Niemand maakt zich druk om een tekort van 3 procent

Nederland hoeft het tekort op de begroting volgend jaar niet onder de 3 procent te krijgen, Spanje en Frankrijk krijgen waarschijnlijk 2 jaar uitstel van Brussel.

Viermaal per jaar produceert eurocommissaris Olli Rehn economische prognoses voor landen in de eurozone en EU. Bijna standaard stelt hij dan de groeicijfers van het kwartaal ervoor naar beneden bij. Dit gaat al een paar jaar zo. Gisteren was het niet anders.

De eurozone krimpt dit jaar met 0,4 procent, terwijl Rehn dit in februari nog op 0,3 procent inschaalde. Volgend jaar, zei hij gisteren, zal de eurozone 1,2 procent groeien. Drie maanden geleden voorspelde hij dat dit 1,4 procent zou zijn.

Rehn noemt zijn rapport Langzaam herstel van een lange recessie. Maar dit eufemisme kan niet verbloemen dat er in de eurozone 19,2 miljoen werklozen zijn en dat vier van de vijf grootste economieën weer in een recessie zitten: Spanje, Frankrijk, Italië en Nederland. Nummer vijf, Duitsland, groeit wel (0,4 procent) maar trekt het gewicht van alle anderen achter zich aan. Dat remt de Duitse economie af. Europeanen hebben steeds minder geld om Duitse producten te kopen.

Dit is de reden dat Rehn gisteren aankondigde dat Spanje en Frankrijk waarschijnlijk twee jaar extra krijgen om hun begrotingstekort terug te brengen tot minder dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Rehn maakt zijn definitieve aanbeveling op 29 mei bekend; ministers van Financiën moeten dit in juni goedkeuren.

Spanje heeft al zoveel bezuinigd en hervormd dat nóg meer snijden waarschijnlijk volksopstanden veroorzaakt. Rehn heeft Madrid al voorgesteld om twee jaar extra de tijd te nemen. Over Frankrijk was hij voorzichtiger en kritischer. „Het zou redelijk kunnen zijn om de deadline twee jaar uit te stellen”, maar alleen op voorwaarde dat het land „snel verdere ingrepen aankondigt die Frankrijk de groei kunnen brengen die het desperaat nodig heeft”.

Rehn liet doorschemeren dat Nederland waarschijnlijk een jaar extra krijgt. Verzachtende omstandigheden voor Nederland zijn een economische krimp van 0,8 procent dit jaar, de peperdure nationalisatie van SNS Reaal afgelopen winter, stijgende werkloosheid, consumenten die weinig uitgeven en steeds meer faillissementen. Alles wijst erop dat Rehn op 29 mei Nederland gaat toestaan om zijn begrotingstekort (3,6 procent) niet dit jaar, maar „volgend jaar onder de 3 procent te brengen”.

Wie straks een negatieve aanbeveling krijgt, hangen uiteindelijk sancties boven het hoofd. In theorie, althans. Want bijna alle eurolanden zitten in een recessie. Rehn kan moeilijk bijna alle eurolanden sancties opleggen. Vooral niet omdat het ware beeld van de Europese economie niet is dat regeringen er met de pet naar gooien. Integendeel, de meesten doen hun best minder uit te geven, ambtenaren te ontslaan en hun economie te hervormen. Het probleem is dat het weinig uithaalt. Hier en daar loopt de schuld weer langzaam op. Op deze crisis lijkt geen enkele economische theorie vat te hebben.

Overal neemt de kritiek op ‘Brussel’ toe. „Begrotingsdiscipline verergert de recessie”, vindt de gerenommeerde econoom Charles Wyplosz (Graduate Institute, Genève).

Maar het ‘gevecht’ tussen voorstanders van begrotingsdiscipline en degenen die vinden dat je in recessietijd geld moet blijven uitgeven om de boel niet tot stilstand te brengen, is een schijngevecht. Commissie-voorzitter José Manuel Barroso wil al jaren extra geld voor projecten die economische groei stimuleren. Spanje en Portugal kregen vorig jaar al uitstel. Dat hielp niets.

Het probleem is niet de cijfertjes, zegt de Franse europarlementariër Sylvie Goulard. „Het probleem is hoe we onszelf managen.” Zij sprak in Amerika beleggers. Die begrepen niet hoe het eilandje Cyprus de eurozone aan de afgrond kon brengen: „Maanden geen besluit. Alles op de spits gedreven. Ministerieel crisisberaad, tot diep in de nacht. Dan een besluit, dat twee dagen later weer wordt teruggedraaid. Idem dito met de bankenunie: eerst is er een belofte, maar vervolgens stagneert het weer. Die beleggers zeggen: hier steek ik mijn geld niet in.’’

Het lijkt erop dat gebrek aan vertrouwen in Europa uitgroeit tot een groter probleem dan de vraag of landen een paar puntjes onder of boven de 3 procent zitten. „De oplossing is politiek”, zegt Goulard, „niet economisch.” De moedeloze statistieken van Rehn lijken dit te bevestigen.