Kelderman kan aanvallen – met verstand

Wilco Kelderman, net 22 jaar, maakt in de Giro zijn debuut in een drieweekse wielerronde, om kopman Robert Gesink te helpen. Of kan het toptalent van Blanco zelf al scoren?

Wat een verrassing, een jonge wielrenner die bij zijn debuut in de Ronde van Italië alles bleek te kunnen: klimmen, tijdrijden, drie weken lang goed herstellen. Prachtige stilist. Een jaar eerder had hij al eens een rit gewonnen in de Ronde van Zwitserland, maar wie durfde vooraf te denken dat Erik Breukink in de Giro van 1987 als derde zou eindigen?

Wielrenner Wilco Kelderman kan klimmen, tijdrijden en in een selecte groep zelfs behoorlijk sprinten. De grote belofte van Team Blanco zit schitterend op de fiets. Bij zijn debuut in de Giro, die zaterdag begint in Napels, wil de ploegleiding hem nog niet teveel druk opleggen. Kopman Robert Gesink helpen aan een topklassering in het klassement, dat zou al mooi zijn. „Ik wil hard werken voor Robert”, zegt Kelderman zelf. Al sprak hij vóór het seizoen al openlijk over de witte trui van beste jongere.

„Wilco weet natuurlijk ook dat hij zelf goed meedoet als hij Gesink in het slotweekend nog kan helpen op een zware klim als Tre Cime di Lavaredo”, zegt Blanco-trainer Louis Delahaye. „Hij heeft de ambitie om ver te komen”, weet Mathieu Heijboer, die al sinds 2010 in de Rabo-opleidingsploeg de vaste trainer is van Kelderman.

Met een vijfde plaats in de Ronde van Romandië maakte de 1.85 meter lange en ongeveer 64 kilo lichte renner vorige week veel indruk. Zoals hij vorig jaar deed in de Ronde van Californië (zevende) en de Dauphiné Libéré (achtste), en begin dit seizoen in de Tour Down Under (zesde). Heijboer zag het bijzondere talent veel eerder.

„Wilco was 19 toen hij in februari 2010 iedereen verbaasde op trainingskamp met de opleidingsploeg in Mojacar”, zegt Heijboer. Tijdens een lactaattest van zes minuten trok hij bergop een kilometer langer door dan de rest.”

Oud-prof Heijboer herinnert zich een proloogzege in Kroatië, winst in een bergrit op de Ballon d’Alsace of in een massasprint in Thüringen. „Zijn grootste kwaliteit is tijdrijden, maar bergop is hij ook sterk en hij kan zich door makkelijk sturen goed plaatsen in het peloton. Een typische klassementsrenner.”

In de aanloop naar de Giro d’Italia deed Kelderman voor het eerst een lange hoogtestage op Tenerife, samen met onder meer ploeggenoten Gesink en Steven Kruijswijk. „De eerste week had hij moeite met de aanpassing”, vertelt Delahaye, die de Blanco’s begeleidde. „De tweede week was hij goed en de laatste week zelfs super. In principe is zo’n stage bijna net zo zwaar als een grote ronde. Voor Wilco wordt de Giro één grote verkenning, maar hij heeft alle kwaliteiten om op termijn te scoren in grote rondes.”

Te veel druk door torenhoge verwachtingen, zoals eerder bij de gewezen talenten Pieter Weening, Thomas Dekker of Gesink? „Wilco is heel realistisch”, zegt Heijboer. „Hij lijkt wat schuchter, maar weet precies wat hij wil en kan. Als hij zich beter voelt dan Wiggins of Evans zal hij dat uitspreken. Als hij zich minder voelt, zegt hij dat ook.”

Delahaye begrijpt de vergelijking met de jonge Erik Breukink. „Erik was een van de besten ooit, misschien nog een betere tijdrijder dan Wilco, die weer wat explosiever is.” Heijboer ziet een ander verschil. „Breukink was in de bergen een aanklamper. Wilco is dat zeker niet. Hij vliegt er het liefst in, wil altijd koersen. Aanvallen met verstand, dat kan hij.”