was misgegaan waardoor de trein ontspoorde. Er waren volgens hem „sterke aanwijzingen” dat de Nederlandse machinist geen schuld had. Het onderzoek loopt. Gisteren werd de zwarte doos van de trein gevonden.

De Vlaams-nationalistische N-VA, de grootste oppositiepartij in het Belgische parlement, kwam in het weekend meteen met vragen over het onderhoud van de sporen. De partij had van een betrokkene gehoord dat de wissel bij Wetteren al veel langer in slechte staat verkeerde en alleen maar tijdelijk werd „opgelapt”.

Stefaan Van Hecke, fractievoorzitter van oppositiepartij Groen, wil dat er een onderzoek komt naar de effectiviteit van provinciale rampenplannen. Hij wil ook dat er net als in Nederland een maximumsnelheid komt voor treinen met gevaarlijke stoffen. En hij vindt dat onderzocht moet worden of het goederenvervoer over een apart spoor kan lopen, met de Nederlandse Betuweroute als voorbeeld.

Treinen met gevaarlijke lading zouden dan niet meer door dichtbevolkt gebied hoeven te rijden. Maar volgens het Belgische spoorbedrijf NMBS is dat onmogelijk in het volgebouwde Vlaanderen.