‘Staat aansprakelijk voor Srebrenica’

De staat is aansprakelijk voor de dood van drie moslimmannen die in 1995 in Srebrenica verbleven op de Nederlandse compound.

De Hoge Raad moet het cassatieberoep van de Nederlandse staat in twee zaken over de val van Srebrenica verwerpen. Dat schrijft Paul Vlas, advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Zijn gisteren verschenen advies is niet bindend, maar wel leidend voor de Hoge Raad.

Het gerechtshof in Den Haag oordeelde eerder dat de staat aansprakelijk is voor de dood van de vader en broer van tolk Hasan Nuhanovic en de dood van elektricien Rizo Mustafic. Na de val van Srebrenica op 11 juli 1995 waren de twee met familieleden naar de Dutchbat- compound in Potocári gevlucht. De elektricien werkte bij Dutchbat.

De drie moslimmannen werden twee dagen later van de compound gestuurd door Dutchbat-militairen en vielen in handen van het Bosnisch-Servische leger van generaal Ratko Mladic. Volgens het hof is sprake van schending van fundamentele mensenrechten (recht op leven en verbod op onmenselijke behandeling) en is de staat daarvoor aansprakelijk. De Nederlanders bleken niet in staat de enclave te beschermen. Zeker 7.000 moslimmannen en -jongens werden gedood.

De staat tekende cassatieberoep aan tegen de uitspraak van het Haagse hof, maar de advocaat-generaal adviseert nu dat beroep te verwerpen. Hoewel de Dutchbat-militairen onder de Verenigde Naties vielen, vindt de advocaat-generaal dat Nederland aansprakelijk is omdat de VN direct na de val van Srebrenica in de praktijk geen controle uitoefenden over Dutchbat en Dutchbat er alleen voor stond. „In die omstandigheden is het handelen van Dutchbat, waarbij Dutchbat als orgaan van de staat geldt, eigen handelen van de staat”, luidt het advies van de advocaat-generaal.

De Hoge Raad plant op 6 september uitspraak te doen.