Wat heb je aan een half miljoen?

schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: rijk worden.

Ik hoor stemmen in mijn hoofd. In mijn rechteroor sist premier Rutte zijn kopen-kopen-kopen-mantra. „Neem een beetje risico”, zegt hij. Ik moet van hem de crisis te lijf gaan door geld uit te geven. „Heb vertrouwen.”

Tegelijkertijd tettert in mijn linkeroor econoom Erica Verdegaal. Van haar moet ik juist sparen. „Een eigen kapitaaltje maakt je ongevoeliger voor pech en tegenslag”, zei ze vorige week in NRC Handelsblad.

Het liefst laat ik mijn oor natuurlijk naar Rutte hangen. Financiële risico’s nemen en goed van vertrouwen zijn – dat kan ik als geen ander. Lang heb ik gedacht dat dat ‘naïef’ heette. Ten onrechte. Dat ik me zeventien jaar geleden door een tussenpersoon een spaarhypotheek met een woekerpolis hebben laten aanpraten, is – weet ik nu – juist manmoedig. Net als het tot twee keer toe laten uitkeren van de overwaarde, om een auto en een vakantiehuisje te kopen. Ook mijn scheiding is in Ruttes optiek te zien als een poging „het deken van negativisme” van me af te slaan, want weliswaar slecht voor mijn portemonnee, maar goed voor de economie. Aan mijn burgermoed hangt wel een prijskaartje: een tophypotheek.

Dus voor een auto of een huis – die aankopen ziet Rutte me het liefste doen – hoef ik bij de bank niet meer aan te kloppen. Maar ik zou natuurlijk kunnen beginnen met het vervangen van mijn pan waar nog maar één handvat aan zit. Of de melkopschuimer van Nespresso, waarin de melk steeds erger aankoekt. En in mijn dekbedovertrekken zitten slijtgaten.

Maar dan hoor ik Verdegaal weer in mijn linkeroor. Die pan wegdoen? Die hoort bij de pannenset die je van je moeder kreeg toen je ging studeren. Met één handvat kun je ook best kokend water afgieten. En die melkopschuimer kan ook nog wel even mee: gewoon na gebruik de melkkoek wegkrabben. En denk je werkelijk dat een nieuw dekbedovertrek net zo superzacht zal zijn?

Verdegaal rekende vorige week in deze krant voor dat wie op de kleintjes let, makkelijk rijk kan worden. Een kwestie van zelfgesmeerde boterhammen mee naar je werk nemen, niet onnodig rood staan, geen impulsaankopen doen en geen dure auto rijden. Volgens haar rekensom kun je dan binnen dertig jaar bijna een half miljoen vergaren.

Maar wat is nu een half miljoen? Soms ben ik bang dat ik eindelijk een prijs win in de Staatsloterij en dat het dan een kleine prijs is, een prijs van een half miljoen. Wat heb je daar nou aan? Je lost je hypotheek af, betaalt je schulden, vult een studiepotje voor de kinderen en geeft je huis een opknapbeurt. Dan ben je net een beetje uit de zorgen, maar is dat half miljoen al weer helemaal op.

En stel dat ik dertig jaar geleden begonnen was met sparen, stel dat ik wel naar mijn vader had geluisterd. Was ik dan nu gelukkiger geweest? Dan was ik 45 geworden zonder ooit aan het begin van het seizoen asperges voor 15 euro per kilo te hebben gekocht. Dan had in mijn kast nu niet een koraalrode Marc Jacobs jurk gehangen voor een bedrag waarvan ik mijn gezin twee maanden kan voeden.

Wie niet rijk is, moet het vermogen bezitten zich af en toe rijk te voelen. Dus ga ik volgende week met de kinderen en mijn huidige verkering een paar dagen naar Zeeland. Daar gaan we, ver boven onze stand, eten in het strandrestaurant van sterrenkok Sergio Herman. De rest van de maand zal ik dan pasta met tomatensaus koken. En – om geen stemmen meer te horen – peterselie in mijn oren stoppen.