Waarom hing soldaat Mehmet zich op?

Waarom plegen zoveel Turkse soldaten zelfmoord? Het ooit onaantastbare leger van de republiek moet voor het eerst ongemakkelijke vragen over de praktijken achter de kazernemuren beantwoorden.

Turkish soldiers march during a military parade marking the 87th anniversary of Victory Day in Ankara on August 30, 2009. Turkey's military flexed its muscle with parades and flypasts in major cities Sunday to mark Victory Day against a backdrop of intense debate on a government plan to peacefully end a 25-year bloody Kurdish insurgency. Victory Day on August 30 is a national holiday in Turkey to commemorate the victory in the Battle of Dumlupinar, the final battle in the Turkish War of Independence in 1922. AFP PHOTO ADEM ALTAN AFP

Dirk Kuijt hangt nog aan de muur. Mehmet Acar was een fan van de Nederlandse spits van voetbalclub Fenerbahçe. Mehmets gympen staan onder het bed, alsof de jonge soldaat hier ieder moment kan binnenlopen. De dekens zijn recht gestreken, zijn kleren liggen keurig recht in de la. Deze slaapkamer is zijn tombe, het monument van een gruwelijk geheim.

Toen twee officieren afgelopen november het doodsbericht naar het huis in deze West-Turkse stad Tekirdag kwamen brengen, dachten zijn ouders eerst dat ze voor Güven kwamen. Hun zeven jaar oudere zoon is in Sirnak gelegerd, in het zuidoosten van Turkije, waar Turkse soldaten geregeld sneuvelen in het gevecht met de Koerdische PKK.

Maar ze kwamen met nieuws over Mehmet, die net aan zijn zevende maand was begonnen van zijn vijftien maanden durende dienstplicht in de saaie kustplaats Izmir. Hij had zijn kaken die avond glad geschoren in de badkamer. Zijn kistjes waren blinkend zwart gepoetst. In zijn gestreken uniform was hij naar de binnenplaats van de kazerne geslenterd, naar de plek waar een grote groep pijnbomen bij elkaar staat. Daar hebben ze hem gevonden.

„Hij wilde niet in dienst, moet u weten. Ik wilde het. Ik wilde dat hij ging”, zegt zijn bedroefde vader, Zeki Acar. „We willen verhuizen uit dit appartement, mijn vrouw en ik. Maar we kunnen het niet over ons hart verkrijgen deze slaapkamer achter te laten.” Ze hebben zijn lichaam diezelfde avond nog begraven. Een Turkse soldaat die zelfmoord pleegt, krijgt geen martelaarsbegrafenis, zoals gesneuvelde soldaten. Geen vlag over de doodskist en geen volkslied. „Ze gaven hem aan ons alsof hij een plastic zak vol vuil was, waar ze zo snel mogelijk vanaf moesten”, zegt zijn broer Güven. Hij scrollt door de foto’s van zijn jongere broer op zijn iPhone. Zijn opa stierf in de onafhankelijkheidsoorlog. Het is een eer om soldaat te zijn in dit land. Dat is wat ze altijd zeggen.

Waarom pleegde Mehmet zelfmoord? Hij was een vrolijke, gedienstige jongen, volgens zijn familie. Een doordouwer die in zijn twintig levensjaren voor hetere vuren had gestaan dan anderhalf jaar dienstplicht. Een kind van Koerdische migranten uit het oosten van het land. Vader werd rijk als ondernemer in Aydin, aan de westkust. Na het faillissement van zijn drie zaken waren ze alles kwijtgeraakt en zijn ze hierheen verhuisd, het troosteloze Tekirdag in Thracië. De commandanten wijten zijn zelfmoord aan een hevige verliefdheid, op een meisje in Aydin. Maar dat kan onmogelijk de reden zijn, meent vader. „Hij kende haar pas elf dagen. En ze waren nog bij elkaar op de dag dat hij zichzelf ophing.” Hij schudt zijn hoofd. Nee, dat kan niet de verklaring zijn.

Mehmet liet geen brief achter. Geen woord. Alleen in het dossier van de aanklager zit een opvallende notitie aan de minister van Defensie die zijn dood weken eerder had aangekondigd. Daarin rept Mehmet over een andere zelfmoord op de kazerne. „Een van onze vrienden heeft gisteren zelfmoord gepleegd. We zullen allemaal zelfmoord plegen. Onze mentale gezondheid is er slecht aan toe. We worden voordurend beledigd. We worden voortdurend geslagen.”

Recent werd de brief van Mehmet afgedrukt in een lokale krant. De brief is zo uitgegroeid tot een publieke aanklacht tegen de onbespreekbare praktijken binnen een decennialang onaanraakbaar instituut. Het Turkse leger is met 700.000 soldaten de op een na grootste strijdmacht in de NAVO. Maar de geschiedenis van dit leger laat zich met geen enkel ander land in het bondgenootschap vergelijken. De generaals onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk legden de grondvesten van de seculiere republiek, negentig jaar geleden. Viermaal pleegden zijn erfgenamen een staatsgreep omdat de generaals de zittende regering niet aanstond. Dit leger beschermde niet alleen de landsgrenzen, maar ook de parameters van de Turkse politiek. Het was even onaantastbaar als ontoegankelijk.

Iedere Turk is een soldaat, zeggen ze in dit land. De dag dat een jonge rekruut aan zijn dienstplicht begint is een feestdag, waarop een konvooi van auto’s de soldaat luid toeterend naar het busstation brengt. In het leger worden Turkse jongens mannen. Wie er uitkomt, weet hoe het er aan de andere kant van de muren van de kazerne aan toegaat – maar spreekt er met geen woord over. Verboden te filmen, staat op alle rode borden op de hekken rond iedere kazerne in dit land. Het Turkse leger is een bastion, dat nooit verantwoording hoefde af te leggen voor wat er binnen allemaal gebeurt. Tot nu.

Voor het eerst in de Turkse geschiedenis is bekendgemaakt hoe vaak soldaten zelfmoord plegen: 969 keer in de afgelopen tien jaar. 2.200 in de afgelopen twintig jaar. Dat zijn meer dode Turkse soldaten als gevolg van zelfmoord, dan er in dezelfde periode vielen in de bloedige strijd met de Koerdische PKK. Ter vergelijking: in dezelfde periode kwam in het Nederlandse leger één geval van zelfdoding voor, van een sergeant die zichzelf in 2006 van het leven beroofde op missie in Afghanistan. Alleen in het tweemaal zo grote Amerikaanse leger lijkt zelfmoord een vergelijkbaar probleem als in het Turkse: 349 zelfdodingen in het afgelopen jaar.

Voor Turkije zijn niet alleen de cijfers nieuw. Even opmerkelijk is het debat dat is losgebarsten over mishandeling en vernedering van rekruten. Ouders durven voor het eerst vragen te stellen over de praktijken die hun zoons in depressie storten, als ook bij de mysterieuze manier waarop ze soms om het leven komen. Was het zelfmoord of zelfs moord? Achter de kille cijfers gaat een gesloten wereld schuil, waarin mishandeling, doodslag en zelfmoord onvermijdelijk blijken.

„Zelfmoord is voor veel soldaten het enige ontsnappingsluik”, zegt Tolga Islam, van het platform voor de rechten van soldaten, dat het misbruik in kaart brengt. „Voor een burger aan de buitenkant lijkt zelfmoord een compleet irrationele beslissing. Vijftien maanden is niks in een mensenleven. Maar de wereld is anders daarbinnen. Ik was daar. Soldaten worden geslagen, vernederd, ze slapen niet, worden gepest en bedreigd. Ze voelen zich niet menselijk behandeld.” In de vele handgeschreven brieven aan de organisatie ontstaat het beeld van een gesloten inrichting, waarin pesten de norm is. Een majoor die een soldaat opwacht en met een ijzeren staaf bewusteloos slaat omdat de kat van de majoor spoorloos is verdwenen. Een soldaat die tegen de grond wordt geslagen omdat hij het garnizoenswinkeltje een minuut te laat opent.

Berucht is de strafkamer die in het leger ‘de disco’ wordt genoemd. Dit is een ruimte waarin soldaten tot maximaal 28 dagen in isoleercellen konden worden vastgehouden als straf voor slecht gedrag. „De disco werd eind jaren negentig ingesteld als antwoord op de roep van veel soldaten om meer vrijheid”, zegt Nevzat Tarhan, een neuropsycholoog die dertig jaar lang als officier in het leger diende.

Ugur Kantar, als 20-jarige soldaat gelegerd in Noord-Cyprus, werd eind 2011 vastgehouden in de ‘disco’. Hij werd zo lang afgeranseld en uiteindelijk voor dood achtergelaten in de brandende zon, dat hij drie maanden in coma lag. De zaak haalde de Turkse pers en het Turkse leger werd eind vorig jaar gedwongen de strafkamer op alle legerbases te sluiten. Een ongehoorde knieval voor een instituut dat zich decennialang niet alleen als boven de Turkse wet beschouwde, maar als de wet zelve.

„Het Turkse leger is nog steeds als het oude Turkije, dat niks te maken wil hebben met de internationale afspraken voor mensenrechten”, zegt neuropsycholoog Tarhan. „Maar de nieuwe generatie rekruten stelt vragen aan de legerleiding: waarom moet ik vechten? Ze hebben hogere verwachtingen dan vroeger. De economie groeit, ze zijn druk op Facebook en Twitter en verlangen naar meer vrijheid. Het leger kan de veranderingen in Turkije niet bijbenen.”

Het Turkse leger is de zelfbenoemde beschermer van een oude elite die in de afgelopen tien jaar veel van zijn macht moest inleveren aan een nieuwe gelovige middenklasse, vertegenwoordigd door de regerende AK-partij van premier Erdogan. Honderden officieren zitten vast op (niet altijd bewezen) beschuldiging van het beramen van staatsgrepen of andere criminele activiteiten. Hoge generaals werden ingeruild voor officieren die de regering beter gezind waren, of traden zelf af. Het taboe over het leger is doorbroken.

Het debat brengt ouders op de been die anders hun mond hadden gehouden. Oktay Can spendeert al zijn spaargeld om het lot van zijn zoon onder de aandacht te brengen. In een koffiehuis langs het centrale Taksimplein in Istanbul legt hij de laatste foto’s op tafel die van zijn twintig jaar oude zoon Murat genomen zijn. De jongen ligt als een plunjezak tegen een muur, zijn AK-47 tussen zijn benen. Twee grote gaten gapen in zijn bebloede voorhoofd. „Zelfmoord, zeggen de commandanten”, zegt hij, en opent een zijn dossier vol brieven en foto’s, die een ander verhaal vertellen.

„Hoe kan het zelfmoord zijn als de veiligheidspal nog op het geweer zat?” Hij toont een close-up van het machinegeweer.

„Hoe kan iemand die zelfmoord pleegt, twee kogels in zijn hoofd hebben?”

„Hoe kan het dat geen enkele kogel uit de kamers van het machinegeweer was afgeschoten?”

„Hoe kan er zand in zijn haar zitten als er geen zand lag in de ruimte waar hij is gevonden?”

„Waarom werd het muurtje waar tegen hij is gevonden, twee dagen later met de grond gelijk gemaakt?”

Oktay Can loopt al vier jaar rond met die vragen, waarop hij nog altijd geen antwoord heeft. Hij is ervan overtuigd dat zijn zoon is vermoord door een sergeant. Zelfmoord is uitgesloten, zegt hij. Zelfmoord is haram in de islam, een zonde. Daaraan zou zijn zoon zich nooit schuldig maken. Hij zou de zaak in airconditioners van zijn vader overnemen. Hij was gelukkig, dat weet Oktay Can zeker.

Hij draagt een lijst van ouders bij zich die met dezelfde vragen zitten. Telefoonnummers, e-mailadressen, onverwerkt verdriet. Hij wil de chef-staf van het leger dagen. Desnoods gaat hij naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. „Het vlees is van jou, de botten zijn van mij”, zeiden Turkse ouders als ze hun kind het leger insturen. Maar de tijd dat het leger kritiekloos kan beschikken over de zonen van het land, is voorbij.