Mik toont de mens als machteloze mier

Beeldende kunst

Tentoonstelling: Aernout Mik, Communitas. T/m 25 aug in het Stedelijk Museum, Museumplein 10, Amsterdam. Dag 10-18u, do 10-22u. Inl: www.stedelijk.nl *****

Hier is geen ontsnappen mogelijk. Als toeschouwer hoef je maar even rond te lopen in Aernout Miks expositie Communitas om te worden bevangen door een sluipend, zwaar gevoel van onbehagen.

Dat komt in de eerste plaats door de tentoonstellingsarchitectuur: de expositie wordt gehouden in de grote kelderzaal van het Stedelijk en voor het eerst is duidelijk hoe die ruimte bedoeld moet zijn geweest. Mik bouwde in de immense bak, zoals meestal in zijn exposities, een groot doolhof van lage witte wanden, waarop en waartussen dertien filminstallaties worden geprojecteerd.

Die gaan meestal over collectieve ruimtes: een schoolplein, een rechtbank, een beursvloer, een vliegveld, een kerkdienst, die op het eerste gezicht nauwelijks afwijken van de wereld die wij kennen.

Alleen: de mensen die er rondlopen zijn steevast verward, de weg kwijt, houden zich niet aan traditionele gedragspatronen. Dat is alleen al beklemmend doordat je, door de architectuur, zelf de weg ook al enigszins kwijt bent. Maar doordat de wanden zo laag zijn, wordt ook nog benadrukt dat je je in een afgesloten ruimte bevindt – uit dit collectief is werkelijk geen ontsnappen mogelijk.

Toch duurt het even voor je beseft dat er voor die beklemming een belangrijker reden is: Mik vermijdt consequent iedere vorm van identificatie. Bijna iedere ‘normale’ film biedt de toeschouwer steun door hem of haar de gelegenheid te geven zich te identificeren met een personage – je kunt de twijfels, de vermoedens, de angsten even buiten jezelf plaatsen.

Zo niet bij Mik. Bij hem heerst de dictatuur van de totaliteit. Nooit leer je iemand kennen, nooit krijg je de gelegenheid om met iemand mee te leven. Bij Mik doet de mens (ook al doordat al zijn werken geluidloos zijn) nog het meest denken aan een machteloze mier die is overgeleverd aan gedragspatronen die hij zelf niet in de hand heeft. Het is vast ook niet voor niets dat in Refraction (2004) pontificaal een kudde schapen de weg oversteekt.

Leuk is dat allemaal niet, laat staan prettig – hoe langer ik er rondliep, hoe meer de Stedelijk-kelder trekjes van Plato’s fameuze grot begon te vertonen. Met Miks personages zit je vastgeketend in de onderwereld die pijnlijk veel op onze wereld lijkt – en hoe vreemd dat is wordt tamelijk ironisch benadrukt doordat het enige personage dat je wel herkent nota bene Silvio Berlusconi is.

Aan de andere kant, als je eenmaal beseft hoe allesbepalend die zuigende collectiviteit is voor Mik, word je wel gestimuleerd je eigen plaats te zoeken binnen dat geheel – en daartoe biedt Mik subtiele openingen. Neem het geweldige Middlemen (2001) waarin een groep beurshandelaren volledig uit het veld geslagen naar hun handelsschermen tuurt, zodat Mik de kredietcrisis al lijkt te voorspellen, zeven jaar voor die plaatsvond.

Of neem Tongues and Assistants, zijn nieuwste werk. Hier is zelfs de verlossing van de fictie verdwenen: Mik gebruikt geen acteurs (zoals in de meeste van zijn installaties), maar filmde simpelweg op een dienst van een Braziliaanse Pinkstergemeente. Het collectieve gedrag van de gelovigen (hun betrokkenheid, hun euforie, hun gedeelde extase) lijkt zo hilarisch veel op Miks ‘eigen’ installaties, dat de tentoonstelling er nog dwingender en aardser van wordt.

Of er voor jou, de toeschouwer, een mogelijkheid is je aan de collectiviteit te onttrekken houdt Mik open – misschien interesseert dat hem niet eens. Mik is geen kunstenaar van antwoorden of oplossingen, maar hij stelt zijn vragen zo dwingend dat je je er als toeschouwer wel toe moet verhouden – en zo alsnog de eerste stap zet in de richting van de individualiteit.