Natte neus

Wanneer de politicus Diederik Samsom je ergens van probeert te overtuigen, lijkt hij nog het meest op een hond die zodra hij je ziet op je afstormt en zijn natte neus in je kruis duwt. Het liefst zou hij je omver gooien.

De PvdA struikelt altijd over haar eigen idealen

Niet om te bijten. Om je gezicht te likken.

Van de week hoorde ik Samsom hijgend een stortvloed van argumenten geven waarom strafbaarstelling van illegaliteit eigenlijk een zegen voor de illegaal is. Een ervan luidde – als ik het goed heb begrepen, want het ging snel: wanneer hij de kwestie in de coalitie zou aankaarten, zou de winst die eerder was binnengehaald, zoals het niet strafbaar stellen van hulp aan illegalen, misschien ook wel vervallen. Dan waren we nog slechter af.

Huh? Als illegaliteit niet strafbaar is, zou het zomaar kunnen dat hulp aan illegalen ineens wel strafbaar wordt? Zei hij dat echt?

Met het eerlijke verhaal kan je inmiddels alle kanten op.

Het ergste vind ik de sentimentaliteit waarmee Samsom zijn steun aan een hopeloze maatregel verkondigt, die natuurlijk niet of nauwelijks zal worden uitgevoerd – „hulpverlening aan de allerkwetsbaarsten mag nooit strafbaar zijn”.

Dit keer haalde hij zijn kinderen er niet bij.

Nu draagt Samsom een last die je niemand zou gunnen: hij is de politiek leider van de PvdA. De leden van die partij hebben idealen, die ze om aan de macht te komen consequent verkwanselen. Daarna krijgen ze spijt. Altijd.

Denk aan het gevraagde onderzoek naar de manier waarop Nederland betrokken raakte bij het Irak-debacle – dat punt stond stevig in het partijprogramma van Wouter Bos, werd daarna uitgeruild met het CDA, daarna kwam de luidruchtige gewetenswroeging. (Na een pijnlijke onthulling volgde later toch nog de commissie-Davids, die een vernietigend rapport schreef, dat – moet ik het vermelden? – geen politieke consequenties kreeg.)

Het ís ook lastig. Idealen in de politiek, bedoel ik. Het CDA weet die twee van oudsher heel goed uit elkaar te houden – wat je zegt is niet wat je doet. Sterker, als je iets moois over de samenleving zegt, is het net alsof je eigenlijk al iets moois hebt gedaan. Nog in de vorige regering werd snoeihard neoliberaal beleid met een stalen gezicht als gemeenschapszin verkocht; wij bezuinigen zo veel mogelijk weg, zodat mensen eindelijk weer oog voor elkaar kunnen krijgen.

De VVD heeft traditioneel een hekel aan idealistisch gedoe – toen de jonge leider van de JOVD tijdens het congres over het regeerakkoord met moeite spreektijd bevocht om over liberale waarden te spreken, had hij het uiteindelijk alleen over geld. Boegbeeld Frits Bolkestein oreert sinds jaar en dag over de verfoeilijkheid van dromerige idealisten en intellectuelen in de politiek. Omdat de wereld in de ogen van de idealist zich uiteindelijk altijd moet aanpassen aan zijn mooie idealen komt er immers altijd ellende van.

Het is een heerlijk simpele voorstelling van zaken, die in een niet zo heel erg intellectuele partij als de VVD dankbaar aanvaard is. Je zou er een mooie ethische discussie over kunnen voeren: wie heeft meer op zijn geweten, de verdwaasde Hollandse Nieuw-Linkser of maoïst uit de jaren zeventig óf de zuiver pragmatische staatssecretaris van Economische Zaken die begin jaren tachtig op handelsmissie ging in het Irak van Saddam Hoessein – dat verwikkeld was in een bloedige oorlog met Iran, waarbij gifgassen werden gebruikt?

Ik geef maar een voorbeeld.

Pragmatisme pakt vaak dodelijker uit dan idealisme. Jammer dat Bolkestein daar nooit een boek over heeft geschreven.

De PvdA struikelt altijd over haar eigen idealen. Is dat sympathiek? Afgelopen najaar schaarde het PvdA-congres zich bijna unaniem achter Samsom en het regeerakkoord. Toen sliep het geweten nog. Toen was uitruilen nog geen uitverkoop. Toen had men nog geen spijt van dit overhaaste kabinet. Je moest elkaar wat gunnen. Ik kan niet alles volgen, maar er staat me geen woedende interventie van de Jonge Socialisten bij.

Voortschrijdend inzicht? Er is daarna zoveel aan het akkoord gesleuteld, hoor je nu, dus dit kan er ook nog wel bij. Ik ben voor – het is een slechte maatregel. Maar dan moeten de PvdA’ers die nu huilend van medemenselijkheid te hoop lopen tegen hun partijleider ook eens in de spiegel durven kijken. Ongetwijfeld zien ze dan de natte neus van Samsom.