Column

Stofzuigende staat

Vorig jaar zijn wij weer een beetje zieker geworden. Althans, op papier dan. Daar schreef de Volkskrant gisteren over. Vorig jaar besloot het kabinet dat mensen die licht hulpbehoevend zijn, geen recht meer hebben op een plek in een verzorgingstehuis. Resultaat: binnen één jaar zijn de aanvragen voor zwaardere zorg gestegen met 50%. De vragenlijsten die worden gehanteerd om te bepalen of iemand zwaar of licht hulpbehoevend is, leverden op miraculeuze wijze ineens een hele berg extra zieke mensen op, met recht op verzorging in een tehuis.

Het is typisch voor de verzorgingsstaat. Elk potje dat door goed bedoelende ambtenaren en ministers wordt opgetuigd, levert automatisch een grote groep nieuwe krachteloze hulpbehoevende Nederlanders op die er gebruik van willen maken. Als de patiënt zieker moet zijn om voor steun in aanmerking te komen, dan ís de patiënt zieker. Als je voor een ‘rugzakje’ ADHD moet hebben, of een stoornis in het autistisch spectrum, dan is er ineens een wildgroei aan dat soort diagnoses (inclusief medicatie). Burgers blijken telkens weer bijzonder flexibel. Binnen de kortste keren barsten de voorzieningen uit hun voegen. Het gebeurde met de WAO, met het PGB, met de Wajong, met de sociale werkplaatsen. En de AWBZ groeit als kool, de afgelopen jaren twee keer zo hard als Nederland vergrijst. Ziek zijn we. Ziek, zwak en hulpbehoevend.

En het is bijzonder ingewikkeld om zo’n ontplofte regeling weer te laten krimpen. Die grote groepen burgers die zich zo graag in de schoot van de staat nestelen, zijn daar met geen stok uit te krijgen. Elke hervorming wordt per definitie als onmenselijk gezien. Allerhande organisaties schreeuwen moord en brand om de inhumane situaties die dreigen te ontstaan. Ouderen zouden vereenzamen en nog veel zieker worden dan ze al zijn. Gehandicapten zouden waardeloze levens gaan leiden, zwelgend in hun eigen vuil. Afgelopen week deden zelfs de vakbonden mee met het protest. Abvakabo weigerde het zorgakkoord te ondertekenen, omdat de thuiszorgbanen die al die zorgdrift heeft opgeleverd koste wat kost beschermd dienen te worden.

De enige manier waarop het gezond verstand in het debat geherintroduceerd kan worden, is om terug te gaan naar de oorspronkelijke bedoeling van zo’n regeling. Een volksverzekering zoals de AWBZ werd eind jaren 60 opgetuigd, zodat iedere Nederlander beschermd zou zijn tegen ‘onverzekerbare risico’s’, zoals het risico gehandicapt te raken en langdurige verpleging nodig te hebben. De premie wordt automatisch op je inkomen ingehouden. De gemiddelde werknemer betaalt 300 euro per maand.

Maar dat is lang niet genoeg om alle AWBZ-zorg te betalen. En dat komt omdat met de WMO en AWBZ niet alleen gespecialiseerde verpleegkundigen of dure trapliften worden betaald. Mensen huren er ook een werkster voor in, de was wordt gedaan, ramen worden gelapt. Er is begeleiding en dagbesteding en vervoer van en naar activiteiten, zodat de mensen zich niet hoeven te vervelen. Voor alles dat een beetje moeilijker gaat, en dat geldt voor een aanzienlijk deel van de alleenstaande 80-plussers, wordt van staatswege onmiddellijk een ‘professional’ aangeleverd. Het risico later niet meer zelf je huis te kunnen stofzuigen is ergens, per ongeluk, ook onder de onverzekerbare risico’s gaan vallen.

Het is angstaanjagend om te zien hoe snel zoiets went, die stofzuigende staat, die gemeente die boodschappen doet. Ik herinner me een aflevering van Pauw en Witteman van een aantal maanden terug, waar staatssecretaris Van Rijn voorzichtig opperde dat er toch ook wel wat van de kinderen gevraagd mocht worden. De aanwezigen begonnen onmiddellijk te steigeren. „Dat willen heel veel mensen echt niet van hun kinderen vragen,” klonk het verongelijkt. „Wat als ze helemaal niet in de buurt wonen? Wat als ze het druk hebben?” Men vond het een bespottelijk plan. Talloze redenen konden de tafelgenoten opnoemen waarom de gemeente en de overheid voor oma moesten zorgen, en niet de buurvrouw, de kinderen of de kleinkinderen.

Zo werkt dat. Zo simpel is het. De verzorgingsstaat hoeft maar eventjes uit te schieten en voordat je het weet is het een recht geworden. Een vanzelfsprekendheid.

Rosanne Hertzberger is moleculair microbioloog.