Man wil ook een vrouw met geld

Psychologie Evolutionair is het goed uit te leggen dat híj op een knappe vrouw valt, en zíj op een rijke man. Alleen, nu blijkt dat niet te kloppen.

Vraag liefhebbers van ontbijtgranen (een mooier Nederlands woord is daar helaas nog niet voor) naar hun favoriete ontbijt en je kunt ze zo in twee soorten verdelen. Het ene type houdt van kale graanvlokken. Cornflakes zonder suiker, All Bran, Weetabix, dat genre – vooral niet te zoet alsjeblieft. Het andere type eet juist het liefst elke morgen dikgesuikerde marshmallowringetjes overgoten met chocolademelk, of iets van vergelijkbare zoetheid.

En het overzichtelijke is: mensen die zéggen dat ze van zoet houden, zullen een aangeboden schaaltje kale granen inderdaad weigeren. Net zoals de mensen die zeggen dat ze zoet haten een bakje glazuurvernietigende suikerbommetjes aan zich voorbij zullen laten gaan. Je hebt gevraagd naar de ontbijtvoorkeuren van deze mensen, en dan wéét je hun ontbijtvoorkeuren ook.

Logisch, zult u denken. Maar het is niet altijd zo makkelijk. Vraag mensen maar eens wat ze zoeken in een ideale partner. En laat hen vervolgens allerlei mensen ontmoeten. Kijk tot wie ze zich aangetrokken voelen. En zie: de eigenschappen die ze eerder nog vol overtuiging noemden, kunnen ineens irrelevant zijn.

Dat is een van de stokpaardjes van psycholoog Paul Eastwick van de universiteit van Texas in Austin. Hij doet ruim zeven jaar onderzoek naar de vraag hoe mensen de ideale partner zien en hoe (heteroseksuele) romantische relaties beginnen. Vorige maand publiceerden zijn collega’s en hij er een groot overzichtsartikel over in Psychological Bulletin.

Een groot deel ervan gaat over sekseverschillen. We weten: als je mannen en vrouwen vraagt wat ze zoeken in een ideale partner, dan zullen mannen meer belang hechten aan schoonheid dan vrouwen. Vrouwen vinden het juist belangrijker dan mannen dat hun partner ambitieus is en goed verdient. Die sekseverschillen zijn kleiner in landen waar man en vrouw meer als gelijkwaardig worden beschouwd, maar ook daar bestaan ze nog steeds.

Bijna honderd studies

Maar ‘de ideale partner’ – dat is nogal abstract. Hoe verliefd maken bepaalde eigenschappen je in het echt? Als iemand daadwerkelijk tegenover je staat? Als je met iemand begint te daten? Als je al een tijdje een relatie met iemand hebt? Dat wilde Eastwick graag weten. Dus zocht hij met zijn collega’s in de wetenschappelijke literatuur naar alle experimenten waarin deelnemers hadden moeten zeggen hoe sterk ze zich romantisch aangetrokken voelden tot iemand die ze minstens één keer hadden ontmoet en over wie op de een of andere manier iets bekend was over zijn of haar salaris (-vooruitzichten). De onderzoekers vroegen ook experts op het onderwerp naar eventueel ongepubliceerd materiaal.

Ze vonden bijna honderd studies met in totaal tienduizenden proefpersonen, van stille aanbidders tot speeddaters en van mensen die elkaar in een laboratoriumsituatie ontmoetten tot echtgenoten. Op die studies voerden ze een meta-analyse uit. Daaruit bleek: mannen én vrouwen voelden zich verliefder naarmate hun (potentiële) partner mooier was en betere financiële vooruitzichten of een beter inkomen had. Uiterlijk en inkomen waren trouwens het belangrijkst voor mensen die nog geen liefdesrelatie hadden, maar er waren geen sekseverschillen.

Dat is vooral opmerkelijk omdat het onderzoek naar wat mannen en vrouwen in een partner zoeken een van de hoekstenen is van de evolutionaire psychologie, een stroming die eind jaren 80 opkwam. Volgens David Buss, ook werkzaam aan de universiteit van Texas in Austin en een van de bekendste vertegenwoordigers van deze stroming, hebben vrouwen een voorkeur voor een man die hen kan helpen voor de kinderen te zorgen (een rijke man dus) en hebben mannen een voorkeur voor jonge, vruchtbare vrouwen (daar kan uiterlijke schoonheid een teken van zijn). Mannen en vrouwen met die voorkeuren zouden de beste kans hebben op veel nageslacht: een man kan zich tot op hoge leeftijd voortplanten mits hij een vruchtbare vrouw heeft, een vrouw kan meer kinderen grootbrengen met een partner die haar (financieel) steunt.

In 1989 vond Buss bewijs voor deze redenering in het allereerste grootschalige vragenlijstonderzoek naar sekseverschillen in partnervoorkeur, onder meer dan 10.000 mensen uit 33 landen, dat hij publiceerde in Behavioral and Brain Sciences. In veruit de meeste landen vonden vrouwen inkomen en ambitie belangrijker dan mannen en vonden mannen uiterlijk belangrijker dan vrouwen; in de meeste landen wilden mannen ook een iets jongere en vrouwen een iets oudere partner dan zijzelf. Vergelijkbare resultaten kwamen later ook uit andere onderzoeken.

Maar, benadrukt Paul Eastwick nu, die sekseverschillen in waardering van uiterlijk en inkomen kwamen alléén uit onderzoeken waarin mensen gevraagd werd naar een abstracte, hypothetische ‘ideale partner’ en dus niet als het om echte levende mensen ging. “Als je voorspellingen doet over de evolutionaire functie van bepaalde eigenschappen, dan moet ook je kijken naar mensen die elkaar in levenden lijve ontmoeten”, zegt hij aan de telefoon. “Aantonen dat mannen en vrouwen verschillen in waar ze in theorie waarde aan hechten, is niet zulk sterk bewijs voor het evolutionair nut van die eigenschappen als we dachten. Je zou verwachten dat dat zich ook uit in echte relaties.” David Buss reageerde niet op een verzoek om commentaar per e-mail.

Zouden de gezochte sekseverschillen vroeger wel hebben bestaan, maar nu zijn verdwenen? Eastwick: “Die trend zagen we niet in de data, maar het onderzoek hiernaar begon ook pas in de jaren 80. Misschien als je teruggaat naar de jaren 50 en 60, of honderd jaar terug.”

Bestaande verschillen

Hoe kán het volgens Eastwick dat het sekseverschil in wat mensen van een ideale partner verwachten, verdwijnt als mensen elkaar echt ontmoeten? Hij stelt een wedervraag: “Waar halen vrouwen het idee eigenlijk vandáán dat ze belang hechten aan de ambitie en het salaris van mannen, en mannen dat ze belang hechten aan het uiterlijk van vrouwen? We weten uit onderzoek dat mannen meer geïnteresseerd zijn in vrijblijvende seksuele contacten dan vrouwen. En we weten dat vrouwen een voorkeur hebben voor een oudere man en mannen voor een jongere vrouw – dat is wél een voorkeur waar mensen ook echt naar handelen.” Oudere mannen verdienen meestal meer dan jonge. Jongere vrouwen worden over het algemeen mooier gevonden dan oudere. “Misschien dat zulke bestaande verschillen de illusie creëren dat mannen meer op uiterlijk letten en vrouwen meer op geld.” Waardoor mensen het ook invullen als ze een vragenlijst onder hun neus krijgen, denkt Eastwick. “Maar hoe je moet onderzoeken of het inderdaad zo zit, daar ben ik nog niet uit.”

Eastwick denkt dat zijn onderzoek eerder een schok is voor mensen die hypothetische ‘ideale partners’ onderzoeken dan voor de evolutionaire psychologie. “Het verschil tussen wat mensen abstract denken en wat ze in werkelijkheid doen is groot en het wordt in relatieonderzoek niet serieus genoeg genomen”, zegt Eastwick. Hij geeft een ander voorbeeld: “Als je mannen in abstracte zin vraagt of ze zich aangetrokken voelen tot een vrouw die beter presteert dan zijzelf op een intelligentietest, dan zeggen ze: prima, dat kan me niet schelen. Maar als ze een vrouw ontmoeten die beter is dan zijzelf, voelen ze zich bedreigd en geïrriteerd en mogen ze haar niet.” Dat onderzoek heeft hij net gedaan.

Dat abstracte verwachtingen van een partner niet overeenkomen met wat mensen concreet aantrekkelijk vinden, is ook van belang voor internetdating, zegt Eastwick. “Je besteedt veel tijd aan het zoeken van mensen die er op papier goed uitzien. Maar het blijkt dat er geen enkel verband is met of je ze in werkelijkheid ook aantrekkelijk vindt. Die profielen zijn irrelevant, je kunt net zo goed een dobbelsteen gooien.” En vervolgens is de kans groot dat je teleurgesteld wordt. “Dat is ook de reden dat een matching-algoritme waarschijnlijk niet kán werken”, zegt hij. “We zouden niet weten hoe.”