Winkels: wij controleren genoeg

De minstens 500 doden die vielen bij het instorten van een Bengaalse kledingfabriek zijn voor Nederlandse modewinkels geen reden om hun inkoopbeleid te wijzigen.

A shirt with a Benetton label lies in the rubble three days after a Bangladeshi garment eight-storey building collapsed in Savar, on the outskirts of Dhaka, on April 27, 2013. Police arrested two textile bosses over a Bangladeshi factory disaster as the death toll climbed to 332 and distraught relatives lashed out at rescuers trying to detect signs of life. AFP PHOTO/ Munir uz ZAMAN AFP

Niet lang na het instorten van de kledingfabriek in Savar in Bangladesh gingen de foto’s van de puinstukken de wereld over. En tussen het puin waren ze duidelijk zichtbaar: de labels van de Westerse kledingwinkels waar de T-shirts en broeken uit Bangladesh voor bestemd waren.

Ook Nederlandse merken laten kleding produceren in Bangladesh. Vorig jaar november was C&A nog opdrachtgever van een fabriek waar een vergelijkbare ramp gebeurde. In de Tazreen Fashion-fabriek brak toen brand uit en vielen 112 doden.

De meeste Nederlandse kledingmerken, en buitenlandse ketens met vestigingen in Nederland, vinden dat ze genoeg doen om goede arbeidsomstandigheden in de fabrieken te bevorderen, blijkt uit een rondgang. De winkelketens hanteren allerlei gedragscodes en regels, en ze houden inspecties om rampen te voorkomen.

Alleen: al die gedragscodes en inspecties voldoen niet, zegt de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). „Op papier ziet het er misschien goed uit, maar het grote probleem is de implementatie. De controlesystemen schieten tekort, dat toont de rij van rampen in Bangladesh wel aan”, zegt onderzoeker Martje Theuws van SOMO.

Volgens Theuws worden inspecties vaak vooraf aangekondigd en signaleren inspecteurs de bestaande risico’s niet altijd. En als ze die gevaren wel zien, gebeurt er niet standaard iets mee. Ze haalt het rapport Fatal Fashion aan, dat SOMO samen met de Schone Kleren Campagne (SKC) heeft opgesteld. In dat rapport staat ook de brand in de Tazreen-kledingfabriek beschreven. „Nadat in 2011 uit een inspectie al was gebleken dat de fabriek beter moest letten op de veiligheid en gezondheid van werknemers, is daar toch niets aan veranderd.”

Volgens SOMO moeten controleurs van de fabrieken onderling beter communiceren. Er bestaan allerlei verschillende instanties die inspecties uitvoeren. Zeeman werkt samen met Sercura, WE Fashion en Hema zijn aangesloten bij het Business Social Compliance Initiative (BSCI), C&A is aangesloten bij SOCAM – dat volgens een woordvoerder van C&A onaangekondigde controles doet.

Naar aanleiding van de recente fabrieksongelukken in Bangladesh hebben kledingketens hun codes en voorschriften nog eens extra onder de aandacht gebracht bij hun leveranciers. Volgens de woordvoerder van Zeeman moet elke fabriek hun gedragscode ondertekenen voordat zij met Zeeman zaken kunnen doen. „Volgens die code is kinderarbeid uitgesloten. Arbeiders moeten werken onder goede omstandigheden en een loon krijgen dat overeenkomt met de lokale norm. Verder maken wij afspraken over veiligheidsvoorschriften. Bij wantoestanden ondernemen wij actie.”

Sommige winkelketens, zoals de Hema, hebben zelf een handelskantoor in Bangladesh. Die houden op gezette tijden controles, zegt de woordvoerder van Hema. Hema controleert voordat er überhaupt zaken gedaan kunnen worden. Er mag geen sprake zijn van kinderarbeid, er mogen geen veiligheidsrisico’s bestaan en er moeten accurate loon- en werktijdgegevens aanwezig zijn. Binnen een jaar na de eerste bestelling volgt controle twee. Mocht blijken dat er zaken beter moeten, dan krijgt de fabriek daar een jaar de tijd voor.

Sommige kledingketens erkennen dat gedragscodes en inspecties niet afdoende zijn om ongelukken te voorkomen. Zo heeft H&M een veiligheidsvideo voor fabrieksarbeiders gemaakt die hen wijst op hun rechten en veiligheidsrisico’s.

Volgens Martje Theuws van SOMO zijn de lage inkoopprijzen van kleding een belangrijke oorzaak voor de fabrieksongelukken. Door die lage prijzen onderhouden fabrikanten hun gebouwen niet goed. „De inkoopprijs zou dusdanig hoog moeten zijn dat er verbeteringen aan het gebouw uitgevoerd kunnen worden. Nu zien wij nog een te hoge druk op prijs en korte levertijden.”

Ook excessief overwerk bestaat nog steeds, zegt ze. „Vakbonden zouden een sleutelrol moeten krijgen, maar die worden tegengewerkt in Bangladesh. Daar ligt ook een rol voor de Bengalese overheid.” Een langdurige samenwerking tussen fabriek en opdrachtgever zou voor verbetering kunnen zorgen, maar meestal worden bestellingen nu nog ad hoc geplaatst.

Kledingketens zouden verder bekend moeten maken met welke fabrieken ze werken, zegt Christa de Bruin van SKC. „Dat is lang niet van alle winkels bekend.” Om de bedrijven op de juiste manier van werken te wijzen, heeft SKC vorig jaar in samenwerking met internationale en lokale vakbonden de Bangladesh Fire & Building Safety Agreement opgesteld. Die overeenkomst moet zorgen voor hogere inkoopprijzen, onafhankelijke inspecties, openbare verslaggeving, training en verplichte reparaties en renovaties.

Tot nu toe hebben alleen het Duitse Tschibo en het Amerikaanse PVH, het bedrijf achter de merken Calvin Klein en Tommy Hilfiger, die overeenkomst getekend. Het is kwalijk dat winkels die veiligheidsafspraken niet ondertekenen, vinden SKC en SOMO. Theuws: „Het zou een eerste stap in de goede richting zijn voor betere arbeidsomstandigheden in Bangladesh.”

Zakenkrant Financial Times meldde gisteren dat merken als Nike, Disney en Levi’s overwegen om hun productie dan maar helemaal uit Bangladesh weg te halen. Volgens Martje Theuws is dat de oplossing niet. „Wij willen dat bedrijven hun werkomstandigheden verbeteren, zodat de werkgelegenheid kan blijven.”