Staatkundig vandalisme

De nieuwe koning zei allerlei dingen die waar zijn. „Democratie is gestoeld op wederkerig vertrouwen” bijvoorbeeld. Dat betekent vertrouwen van de overheid in de burgers, maar ook van de burgers in hun overheid. Mag best af en toe herhaald worden. Toen volgde een curieuze toevoeging: „Een overheid die zich aan het recht gebonden weet.”

Nogal wiedes, zou je zeggen. Maar het was een pikante opmerking voor wie de verslagen van de Nationale ombudsman kent. En voor Kamerleden die niet geboeid zijn door de kwaliteit van de wetgeving die zij mede tot stand brengen. Of Kamerleden die hun geduld verliezen met het geldende recht wanneer het in de weg zit van hun politieke doel van de dag – dan moet de wet maar opzij, al is het de Grondwet.

Een recent voorbeeld van die laatste variant was de aanval op de Eerste Kamer door de fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, Halbe Zijlstra vorige maand in De Telegraaf. Als deze indirect verkozen Kamer het kabinet en de meerderheid in de Tweede Kamer blijft dwarsbomen dan kan hij beter wegwezen, was het devies. Het was een loos dreigement, maar wel een geval van parlementaire piraterij bij klaarlichte dag.

Voor afschaffing van de Eerste Kamer is een wijziging van de Grondwet nodig. Voorstellen daartoe moeten twee keer door beide Kamers worden aangenomen, de tweede keer met tweederde meerderheid. Tussen beide rondes moeten verkiezingen zitten. Die eisen zijn zo hoog dat plannen tot een Grondwetswijziging het zelden halen. In dit geval moet de Eerste Kamer het eigen doodvonnis tekenen.

De Eerste Kamer had jaren het imago van een ‘heerensociëteit’ met enkele vrouwen. Er is altijd kritiek geweest op de Eerste Kamer, die van oudsher wordt gevuld met draagvlakarme notabelen en ervaren politici in hun derde levensfase. Zij worden ‘slechts’ gekozen door de leden van de Provinciale Staten. Zij vergaderen alleen op dinsdag en hebben meestal elders hun hoofdtaak.

Die maatschappelijke ervaring gold ook lang als een troef: zij wisten wat buiten Den Haag speelde. Nu de Eerste Kamer meer in het zoeklicht staat, valt op dat sommige fractievoorzitters wel erg invloedrijke banen hebben in de zorg, de bouw en sommige financiële organisaties, waar op het raakvlak van publieke en private belangen grote politieke vraagstukken spelen.

Vermenging van rollen ligt op de loer. Er werd geen punt van gemaakt zolang de Eerste Kamer er weinig toe deed voor grote delen van het regeringsbeleid. Dat vredige beeld is ingrijpend veranderd sinds eind oktober een VVD-PvdA-kabinet is aangetreden met grote ambities, maar dat in de Eerste Kamer in de verste verte geen meerderheid heeft.

Voorlopig richt het kabinetsbeleid zich vooral op bezuinigen. Daarvoor zijn grootschalige ingrepen nodig in de financiering van de oude dag, de zorg voor mensen die lang ziek zijn of om andere redenen niet (voluit) kunnen werken. In het regeerakkoord staan daarover gedetailleerde afspraken waar de Tweede Kamerfracties van VVD en PvdA zich aan hebben verbonden. Hun collega’s in de Senaat is niets gevraagd – of zij door hun partijlidmaatschap politiek of moreel zijn gebonden is een goede vraag. Voorlopig is dit een zwart gat in ons bestel.

Zijlstra vindt dus dat senatoren zijn gebonden aan een akkoord waar zij part noch deel aan hebben. Blijft het raadsel waarom de zes architecten van het kabinet-Rutte II niet direct hebben gezorgd voor een kabinet op bredere basis. Als VVD- en PvdA-senatoren automatisch gebonden waren aan het akkoord dan hoorden de overige senatoren in de Eerste Kamer dus bij de oppositie. PvdA-senator Noten wees er destijds al op.

Theoretisch is de Eerste Kamer-uitval van Zijlstra dus inconsequent. Staatkundig is zijn tirade zorgelijker. Het is een uiting van een my way or the highway-houding die in afgelopen jaren al heeft geleid tot het opheffen of samenvoegen van allerlei adviesraden die vrijwel gratis deskundig meedachten, tot het meestal negeren van wetgevingsadviezen van de Raad van State en het smalend reageren op serieuze oppositie.

En nu moet de Eerste Kamer maar ophoepelen. Want het mag geen politiek orgaan worden. Als de Eerste Kamer teveel gaat lijken op de Tweede dan wordt ie overbodig, zei Zijlstra ook. In dat laatste heeft hij gelijk. De Eerste heeft dezelfde rechten als de Tweede, met uitzondering van het recht van amendement en het recht initiatiefwetten in te dienen. Het is een politiek orgaan met een eigen arsenaal. Het hoeft kopie noch concurrent van de Tweede te zijn.

Dromen over een andere Grondwet staat iedereen vrij, maar zolang de Eerste Kamer wetten moet goedkeuren, ook begrotingswetten, blijft het een woordenspel met opportunistische trekjes of die Kamer een politiek orgaan is. Door de zittingsduur van de Senaat ook op vier jaar te stellen (dat was zes) hebben beide Kamers de Eerste politieker gemaakt.

Om met opheffing van de Senaat te dreigen nu de laatste verkiezingen het leven getalsmatig wat lastig maken voor de coalitie, is een vorm van staatkundig vandalisme. De instituties verdienen zorgvuldiger omgang. „Vandaag bevestigen we tegenover elkaar onze wederkerige verantwoordelijkheden en verplichtingen”, zei de koning.

Marc Chavannes

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl